Papil van Vater

plaats waar de afvoerbuis van de galblaas en de afvoerbuis van de alvleesklier uitmonden in de twaalfvingerige darm

Papil van Vater (wetenschappelijke term: papilla vateri of papilla duodeni) is de plaats waar de ductus choledochus (afvoerbuis van de galblaas of galgang), de ductus hepaticus (afvoerbuis van de lever) en de ductus pancreaticus (afvoerbuis van de alvleesklier) uitmonden in de twaalfvingerige darm. Rond de papil van Vater bevindt zich een kringspier, de sfincter van Oddi, die toevoer van de spijsverterende stoffen (gal, enzymen en natriumbicarbonaat) in het spijsverteringskanaal regelt.

Papil van Vater
papilla duodeni major, papilla Vateri
Binnenkant de twaalfvingerige darm, met de papil van Vater
Naslagwerken
Dorlands/Elsevier p_03/12610350
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De papil bevindt zich in de twaalfvingerige darm vlak na de uitgang van de maag en is te herkennen aan een verdikking in het slijmvlies van de twaalfvingerige darm.

De naam komt van de Duitse anatoom Abraham Vater,[1] die de structuur in 1720 voor het eerst beschreef.