Hoofdmenu openen

Projectie (natuurkunde)

natuurkunde
Projectie met een scheef projectievlak, een voorbeeld van een parallelprojectie.

Een projectie is een afbeelding door licht of een andere vorm van straling van een onderwerp op een ander voorwerp.

Als het onderwerp alle stralen tegenhoudt, bestaat de afbeelding uit de contouren van het voorwerp. Als het voorwerp binnen de contouren selectief stralen tegenhoudt, is er binnen de contouren ook informatie te vinden.

Twee alledaagse voorbeelden van projectie zijn:

  • Iemand staat in de zon. De stralen van de zon die door de persoon tegengehouden worden, komen niet op de grond terecht. Dit geeft een schaduw. Deze schaduw is de projectie van de omvang van de persoon op het projectievlak. (Het projectievlak is in dit geval de grond).
  • Bij een beamer (met lcd) wordt een klein videoplaatje in de projector fel verlicht. Dit videoplaatje laat alleen lichtstralen door overeenkomstig de kleur en de lichte en donkere partijen op het plaatje zelf. Doordat de lichtstralen uit elkaar lopen, op wordt een vergrote kopie van het lcd-plaatje op enige afstand op het scherm geprojecteerd.

Als de stralen evenwijdig zijn (zoals bij zonlicht, want de zon staat zeer ver weg) en loodrecht op het onderwerp en het projectiedoek vallen, is de projectie even groot als het onderwerp.

Als het projectievlak scheef staat, zie figuur, wordt de projectie altijd groter dan het onderwerp. Zo heb je bij een laag staande zon altijd lange schaduwen (het projectievlak is de aarde) van bomen en gebouwen (de onderwerpen).

Met de stelling van Pythagoras is projectie op het projectievlak bij niet evenwijdige stralen te bepalen.