Hoofdmenu openen

Lijst van bisschoppen en prins-bisschoppen van Luik

Wikimedia-lijst
(Doorverwezen vanaf Prinsbisschoppen van Luik)

Deze lijst bevat de namen, voor zover bekend, van de bisschoppen van Tongeren, Maastricht en Luik (tot 972), de rijks- en prins-bisschoppen van het prinsbisdom Luik (van 972 tot 1792) en de bisschoppen van het bisdom Luik (vanaf 1803). Het prinsbisdom Luik heeft bestaan vanaf de aanstelling van Notger in 972 tot aan de Franse overheersing 1792. Na deze datum verloor het zijn wereldlijke rechten en werd het een 'gewoon', geestelijk bisdom. Het bisdom Luik valt sinds 1967 samen met de provincie Luik.

Inhoud

Zetel te Tongeren (3e-4e eeuw)Bewerken

De eerste namenlijst van de tien bisschoppen van Tongeren is samengesteld door Heriger van Lobbes en dateert uit de late 10e eeuw. Tongerse bisschoppen, wellicht met uitzondering van Maternus en Servatius, moeten waarschijnlijk als legendarisch worden beschouwd.[1]

  • Maternus (4e eeuw?)
  • Navitus
  • Marcellus
  • Metropolus
  • Severinus
  • Florentius
  • Martinus
  • Maximinus
  • Valentinus
  • Servatius (die de zetel volgens de traditie overbracht van Tongeren naar Maastricht)

Zetel te Maastricht (4e/6e-8e eeuw)Bewerken

  Zie Lijst van bisschoppen van Maastricht voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De oudste namenlijst van de "21 heilige bisschoppen van Maastricht" werd, evenals de Tongerse lijst, samengesteld door Heriger van Lobbes in de late 10e eeuw. De zetel te Maastricht is geloofwaardig vanaf bisschop Falco. Namen van bisschoppen vóór de zesde eeuw worden niet ondersteund door eigentijdse bronnen en moeten als apocrief worden beschouwd. De zetel van het bisdom Maastricht werd waarschijnlijk omstreeks 800 definitief gevestigd in Luik.[2] De door oudere, veelal Luikse historici genoemde jaartallen 703/706 - de moord op Lambertus - of 716 - de translatie van Lambertus -, vindt tegenwoordig weinig gehoor meer.[3]

Zetel te Luik (vanaf de 8e eeuw)Bewerken

De definitieve overbrenging van de bisschopszetel van Maastricht naar Luik vond waarschijnlijk eind 8e of begin 9e eeuw plaats.[2] Vanaf het episcopaat van Lambertus tot en met Gerbaldus zetelden de bisschoppen wellicht in beide plaatsen.[4] Tot in de 11e eeuw werden de Luikse bisschoppen aangeduid als tungrensi episcopo (bisschop der Tongeren). Pas in 866 wordt voor het eerst de toevoeging leodiensis (van Luik) gebruikt.[5]

Naam Periode Opmerkingen
Hubertus (ook Chuchobertus gespeld) cit. 13 mei 706-727 Zetelend te Maastricht en/of Luik. Heilige (feestdag 3 november).
Floribertus I cit. 1 december 735 Zetelend te Maastricht en/of Luik. Heilige (feestdag 27 april).
Fulcharius (ook Fulcricus genoemd) cit. 737-769 Zetelend te Maastricht en/of Luik.
Agilfridus cit. 769-787 Zetelend te Maastricht en/of Luik.
Gerbaldus cit. 787-810 Zetelend te Maastricht en/of Luik.
Walcand 810-832
Pirard 836-840
Hartgar 841-855
Franco 856-903
Stephanus 903-920
Hilduin 920-921
Richer 921-945
Hugo I 945-947
Farabertus van Luik 947-953
Rather 954-956
Balderik I 955-959 Verkreeg de bisschopszetel als kind door toedoen van zijn ooms Reinier III van Henegouwen en Rudolf I van Haspengouw
Heraclius 959-972

Rijksbisschoppen van LuikBewerken

Naam Periode Opmerkingen
Notger 972-1008 Eerste prins-bisschop van Luik.[6]
Balderik II van Loon 1008-1018
Walbod 1018-1021
Durand 1021-1025
Reginhard van Luik 1025-1038
Nithard van Luik 1039-1042
Waso van Luik 1042-1048
Dietwin van Luik 1048-1075
Hendrik I van Verdun 1075-1091
Otbert van Luik 1092-1119
Frederik van Namen 1119-1121
sede vacante 1121-1123
Alberon I van Leuven 1123-1128
Alexander I van Gulik 1128-1135
Alberon II van Namen 1135-1145
Hendrik van Leyen 1145-1164
Alexander II 1165-1167
Rudolf van Zähringen 1167-1191
Albert van Leuven 1191-1192
Lotharius van Hochstaden 1192-1193
Simon van Limburg 1193-1195
Otto van Heinsberg 1195
Albert van Cuyck 1195-1200
Hugo van Pierrepont 1200-1229
Johan van Rummen (Jan II) 1229-1238
Willem van Savoye 1238-1239 Voorheen bisschop van Valence en elect van Lyon
Robert van Thorote 1240-1246
Hendrik III van Gelre of van Montfort 1247-1274 Afgezet door het Concilie van Lyon
Johan van Edingen (Jan III) 1274-1281 Voorheen bisschop van Doornik
Willem van Auvergne 1282
Jan van Vlaanderen (Jan IV) 1282-1292 Voorheen bisschop van Metz
sede vacante 1292-1296
Hugo van Chalon 1296-1301 Bevorderd tot aartsbisschop van Besançon
Adolf II van Waldeck 1301-1302
Theobald van Bar 1303-1312
Adolf van der Mark 1313-1344
Engelbert III van der Mark) 1345-1364 Bevorderd tot aartsbisschop van Keulen 1364-1369
Jan van Arkel (Jan V) 1364-1378 Voorheen bisschop van Utrecht 1342-1364
Arnold van Horne 1378-1389 Voorheen bisschop van Utrecht 1364-1378
Jan van Beieren (Jan VI) 1389-1418 Elect. Trad af
Jan van Wallenrode (Jan VII) 1418-1419
Jan van Heinsberg (Jan VIII) 1419-1455 Trad af
Lodewijk van Bourbon 1456-1482
Johan van Horne (Jan IX) 1482-1506

Prins-bisschoppen van LuikBewerken

Bisschoppen van LuikBewerken

Suffragaanbisschoppen van LuikBewerken

Omdat prins-bisschoppen niet altijd de geestelijke wijdingen hadden ontvangen, werd naast de titelvoerende bisschop ook een suffragaanbisschop aangeduid. De suffragaan stond in voor de ceremoniële handelingen zoals wijdingen van kerken en priesters, voorgaan in de kerkdiensten, etc. Veelal werd aan deze bisschoppen een episcopaat toegewezen buiten het bisdom waar zij als suffragaan optraden:

  • Jacques de Vitry (1216-1219)
  • Arnulfus (ca. 1250)
  • Herman van Keulen, bisschop van Henna (1315-1332), benedictijner monnik van Sint-Martinus te Keulen
  • Lietbertus (1472-1474), franciscaan, bisschop van Beiroet
  • Hubert Leonard (1474-1496), theoloog, inquisiteur, karmeliet, bisschop van Darie (in Mesopotamië)
  • Libertus van Broeckem (1496?-1506)
  • Peter van den Eynde (ca. 1524)
  • Gedeon van der Gracht (ca. 1544)
  • Gerard van Groesbeek (1562-1565), aansluitend prins-bisschop van Luik
  • Andreas Stregnart (ca. 1614)
  • Steven Strechius (ca. 1619)
  • Joannes Antonius Blavier (ca. 1659-1685), bisschop van Dionysië
  • Lodewijk Franciscus Rossius de Liboy (ca. 1704), bisschop van Thermopolis
  • Jan-Baptist Gillis (1729-1736)
  • Pierre-Louis Jacquet (1737-1763), bisschop van Hippone
  • Charles-Antoine de Grady (1762-1767), kanunnik
  • Charles-Alexander van Arberg (1767-1786)
  • Franciscus Antonius de Méan de Beaurieux (1786-1792), hulpbisschop van Luik en titulair bisschop van Hippone, aansluitend prins-bisschop van Luik

Zie ookBewerken