Hoofdmenu openen

Otto V van Beieren

Duits soevereine (1346-1379)

Otto V van Beieren bijgenaamd de Beier (circa 1340/1342 - 15 november 1379) was van 1351 tot 1356 markgraaf en van 1356 tot 1373 keurvorst van Brandenburg, van 1347 tot 1349 hertog van Beieren en van 1349 tot 1351 hertog van Opper-Beieren. Hij behoorde tot het huis Wittelsbach.

Otto V van Beieren
1340/1342-1379
Standbeeld van Otto V van Beieren in de Siegesallee in Berlijn door Adolf Brütt (1899).
Standbeeld van Otto V van Beieren in de Siegesallee in Berlijn door Adolf Brütt (1899).
Markgraaf en keurvorst van Brandenburg
Samen met Lodewijk VI (1351-1365)
Periode 1351-1373
Voorganger Lodewijk V
Opvolger Wenceslaus
Hertog van Beieren
Samen met Lodewijk V, Lodewijk VI, Stefanus II, Willem I en Albrecht I
Periode 1347-1349
Voorganger Lodewijk IV
Opvolger Verdeling Beieren
Hertog van Opper-Beieren
Samen met Lodewijk V en Lodewijk VI
Periode 1349-1351
Voorganger Nieuwe functie
Opvolger Lodewijk V
Vader Lodewijk IV van Beieren
Moeder Margaretha II van Henegouwen

LevensloopBewerken

Otto V was de vierde zoon van hertog Lodewijk IV van Beieren, bovendien keizer van het Heilige Roomse Rijk, en diens tweede echtgenote, gravin Margaretha II van Henegouwen. Hij had als bijnaam de Romein omdat hij in Rome werd geboren toen zijn ouders naar daar waren gereisd voor de kroning van zijn vader tot keizer van het Heilige Roomse Rijk.

In oktober 1347 stierf zijn vader, waarna Otto V hem samen met zijn vijf broers opvolgde als hertog van Beieren en als graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. Omdat het moeilijk te regeren was met zes broers, werden op 12 september 1349 Beieren en de overige bezittingen van het huis Wittelsbach in de Nederlanden verdeeld. Otto V, zijn oudste broer Lodewijk VI en zijn oudste halfbroer Lodewijk V kregen Opper-Beieren, terwijl de andere broers Stefanus II, Willem I en Albrecht I het Neder-Beieren en de graafschappen Holland, Zeeland en Henegouwen kregen.

In december 1351 stond zijn oudste halfbroer Lodewijk V het markgraafschap Brandenburg af aan Otto V en zijn broer Lodewijk VI, maar in ruil moesten beide broers hun rechten op het hertogdom Opper-Beieren laten vallen. In 1356 kregen Lodewijk VI en Otto V de rang van keurvorst. Omdat Otto V in die periode nog minderjarig was, groeide hij op in de landerijen van zijn moeder in de Nederlanden onder de voogdij van Lodewijk V. In 1360 werd Otto V volwassen verklaard, waarna hij samen met zijn broer Lodewijk VI het keurvorstendom Brandenburg bestuurde. Na de dood van Lodewijk VI in 1365 bleef Otto als enige keurvorst over.

Op 19 maart 1366 huwde hij met Catharina van Bohemen (1342-1386), een dochter van koning Karel IV van Hongarije, die ook keizer van het Heilige Roomse Rijk was, en weduwe van hertog Rudolf IV van Oostenrijk. Het huwelijk bleef kinderloos. Reeds in 1364 hadden Otto V en zijn oudere broer Lodewijk VI, die eveneens kinderloos was, aan Karel IV de erfopvolging beloofd in Brandenburg. Ze hadden dit gedaan uit wraak voor het conflict met hun broer Stefanus II in verband met de erfopvolging in Opper-Beieren na de dood van hun neef Meinhard III, de zoon van Lodewijk V.

In 1371 viel Karel IV Brandenburg binnen, nadat Otto beslist had om zich niet meer bezig te houden met de regeringszaken in Brandenburg. In 1373 deed hij officieel troonsafstand als keurvorst in ruil voor een enorme geldcompensatie en trok hij zich terug in Beieren. Dit betekende het einde van de Wittelsbach-regering in Brandenburg. Otto bleef wel de rest van zijn leven de titel van keurvorst behouden en werd door zijn broer Stefanus II aanvaard als medeheerser in Beieren, omdat Otto van Karel IV als compensatie voor zijn troonsafstand ook landerijen in de Beierse Nordgau had gekregen. Tot aan zijn dood in 1379 verbleef hij in het kasteel Wolfstein in Landshut, waar hij zich vooral bezighield met amusement.