Hoofdmenu openen

Otto van Nassau-Neuweilnau

Graaf van Nassau-Neuweilnau (1629-1632)

Otto van Nassau-Neuweilnau (Saarbrücken, 24 februari 1610 o.s.[1] - Straatsburg, 24 november 1632)[2][3][4] was graaf van Nassau-Neuweilnau, een deel van het graafschap Nassau. Hij stamt uit de Walramse linie van het huis Nassau.

Otto
Nassau wapen.svg Graaf van Nassau
Saarbrücken wapen.svg Graaf van Saarbrücken
Blason Sarrewerden France Bas-Rhin.svg Graaf van Saarwerden
Regeerperiode 1627-1629
Co-regent Willem Lodewijk
Johan
Ernst Casimir
Voorganger Lodewijk II
Opvolger n.v.t.
Nassau wapen.svg Graaf van Nassau-Neuweilnau
Regeerperiode 1629-1632
Voorganger n.v.t.
Opvolger Willem Lodewijk
Johan
Ernst Casimir
Militaire informatie
Rang Ritmeester
Slagen/oorlogen Dertigjarige Oorlog
Huis Nassau-Neuweilnau
Vader Lodewijk II van Nassau-Saarbrücken
Moeder Anna Maria van Hessen-Kassel
Geboren 24 februari 1610 o.s.
Saarbrücken
Gestorven 24 november 1632
Straatsburg
Begraven Saarbrücken
Religie Luthers
Wapenschild
Het wapen van de graven van Nassau, Saarbrücken en Saarwerden sinds 1527

BiografieBewerken

Otto was de negende zoon van graaf Lodewijk II van Nassau-Saarbrücken en Anna Maria van Hessen-Kassel,[2][3][4] dochter van landgraaf Willem IV van Hessen-Kassel en Sabina van Württemberg.[2][3][4]

Graaf van Nassau-NeuweilnauBewerken

Otto volgde in 1627 zijn vader op samen met zijn broers Willem Lodewijk, Johan en Ernst Casimir. Otto stond onder regentschap van zijn oudste broer Willem Lodewijk. Hij verkreeg in 1629 bij een eerste deling Neuweilnau.[5] Kort daarna werd het bezit van de broers bedreigd door het restitutie-edict van 2 maart 1629, toen de keurvorsten van Mainz en Trier aanspraak maakten op de sinds het Verdrag van Passau (1552) geconfisqueerde kerkgoederen.

Op 7 juli 1629 besliste het Rijkskamergerecht in het geschil tussen Lotharingen en Nassau dat stad en kasteel Saarwerden, Bockenheim en Wiebersweiler als lenen van Metz aan Lotharingen gegeven zouden moeten worden; de rest van het graafschap Saarwerden zou bij Nassau moeten blijven. De hertog van Lotharingen nam echter onmiddellijk bezit van het hele graafschap Saarwerden en de voogdij Herbitzheim. Willem Lodewijk begaf zich naar de vorstendag te Regensburg en verkreeg op 23 juli 1631 de keizerlijke belening (hoewel hij had geweigerd zich bij de Katholieke Liga aan te sluiten of er troepen voor beschikbaar te stellen).

Dertigjarige OorlogBewerken

In de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) had Lodewijk II een voorzichtige neutraliteit gehandhaafd, die knellende inkwartieringen in zijn bezittingen echter niet voorkomen kon. Toen koning Gustaaf II Adolf van Zweden aan het einde van het jaar 1630 naar de Rijn kwam, stelden Otto en zijn broers zich te zijner beschikking en verklaarden daarmee de oorlog aan hun keizer. Otto nam als ritmeester dienst in het Zweedse leger.[6]

Kort nadat koning Gustaaf Adolf op 16 november 1632 was gesneuveld, overleed Otto op 24 november 1632 in Straatsburg. Hij werd begraven te Saarbrücken.[4] Zijn gebied werd na zijn dood door zijn broers gezamenlijk bestuurd tot de herverdeling in 1651.[6]