Hoofdmenu openen

Patiëns is in de taalkunde de benaming voor een thematische relatie die uitdrukt dat het betreffende zinsdeel de door middel van het werkwoord beschreven handeling ondergaat. De patiëns onderscheidt zich van het thema doordat hij niet alleen de handeling ondergaat maar hierbij ook nog aan een bepaalde verandering (bijvoorbeeld in vorm of structuur) onderhevig is. Een zin met een patiëns bevat ook altijd een agens. Een voorbeeld is de zin

  • Jan eet een appel.

In deze zin is Jan de agens en een appel de patiëns.

In sommige talen zoals het Japans wordt de functie van patiëns gemarkeerd door middel van aparte suffixen, bijvoorbeeld het suffix  |o| (in het Hiragana geschreven als  を).

De patiëns wordt heel vaak op één lijn getrokken met het lijdend voorwerp, waar het slechts gedeeltelijk mee overeenkomt. Bij het lijdend voorwerp ligt de nadruk meer op de relatie met andere zinsdelen zoals het onderwerp , terwijl bij de patiëns de relatie met het werkwoord centraal staat. In de 2 zinnen

  • De hond bijt de man
  • De man wordt door de hond gebeten

is de man in beide gevallen de patiëns. Alleen in de eerste zin is de man echter ook het lijdend voorwerp. In de tweede zin is de man het onderwerp en de hond het handelend voorwerp.

Zie ookBewerken