Hoofdmenu openen

Oteppe is een dorp in de Belgische provincie Luik en een deelgemeente van Burdinne. Oteppe heeft een oppervlakte van 6,95 km² en telt ongeveer 600 inwoners.

Oteppe
Deelgemeente in België Vlag van België
Oteppe (België (hoofdbetekenis))
Oteppe
Situering
Gewest Vlag Waals Gewest Wallonië
Provincie Vlag Luik (provincie) Luik
Gemeente Burdinne
Coördinaten 50° 35′ NB, 5° 8′ OL
Algemeen
Oppervlakte 6,95 km²
Inwoners 600
Detailkaart
Oteppe (Luik (provincie))
Oteppe
Locatie in Luik (provincie)
Foto's
De kerk van Oteppe
De kerk van Oteppe
Portaal  Portaalicoon   België

Inhoud

GeografischBewerken

Het dorp ligt grotendeels in de vallei van de Burdinale, een zijriviertje van de Mehaigne, en maakt deel uit van het Natuurpark van de Valleien van de Burdinale en de Mehaigne. Het hoogstgelegen punt van Oteppe (160 meter) bevindt zich in de onmiddellijke omgeving van het kasteel.

GeschiedenisBewerken

Op het grondgebied van Oteppe werden Romeinse graven aangetroffen, zodat men ervan uitgaat dat de plaats al minstens sinds die periode bewoond is. De eerste schriftelijke vermelding dateert evenwel van 1034. Het dorp was afhankelijk van het gerechtshof van Wanze en het oude graafschap Moha, maar werd in de 13e eeuw aan de bisschop van Luik geschonken en bij de Bisschoppelijke Tafel ingedeeld. In 1762 werd de heerlijkheid verpand aan de familie de Lochon, die het goed tot het einde van het Ancien Régime behield.

Tijdens de 19e eeuw telde men in Oteppe enkele bescheiden steengroeven. De meerderheid van de bevolking leefde echter van de landbouw. Hoewel Oteppe ook vandaag nog een belangrijk aantal landbouwers telt, werkt meer dan 1/3 van de bevolking buiten het dorp.

In 1946 begon Maurice Gochel in de rue du Crucifix met het uitbaten van een bloemmolen. Guy Gochel, die na het overlijden van zijn vader in 1958 de zaak overnam, verplaatste de molen een driehonderdtal meter en besloot zich ook te gaan toeleggen op de verkoop van meststoffen aan plaatselijke landbouwers en particulieren. Vandaag heeft het bedrijfje een tiental arbeiders in dienst.

Tot omstreeks 1950 werd in een fabriekje in Oteppe mineraalwater gebotteld, afkomstig uit een bron in de nabijheid van het kasteel. Het bronwater werd onder de merknaam "Oteppo" gecommercialiseerd.

In 1952 werd de naar inwonertal kleine, maar in oppervlakte bijna even uitgestrekte gemeente Vissoul bij de gemeente Oteppe gevoegd. Sinds 1977 maken beide plaatsen deel uit van de gemeente Burdinne.

Het kasteel van Oteppe en het domein eromheen wordt sinds 1979 uitgebaat als een vakantiecentrum ("L'Hirondelle") met hotel, camping, vakantiechalets en bungalows, zwembaden, speelplein en visvijvers; zodoende is de bevolking van het dorp tijdens de zomermaanden zo goed als verdubbeld.

Evolutie van het inwoneraantalBewerken

19e eeuwBewerken

Jaar 1806 1816 1830 1846 1856 1866 1876 1880 1890
Inwoneraantal 458 539 573 616 672 695 727 749 760
Opmerking:resultaten volkstellingen op 31/12

m

20e eeuw tot aan fusie met BurdinneBewerken

Jaar 1900 1910 1920 1930 1947 1961 1970 1976
Inwoneraantal 743 734 623 568 481 646 557 573
Opmerking:resultaten volkstellingen op 31/12 tot en met 1970 + 31/12/1976
In 1952 werd de gemeente Vissoul (178 inwoners) aangehecht

BezienswaardighedenBewerken

Enkele belangwekkende woningen uit het einde van de 18e en de eerste helft van de 19e eeuw staan gegroepeerd in het dorpscentrum (rue de l'Eglise 1 & 2, rue des Pages 6, 7 & 8, thier de l'Eglise 1 & 2 en rue de Goria 26 & 28). Op de hoek van de rue de la Burdinale (nr. 76) met de rue du Château bleef een 19e-eeuwse smidse bewaard.

  • Sint-Michielskerk (thier de l'Eglise)

Het begevingsrecht van de kerk van Oteppe was sinds 1304 in handen van de abdij van Orval te Villers-devant-Orval. De abdij bezat te Oteppe ook het recht tienden te heffen.

Op 19 februari 1700 gaf de abdij meester-metselaar François Mierdo de opdracht de toren en de hoofdbeuk van de kerk te herbouwen. In 1774 werd aan architect Arnold Dumoulin gevraagd een nieuw koor te ontwerpen. Meester-metselaar Jean Grognar werd met de uitvoering van de plannen belast.

Op 6 mei 1830 besliste de kerkfabriek van Oteppe hoofdbeuk en koor opnieuw te laten herbouwen. Dit nieuwe project was mogelijk dankzij pastoor Gilles-Joseph Maison (+1838) van Oteppe. Deze gewezen monnik van de opgeheven abdij van Beaurepart te Luik was al financieel bijgesprongen voor de bouw van een brug over de Burdinale en een nieuwe school in het dorp. Voor de verbouwing van de kerk droeg hij 30.000 frank bij. Architect Emile Vierset van Hoei tekende de plannen, terwijl de werken werden uitgevoerd door ondernemers Joseph Neuville en Constant Duchesne van Oteppe. De natuursteen werd geleverd door Licour van Lavoir en timmerman Nicolas Mouton stond voor het gebinte in. De werken namen het grootste deel van 1832 en 1833 in beslag. De toren werd in 1887 opnieuw opgetrokken door aannemer Henri Gilsoul van Merdorp, naar plannen van architect François Feuillat van Hoei. De werken verliepen moeizaam. Zo moest het gewelf van het schip opnieuw afgebroken en herbouwd worden om de toren te kunnen dragen. Deze werken werden uitgevoerd door timmerman Désiré Labye, metselaar Théophile Vost en gipsbeeldhouwer Jean Herman.

Het kerkmeubilair is van de 18e of de 19e eeuw. De communiebank en de preekstoel (beide uit 1834) zijn werk van Nicolas Lespineux. Het 18e-eeuwse hoofdaltaar stond oorspronkelijk in de Sint-Quirinuspriorij te Hoei.

 
Kasteel van Oteppe
  • Kasteel (rue du Château 1)

Het kasteel van Oteppe werd vanaf de 17e eeuw bewoond door de familie de Lochon. Het is hun wapenschild dat het fronton van het hoofdgebouw siert. Het complex van in u-vorm gerangschikte gebouwen dateert van de 17e (toegangspoort) tot de 19e eeuw (delen van het hoofdgebouw en de in kalksteen opgetrokken paardenstallen). Op de binnenkoer verstevigt een 16e-eeuwse, ronde toren de gewezen stallingen. Twee losstaande torens in het park, eveneens uit de 16e eeuw, maakten in het verleden waarschijnlijk deel uit van de omwalling van het kasteel. Binnenin het woongedeelte maken een aantal marmeren schoorsteenmantels, het mooie stucwerk in de kamers en de salon met haar zware lambrisering en de erin verwerkte schilderijen op doek, het meest indruk.

LiteratuurBewerken

  • Roger Delooz, Héron et Burdinne – Lonzée 2005.
  • Amédée De Ryckel, Les Communes de la province de Liège. Notices historiques – Luik 1892.
  • Richard Forgeur & Georges Hansotte, Oteppe in Inventaire des archives des cures déposées aux Archives de l'Etat à Liège, deel VII, pp. 54–55 – Brussel 1963.
  • Georges Hansotte, Oteppe in Inventaire des archives communales déposées aux Archives de l'Etat à Liège", deel IV, pp. 33–34 – Brussel 1962.
  • Paroisse d’Oteppe in Le Bulletin diocésain, 1e jaargang – Hoei april 1910.