Hoofdmenu openen

Openbaring van Johannes

het laatste boek van de Bijbel
(Doorverwezen vanaf Openbaring aan Johannes)

De Openbaring van Johannes, vaak kortweg Openbaring genoemd, of naar de Griekse naam, de Apocalyps, is het laatste boek van het Nieuwe Testament en daarmee eveneens van de gehele Bijbel. Traditioneel werd aangenomen dat het de apostel Johannes is die te kennen geeft dit boek op Patmos te hebben geschreven. De auteur wordt in het algemeen om verwarring te voorkomen als "Johannes van Patmos"[1] aangeduid. Het werd geschreven in het Koinè-Grieks, en volgens de aanhef gaat het om een openbaring van Jezus aan Johannes. Toen het boek werd geschreven werden de christenen al door de Romeinen vervolgd.

Openbaring
Johannes op Patmos door Jheronimus Bosch
Johannes op Patmos
door Jheronimus Bosch
Auteur Johannes
Tijd 70
Taal Oudgrieks
Categorie openbaring
Hoofdstukken 22
Vorige boek Judas

De naam is een letterlijke vertaling van de Griekse titel 'Αποκάλυψη του Ιωάννη' (Apokalypsè tou Ioánnè), reden waarom het ook wel de Apocalyps wordt genoemd. Het boek telt 22 hoofdstukken. Het is het enige profetische boek in het Nieuwe Testament. Vanwege de vele toespelingen op het Oude Testament en op toestanden uit de tijd van de schrijver is de Openbaring van Johannes voor velen het moeilijkst te begrijpen boek van het Nieuwe Testament. Bovendien worden in Openbaring zeer veel metaforen gebruikt, waarvan de betekenis moeilijk te bevatten is, of voor meerdere uitleggingen vatbaar.

Inhoud

Indeling van het boekBewerken

 
De zeven gemeenten
  1. Aan de zeven gemeenten[2]
  2. Aanbidding van God en van het Lam[3]
  3. De eerste zes zegels[4] (met de de vier ruiters van de Apocalyps als eerste vier zegels). Het vijfde zegel betrof de zielen onder het altaar van de gelovige christenen die zijn gestorven als martelaren tijdens de Grote Verdrukking. En het zesde zegel betrof een zware aardbeving, het zwart (donker) worden van de zon en het bloedrood worden van de maan.[5]
  4. De 144.000 voor de troon[6]
  5. Het zevende zegel[7]: een stiltemoment van een half uur en daarna de zeven engelen met de zeven bazuinen.
  6. De eerste zes bazuinen[8]
  7. De geopende boekrol[9]
  8. De twee getuigen[10]
  9. De zevende bazuin[11]
  10. De vrouw, de draak en de twee beesten[12]
  11. Het Lam en de zijnen; het oordeel[13]
  12. De zeven offerschalen[14]
  13. Het oordeel over Babylon[15]
  14. Het beest en zijn profeet verslagen[16]
  15. De eerste opstanding en de tweede dood[17]
  16. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde[18]
  17. Slot[19]

AuteurBewerken

In de vroege kerk was men er vanaf de 2e eeuw n.Chr. van overtuigd dat de ik-persoon Johannes in Openbaring een aanduiding was van de apostel Johannes of Johannes de evangelist, de schrijver van het evangelie volgens Johannes. In de Oosters-orthodoxe kerken was dit omstreden en werd Openbaring lange tijd niet gerekend tot de canon van het Nieuwe Testament.

Papias († ca. 130 n.Chr.) schreef het boek een apostolische herkomst toe, net als Justinus de Martelaar († ca. 165 n.Chr.).[20] Ireneüs zei uitdrukkelijk dat de apostel Johannes de auteur was, en dit werd bevestigd door Clemens van Alexandrië († ca. 215) en Tertullianus († na 220). Origenes († ca. 254) schreef: "Johannes, die aan de borst van Jezus lag, liet uiteindelijk een evangelie na. ... Hij schreef de Apokalyps."

Deze opvatting wordt in de huidige exegese niet meer gehanteerd. De taalkundige, inhoudelijke en stijlkundige afwijkingen worden hiervoor genoemd. De auteur van Openbaring beweert nergens een apostolisch gezag te hebben zoals Paulus dat wel deed. Hij noemde hiervoor driemaal zijn naam,[21][22] terwijl de auteur van het Johannesevangelie het noemen van zijn naam vermeed.[23] Ook Dionysius van Alexandrië († 264) droeg volgens Eusebius van Caesarea al argumenten aan, op basis waarvan hij meende dat de auteur van Openbaring niet dezelfde Johannes is als de schrijver van het evangelie naar Johannes.[24]

Tegenwoordig wordt aangenomen dat de auteur een vroegchristelijke profeet was, die zich tot een groep profeten rekende, zijn "medeprofeten".[25] Het taalgebruik en de denkwereld wijzen op een herkomst uit het Joodse christendom in Palestina. In de tekst zelf schreef de auteur dat hij verbannen was naar Patmos, voor de kust van Efeze.[1]

CanoniciteitBewerken

In de 4e eeuw betwijfelden Johannes Chrysostomus en andere bisschoppen of dit boek in het Nieuwe Testament thuis hoorde, voornamelijk door de problemen die de interpretatie gaf en het gevaar van misbruik. De kerkvader Origenes ging hen voor, hij beschouwde de Openbaring als een verzameling van wilde dromerijen, waaruit niemand wijs kan worden.[bron?] Christenen in Syrië verwierpen het ook omdat het montanisme zich op dit boek baseerde. Het werd uiteindelijk wel in de nieuwtestamentische canon opgenomen. De oosters-orthodoxe kerk gebruikt het boek niet in de liturgie.

DateringBewerken

Traditioneel wordt het boek in 96 gedateerd, tijdens de regering van keizer Domitianus, hoewel sommigen argumenteren voor een vroegere datum, meestal 68 of 69, tijdens de regering van Nero. Voor de latere datering pleit de getuigenis van de kerkvader Ireneus, die informatie ontving van hen die Johannes persoonlijk gekend hadden. Hij schrijft dat de openbaring "niet vreselijk lang geleden gezien" was. Ander bewijs voor de latere datum is van interne aard: het boek zinspeelt op uitgebreide vervolging, die de christenen in Klein-Azië treft. Dat past beter bij de regering van Domitianus dan bij de regering van Nero. Nero's vervolging was geconcentreerd in het gebied rond Rome, hoewel ook Paulus in Klein-Azië problemen ondervond.

Belangrijke stromingen inzake de interpretatieBewerken

Er zijn drie belangrijke scholen voor wat betreft de wijze waarop de symboliek, de beelden en de inhoud van het boek geïnterpreteerd dienen te worden.

  • De Bijbelse profetie gedachtenschool ziet de inhoud van het boek, zeker in samenhang met de boeken Daniël, Ezechiël en andere eschatologische delen van de Bijbel als een profetie van de eindtijd. Deze school kan verder worden onderverdeeld in:
    • een historische of contemporaine of preterische uitleg waarin het boek betrekking heeft op de gebeurtenissen in de eerste eeuw;
    • een futuristische of eschatologische visie waarin het boek betrekking heeft op toekomstige gebeurtenissen in de eindtijd;
    • een algemeen-historische visie waarin het boek de periode van de eerste eeuw tot de wederkomst omvat;
    • een heilshistorische uitleg waarbij elementen uit de contemporaine en de futuristische gecombineerd worden.
  • De historisch-kritische benadering, welke dominant werd onder kritische theologen tegen het eind van de 19e eeuw, probeert het boek te begrijpen in het kader van de apocalyptische literatuur, die populair was binnen zowel de christelijke als joodse traditie sinds de Babylonische diaspora, het patroon van het boek Daniël volgend.
  • Recentelijk is de esthetische en literaire benadering opgekomen, die zich focussen op het boek Openbaring als een literair kunstwerk en verbeelding, het visioen ziend als symbolische afbeelding van tijdloze overwinning van goed over kwaad.

Deze scholen sluiten elkaar niet uit, en veel christenen gebruiken die combinatie van benaderingen die zij nuttig achten.

Symboliek tegen RomeBewerken

Zekere analytische interpretaties hebben geleid tot de aanname dat Openbaring niet over een christelijke visie op goed tegen kwaad spreekt, maar over het destijds als sekte aangemerkte Jodendom tegen het Romeinse Rijk. Volgens dergelijke interpretaties zijn er verschillende verwijzingen naar Rome opgenomen, waaronder:

  • Het getal van het Beest, 666, dat volgens bepaalde berekeningen gebaseerd op het Hebreeuws te herleiden is naar de toenmalige keizer Nero. Er zijn echter nog veel meer interpretaties van dit getal.
  • De hoer van Babylon gezeten op het beest met de zeven koppen, dat symbool zou staan voor Rome, de hoofdstad van het naar de Joodse sekte toe vijandige Romeinse Rijk, die gebouwd is op zeven heuvels.

LiteratuurBewerken

Externe linksBewerken