Patrice Lumumba

politicus uit Congo-Kinshasa (1925-1961)

Patrice Emery Lumumba, in het Nederlands ook geschreven als Loemoemba, (Onalua, 2 juli 192517 januari 1961 nabij Mwadingusha), was een Congolees politicus, voorman van een invloedrijke politieke partij die niet gebonden was aan een traditionele stam of regio, een belangrijk politiek leider voor en na de onafhankelijkheid, en de eerste democratisch verkozen premier van de Republiek Congo. Samen met de eerste president Joseph Kasavubu leidde hij de prille onafhankelijkheid van Congo, maar werd al snel afgezet, gevangen genomen, mishandeld en vermoord. Hij wordt in de Democratische Republiek Congo en in Afrika geëerd als een nationale held.[1]

Patrice Lumumba
Patrice Lumumba in 1960
Patrice Lumumba in 1960
Geboren 2 juli 1925
Overleden 17 januari 1961
Partij Mouvement National Congolais
Ambtstermijn 24 juni 1960 – 14 september 1960
Voorganger geen
Opvolger Joseph Iléo
Portaal  Portaalicoon   Politiek


BiografieBewerken

Lumumba werd als Isaïe Tasumbu geboren in de Kasaï-provincie van Democratische Republiek Congo. Na een breuk met zijn vader in zijn jeugd nam hij de naam Patrice Lumumba aan; zijn achternaam was afkomstig van moederskant. Hij studeerde aan een missionarissenschool en werkte in Leopoldstad (het huidige Kinshasa) en Stanleystad (Kisangani) als secretaris en journalist. In 1955 werd Lumumba de lokaal bestuurder van een Congolees handelsvennootschap en trad hij toe tot de Belgische Liberale Partij. Hij werd in 1957 voor verduistering aangehouden en een jaar opgesloten.

MNCBewerken

Na zijn vrijlating hielp hij met het oprichten van de Mouvement National Congolais (MNC) in 1958. Op 4 januari 1959 kondigde België aan via een toespraak van koning Boudewijn dat Congo onafhankelijk zou worden, zonder schadelijk dralen noch onbezonnen haast. Een precieze datum werd niet gegeven, maar Lumumba zelf stelde 1 januari 1961 voor. In december van 1959 won de MNC de verkiezingen met een overgrote meerderheid, hoewel Lumumba op dat moment opnieuw gearresteerd was, dit keer voor het ophitsen van een menigte.

 
Lumumba in Brussel (1960)

Tijdens een rondetafelconferentie in januari 1960 in België werd besloten dat de onafhankelijkheid zou worden uitgeroepen op 30 juni 1960 en dat in mei van dat jaar verkiezingen zouden worden georganiseerd.[bron?] Deze werden gewonnen door de MNC van Lumumba, die 33 van de 137 zetels kreeg. Lumumba en de MNC vormden de eerste regering op 23 juni 1960, met Lumumba als eerste minister en Joseph Kasavubu als president. Door de grote versnippering van de Congolese politiek telde de regering twaalf partijen.

Lumumba heeft de vernedering dat hij slechts premier mocht worden, ondanks het feit dat hij de grote triomfator van de verkiezingen was, nooit verteerd. Zo rukte hij eens de trofee uit de handen van Kasavubu die deze zou moeten uitreiken aan de winnaar van een voetbalmatch ter ere van de onafhankelijkheid om hem vervolgens zelf uit te reiken.[2] Maar bekender is zijn onverwachte speech op de onafhankelijkheidsdag, toen hij ongevraagd het woord nam (enkel Boudewijn en Kasavubu zouden normaal speechen). Lumumba liet zich opmerken door een zeer scherpe speech tegen de voormalige kolonisator, waarin hij zich beklaagde over dwangarbeid, beledigingen, lijfstraffen, sociale ongelijkheid,...[3] Hiermee veroorzaakte hij meteen een diplomatiek incident.

 

Wij hebben dwangarbeid gekend in ruil voor lonen die veel te laag waren om voldoende te kunnen eten, ons waardig te kleden of te wonen of om onze kinderen als dierbaren te kunnen opvoeden.

Wij hebben spot, beledigingen, slagen gekend die we ‘s ochtends, ‘s middags en ‘s avonds moesten ondergaan, omdat wij ‘negers’ waren. Wij zijn getuige geweest van het afschuwelijke lijden van degenen die veroordeeld waren voor hun politieke standpunten of godsdienstige overtuigingen: verbannen in hun eigen land was hun lot nog slechter dan de dood.

Wij hebben gezien dat er in de steden prachtige huizen voor de blanken waren en bouwvallige barakken voor de zwarten.

Wie zal ooit de slachtingen vergeten waarbij zo velen van onze broeders omkwamen, de cellen waarin degenen werden geworpen die weigerden zich aan een regime van onderdrukking en uitbuiting te onderwerpen. Wij, die in ons hart en met ons lijf geleden hebben onder de koloniale onderdrukking, wij zeggen nu luid en duidelijk: dat alles is voortaan gedaan!

 
— Uitreksel uit de toespraak van Patrice Lumumba

Lumumba werd door o.a. Kasavubu aangespoord om later die dag een vriendelijkere speech te geven om de woedende Boudewijn te sussen, wat hij ook deed.[2] De houding van Lumumba leidde ertoe dat de Belgische regering hem van het politieke toneel wilde verwijderen, en gaf daartoe opdracht om hem politiek te ondermijnen. De regering schakelde daar de Belgische geheime dienst voor in.[4]

Eerste ministerBewerken

Slechts twee weken na de onafhankelijkheid werd Lumumba's regering afgezet in een staatsgreep tijdens de Congocrisis. Zijn premierschap werd gekenmerkt door politieke onrust, waardoor de provincie Katanga haar onafhankelijkheid uitriep onder Moïse Tsjombe op 11 juli 1960 (waarvoor het de steun van België kreeg). Enkele dagen later riep ook de diamantprovincie Kasaï haar onafhankelijkheid uit (eveneens met Belgische steun). Ondanks de aanwezigheid van VN-troepen, hield de malaise aan en Lumumba vroeg daarop de Sovjet-Unie om hulp. Lumumba werd door het Westen, volop in Koude Oorlog, ervan verdacht communist te zijn, mede omdat hij de hulp van de Sovjet-Unie had ingeroepen. Daarom spoorde het Westen president Kasavubu aan om zijn eerste minister Lumumba uit zijn ambt te ontslaan, wat Lumumba er uiteindelijk toe bracht om de president te ontslaan, een daad waarvan de wettelijkheid op zijn minst in twijfel kan worden getrokken.

ArrestatieBewerken

Op 14 september 1960 pleegde kolonel Joseph Mobutu (de latere Mobutu Sese Seko) een staatsgreep met de hulp van Kasavubu en kwam zelf tijdelijk aan de macht. Lumumba werd onder huisarrest geplaatst. Hij zocht steun bij de VN en Ghanese Blauwhelmen beschermden zijn woning, wat ook nodig was want Mobutu stuurde soldaten om hem te arresteren. Intussen verloren Lumumba en zijn aanhangers, mede doordat zijn telefoonlijn werd doorgeknipt, hun greep op hoofdstad Leopoldstad. Antoine Gizenga nam in naam van Lumumba zijn plaats in als premier en vestigde een tegenregering in Stanleystad, waar Lumumba nog veel aanhang had. Lumumba besloot daarop om te ontsnappen, verstopt in een Chevrolet, en naar Stanleystad te gaan. Hierbij verschalkte hij zowel de blauwhelmen die hem beschermden als de soldaten van Mobutu die hem omsingelden. Maar in plaats van onmiddellijk naar Stanleystad te gaan, sprak hij in Leopoldstad nog groepen mensen toe en ook onderweg hield hij regelmatig halt om contact te maken met de bevolking. Hierdoor verloor hij kostbare tijd, waardoor Mobutu en Kasavubu de tijd hadden om hem op te sporen. Lumumba werd op 1 december 1960 door Mobutu's troepen ingehaald en gearresteerd. Hij werd gevangengenomen in Francquihaven en geboeid naar Leopoldstad teruggevlogen.

Mobutu voerde ter verklaring aan dat Lumumba terecht zou staan omdat deze laatste het leger zou hebben opgehitst tot rebellie en andere misdaden. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties Dag Hammarskjöld riep Kasavubu op om Lumumba een eerlijk proces te geven. De USSR beschuldigden Hammarskjöld en het Westen van verantwoordelijkheid voor Lumumba's aanhouding en eisten zijn vrijlating.

De VN Veiligheidsraad werd bijeengeroepen op 7 december om over de Sovjet-eisen te vergaderen, namelijk dat de VN Lumumba's onmiddellijke vrijlating zou bewerkstelligen, dat Lumumba opnieuw zijn functie zou kunnen opnemen, dat de troepen van Mobutu ontwapend zouden worden en dat alle Belgen onmiddellijk uit Congo geëvacueerd zouden worden. Sovjet-vertegenwoordiger Valerian Zorin weigerde aan de eis van de Verenigde Naties te voldoen dat hij zichzelf ongeschikt zou verklaren als voorzitter van de Veiligheidsraad gedurende het debat. Secretaris-generaal Dag Hammarskjöld zei - als antwoord op de Sovjetkritiek op zijn Congo-operaties - dat hij vreesde dat alles ineen zou storten indien de VN-troepen zouden worden teruggetrokken uit Congo.

Als antwoord op een VN-rapport waarin gesteld werd dat Lumumba mishandeld werd door zijn bewakers, dreigde zijn aanhang op 9 december met de arrestatie van alle Belgen en de onthoofding van een aantal ervan, tenzij Lumumba vrijgelaten zou worden binnen de 48 uur.

De dreiging voor de VN-zaak werd nog versterkt door de aankondigingen van voormalig Joegoslavië, de Verenigde Arabische Republiek, Ceylon, Indonesië, Marokko en Guinee dat ze hun troepen die op dat moment in Congo gelegerd waren, zouden terugtrekken. De pro-Lumumba-resolutie die de Sovjets voorstelden werd weggestemd op 14 december met 8 stemmen tegen 2. Op dezelfde dag werd een Westerse resolutie die Hammarskjöld meer macht zou geven met betrekking tot de situatie in Congo door de Sovjet-Unie met een veto tegengehouden.

MoordBewerken

  Zie Moord op Lumumba voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Lumumba werd vervolgens op 17 januari 1961 uit de militaire gevangenis in Thysstad nabij Leopoldstad weggebracht naar een 'veiliger' gevangenis in Jadotstad in Katanga, waardoor hij werd overgeleverd in de handen van zijn vijanden.

Dezelfde nacht zou Lumumba samen met zijn twee kompanen geëxecuteerd zijn in nooit volledig opgehelderde omstandigheden. Hij was immers eerst geïsoleerd, daarna tijdens zijn vluchtpoging gevangengenomen en uiteindelijk, na behoorlijk mishandeld te zijn, met twee mede-gevangenen bij het dorp Mwadingusha in de koperprovincie Katanga geëxecuteerd door een vuurpeloton onder het bevel van leiders van Katanga, dat zich -met openlijke Belgische steun- had afgescheiden van Congo. Zijn lichaam zou volgens sommige versies zijn opgelost in zwavelzuur, het werd nooit gevonden. Er zijn ernstige aanwijzingen dat deze moord werd uitgevoerd met de instemming en de hulp van buitenlandse regeringen: die van België, de Verenigde Staten (via de CIA en de VN) en van het Verenigd Koninkrijk.

De dag waarop hij vermoord werd, 17 januari, is een feestdag geworden in Congo.

Belgische en Amerikaanse betrokkenheid bij de moordBewerken

De Belgische socioloog Ludo De Witte schreef in zijn boek De moord op Lumumba uit 1999 na een grondig onderzoek dat België een hoofdverantwoordelijkheid droeg voor de moord op de eerste Congolese premier.

In februari 2002 gaf de Belgische overheid toe "onmiskenbare verantwoordelijkheid te hebben gehad in de gebeurtenissen die tot Lumumba's dood hebben geleid", al wilde men niet de volledige verantwoordelijkheid opnemen gezien er geen sluitend bewijs kon worden gevonden.[5] In juli 2002 werden er door de Verenigde Staten documenten vrijgegeven die de rol van de CIA in de moord op Lumumba onthulden. De CIA zou Lumumba's tegenstanders gesteund hebben met geld en politieke ondersteuning, en in Mobutu's geval zelfs met wapens en militaire training.

Een week voor de officiële herdenking van 50 jaar Congolese onafhankelijkheid dienden de drie zonen van Lumumba, Roland, Guy en François, via een aantal Belgische advocaten een aanklacht in tegen een tiental Belgische verdachten voor de moord op hun vader. De advocaat Christophe Marchand zei in dit verband: België heeft de soevereiniteit van Congo toen niet gerespecteerd, waardoor dit een internationaal conflict werd. Lumumba werd van zijn vrijheid beroofd, overgebracht naar Katanga, in het vliegtuig gefolterd en later vermoord. Hij heeft nooit een proces gekregen. Dat zijn stuk voor stuk oorlogsmisdaden, en die verjaren niet. De parlementaire commissie heeft al die feiten vastgesteld, maar daar niet de juridische conclusie uit getrokken. Vandaar onze aanklacht.

Er loopt in België nog steeds een onderzoek naar de betrokkenen bij de moord op de voormalige Congolese premier Patrice Lumumba in 1961. Dat heeft federaal procureur Frederik Van Leeuw op 1 juli 2020 verklaard op de Franstalige nieuwszender LN24: We zijn de mogelijke vervolgingen aan het oplijsten. We hebben de feiten als oorlogsmisdaden gekwalificeerd, wat werd bevestigd door het Brusselse hof van beroep. Daardoor kunnen ze niet verjaren. [6]

Zie ookBewerken

PublicatiesBewerken

  • Patrice Lumumba, Le Congo terre d'avenir est-il menacé ?, Office de publicité, Brussel, 1961
Boekje geschreven door Lumumba rond 1956 en verschenen in het jaar van zijn dood
  • Jean Van Lierde (ed.), La pensée politique de Patrice Lumumba. Textes et documents recueillis et présentés par Jean Van Lierde, 1963, voorwoord van Jean-Paul Sartre
Toespraken en andere geschriften van Lumumba, verzameld door zijn medewerker Van Lierde

FilmBewerken

  • In 2000 verscheen de film Lumumba van Raoul Peck over de laatste jaren van zijn leven.

LiteratuurBewerken

Externe linksBewerken

Voorganger:
geen
Minister-president van Congo-Kinshasa
1960
Opvolger:
Joseph Iléo