Orgelfront

de voorkant van de orgelkast die men vanuit de kerk of concertzaal ziet

Een orgelfront, soms ook prospect genoemd, is de voorkant van de orgelkast die men vanuit de kerk of concertzaal ziet. Het front is voorzien van frontpijpen of prospectpijpen. De eigenlijke orgelkast is de houten kast waarin zich het pijpwerk van een pijporgel bevindt. Vaak is de kast versierd met houtsnijwerk.

FrontpijpenBewerken

De frontpijpen worden ook wel "prospectpijpen" of "prestant" genoemd (afgeleid van het Latijnse "prestare" wat "vooraan staan" betekent). De prestant is het belangrijkste labiaalregister met open cilindrische pijpen. Het staat vooraan op de windlade en is meestal gedeeltelijk in het orgelfront verwerkt.

Frontpijpen werden vaak versierd door ze te beschilderen (in de renaissance met allerlei maskers), te ciseleren en/of ze te vergulden. Vooral in Engeland is het beschilderen een gewoonte geworden.

Torens en veldenBewerken

De frontpijpen worden in vlakke velden en hoekige of halve cilindervormige torens opgesteld. Torens op een half cirkelvormig grondvlak worden "ronde torens" genoemd, torens op een driehoekig grondvlak "spitse torens". Staan er meerdere (twee of drie) reeksen kleine pijpjes boven elkaar, dan wordt gesproken van "gedeelde velden". Meestal worden de frontpijpen nog omlijst door fraai uitgevoerd sierwerk.

OrgelluikenBewerken

Tot het begin van de 18de eeuw werd de open voorkant van de orgelkast vaak voorzien van scharnierende luiken ter afsluiting en verfraaiing. Deze luiken werden meestal mooi beschilderd. Vaak werd ook het borstwerk met luiken afgesloten, zodat bij gesloten luiken een speciaal klankeffect kon worden verkregen. Eind 17de eeuw begint een overgangsfase: sommige nieuwe orgels, zoals de orgels van Arp Schnitger, worden zonder frontdeuren gemaakt. Op andere plaatsen komen rond 1720 nog frontdeuren voor.

Loos frontBewerken

In een zogenaamd "loos front" zitten er geen sprekende maar stomme frontpijpen: dit kunnen houten sierpijpen zijn die eruitzien als orgelpijpen, bijvoorbeeld door ze te voorzien van tinfolie. Het kunnen ook echte orgelpijpen zijn, die niet spreken doordat ze niet zijn aangesloten op het eigenlijke instrument.

Zie ookBewerken

LiteratuurBewerken

  • A. HILL, The organ cases and organs of the middle ages and renaissance, 1883
  • W. KAUFMANN, Der Orgelprospekt, 1949
  • A.J. GIERVELD, Orgelfront, in: J. ROBIJNS & Miep ZIJLSTRA (red.), Algemene Muziek Encyclopedie deel 7, 1982, p.313
  • Jan JONGEPIER, Toegang tot het orgel, 1998, p.135,139