Oudpruisisch

taal

Het Oudpruisisch is een uitgestorven West-Baltische taal, die tot 1700 werd gesproken door de oude Pruisen in het gebied tussen de Wisła (Vistula, Weichsel, Wijssel) en de Memel. Dit gebied werd later Oost-Pruisen (nu het noordoosten van Polen en de Kaliningrad oblast van Rusland), onder de Duitse kolonisatie in het begin van de 13de eeuw. Deze taal was verwant aan het Lets en het Litouws. Ze is bekend door een woordenlijst uit ca. 1400 en drie uit het Duits vertaalde catechismussen uit de 16de eeuw.

De tweede Oudpruisische catechismus, Koningsbergen, 1545

In het Oudpruisisch zelf werd de taal "Prūsiskan" (Pruisisch) genoemd of "Prūsiskai Bilā" (de Pruisische taal).

Momenteel zijn er enkele gemeenschappen in Litouwen en Polen die trachten om deze taal nieuw leven in te blazen.