Hoofdmenu openen

Patriarchaalkruis (Maastricht)

reliekhouder, Maastricht

Het patriarchaalkruis van de Sint-Servaaskerk, ook wel Byzantijns dubbelkruis genoemd, is een reliekhouder in de vorm van een patriarchaal kruis, dat relieken van het Heilig Kruis bevat. Het kostbare voorwerp van verguld zilver, dat uit een laat-middeleeuws voetstuk en een ouder kruis bestaat, bevindt zich in de Schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht.

Patriarchaalkruis
Het patriarchaalkruis, centraal in de bovenkapel van de schatkamer
Het patriarchaalkruis, centraal in de bovenkapel van de schatkamer
Kunstenaar meester Ulrich Peters
Stroming laatgotische edelsmeedkunst
Jaar ca. 1490
Ontstaanslocatie Maastricht, Maasland
Huidige locatie Schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek, Maastricht
Materiaal verguld zilver
Breedte 41 cm
Hoogte 73,3 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

OntstaansgeschiedenisBewerken

De ontstaansgeschiedenis van het patriarchaalkruis in de late 15e eeuw hangt nauw samen met de rivaliteit tussen de twee Maastrichtse kapittels en het bestaan van een soortgelijk kruis in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in dezelfde stad.

 
Patriarchaalkruis Onze-Lieve-Vrouwekapittel, sinds 1837 in Rome
 
Het kruis (schematisch weergegeven) op een 18e-eeuws toningsformulier

In 1512 schreef kanunnik Coelmont van het kapittel van Onze Lieve Vrouwe over een dubbelkruis dat het kapittel van Sint-Servaas rond 1490 had laten vervaardigen door een zilversmid, genaamd Meester Ulricus. Coelmont schreef niet zonder jaloezie over deze aanwinst van het rivaliserende kapittel; een reliekenkruis dat volgens hem een regelrechte kopie was van het patriarchaalkruis, dat het Onze-Lieve-Vrouwekapittel al sinds 1204 in bezit had. Dat kruis - met naar verluidt de grootste kruisreliek ter wereld[1] - was waarschijnlijk enkele jaren eerder tijdens de Vierde Kruistocht in Constantinopel verworven (of ontvreemd) en door koning Filips van Zwaben aan de Maastrichtse Mariakerk geschonken, waar het ruim zes eeuwen lang bewaard zou blijven.[2] Blijkbaar had het kruis een dusdanige aantrekkingskracht op pelgrims, dat het Sint-Servaaskapittel, volgens Coelmont, besloot een soortgelijk kruis te laten maken.

Over de identiteit van de maker van het kruis bestond lange tijd onduidelijkheid, maar sinds 1966 is zeker dat deze 'Meester Ulricus' de Neurenbergse zilversmid Ulrich Peters is, die in 1489 burger van Maastricht werd.[3] Waarschijnlijk woonde hij toen al een aantal jaren in de stad. Aangenomen mag worden dat Ulrich Peters in korte tijd een goede naam had weten op te bouwen, want kort na zijn opname in het Maastrichtse zilversmedenambacht ontving hij van het kapittel van Sint-Servaas de eervolle opdracht voor het patriarchaalkruis. Ulrich Peters benutte waarschijnlijk een bestaand reliekenkruis en smeedde daarvoor een sierlijk voetstuk in laat-gotische stijl. Hoewel het kruis geen keurtekens bevat, is het zeker gekeurd; aan de onderkant van de voet zijn op twee plaatsen trembleerstreken te zien, zigzag verlopende groeven in het zilver die erop duiden dat het zilvergehalte gecontroleerd is. Het is niet onmogelijk dat Ulrich Peters nog meer opdrachten kreeg van het Sint-Servaaskapittel, want de Maastrichtse humanist en stadshistoricus Matthaeus Herbenus beschrijft verschillende andere zilveren voorwerpen, waaronder de Thomasarm, die de kerk rond dezelfde tijd verwierf.[4] In elk geval vervaardigde hij in 1506 in opdracht van het stadsbestuur van Hasselt een zilveren bokaal, die als geschenk werd aangeboden aan de nieuwe prins-bisschop van Luik, Everhard van der Marck. Dit object ging helaas verloren. Zeker is ook dat Ulrich Peters van 1502 tot 1524 als stempelsnijder werkzaam was bij de enkele jaren tevoren heropende hertogelijke munt van Maastricht.

Herkomst kruisreliekenBewerken

Hoe het Sint-Servaaskapittel aan het einde van de 15e eeuw kon beschikken over enkele tientallen stukjes van het Heilig Kruis is niet bekend. Mogelijk bevonden deze zich reeds in de kerkschat. De schatkamer van Sint-Servaas bezit ook heden nog verschillende reliekhouders met kruisrelieken, o.a. het borstkruis van Sint-Servaas en een vijftal verguld zilveren reliektafels uit de 14e eeuw. Minstens twee kruisreliekhouders zijn in de loop der eeuwen verloren gegaan: het kruis dat ooit op de eveneens verloren gegane Einhardsboog was gemonteerd en het zogenaamde kruisje van Constantijn, dat evenals het patriarchaalkruis een imitatie was van een reliekhouder in de kerkschat van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel.[5] Het is mogelijk dat relieken uit deze of andere niet meer bestaande kruisreliekhouders hergebruikt zijn in het patriarchaalkruis.[6] De houtsnippers in het patriarchaalkruis zijn nooit op ouderdom onderzocht.

RestauratieBewerken

 
Het kruis in 1913

In 1991 werd het patriarchaalkruis in opdracht van de Stichting Schatkamer Sint-Servaas gerestaureerd door de Akense restaurateur en zilversmid Gerhard Thewis (die o.m. het Karlschrein in de Dom van Aken restaureerde). De restauratie was nodig omdat het kruis, en met name het voetstuk, instabiel was geworden. Bij de restauratie werd de voet met zilver verzwaard en de houder voor het kruis beter passend gemaakt. Tevens verving Thewis een van de acht pinakels.

Ten behoeve van de restauratie werd het kruis gedemonteerd en werden alle onderdelen gedocumenteerd. Thewis bevestigde het bestaande vermoeden dat de twee afzonderlijke delen van het kruis, de voet en het eigenlijke dubbelkruis, uit verschillende perioden stammen, waarbij het kruis ouder is dan de voet. Bij het samensmeden van de twee delen (in 1490?) werd het dubbelkruis aangepast, wat nog steeds zichtbaar is. Op grond van de aanwezigheid van spijkergaatjes concludeerde Thewis dat het kruis oorspronkelijk met edelstenen versierd was, terwijl de partikels van het Heilig Kruis oorspronkelijk met spijkertjes direct op de reliekhouder bevestigd waren. Op het moment dat het dubbelkruis op de nieuw-gesmede voet bevestigd werd, werd tevens voor een glazen bescherming van het Kruishout gekozen.[7]

BeschrijvingBewerken

Het patriarchaalkruis is een 73,3 cm hoog en 41 cm breed reliekenkruis van verguld zilver op een voet met een middellijn variërend van 32 tot 40 cm. Het object bestaat uit twee delen:

  • het eigenlijke reliekenkruis in de vorm van een patriarchaal kruis met 32 partikels van het Heilig Kruishout achter kristallen plaatjes met geslepen randen in een sobere, zilveren vatting;
  • het rijkversierde, gesmede voetstuk in laatgotische stijl met een 8-lobbige, geprofileerde voet met daarop een eveneens 8-kantige, langwerpige schacht, die is versierd met ajourwerk waarin diverse architecturale elementen zijn verwerkt (accolade-vormige vensteropeningen, steunberen en pinakels). Aan de bovenkant van de schacht bevindt zich een opengewerkte nodus.

Het kruis bevat geen zilverkeurmerk, jaarletter of meesterteken; wel zijn er twee trembleerstreken op de onderkant van de voet aangetroffen, waaruit blijkt dat het zilver gekeurd is.