Oorlogseconomie

De opmaak van dit artikel is nog niet in overeenstemming met de conventies van Wikipedia. Mogelijk is ook de spelling of het taalgebruik niet in orde. Men wordt uitgenodigd deze pagina aan te passen.

De term oorlogseconomie beschrijft de situatie waarbij de inrichting van de economie ondergeschikt wordt gemaakt aan een bepaald belang, meestal een bedreiging van het landsbelang.

Eén van de mechanismen van oorlogseconomie is het financieren door middel van 'gedrukt geld'. Een andere aspect van een oorlogseconomie is het buitenspel zetten van civiele prioriteiten, of het afwentelen van kosten buiten de economie. Vormen van afwentelen van kosten posten zijn het dumpen van afval indien het te veel inspanning kost om dat volgens civiele prioriteiten -meestal de reguliere wetten- te doen.

Vanwege het aspect van buitenspel zetten van niet-economische afwegingen, en het afwentelen van kosten buiten de economie wordt een oorlogseconomie ook wel vergeleken met een doorgeslagen kapitalistisch stelsel. Kapitalisme optimaliseert op het externaliseren van kosten, een oorlogseconomie kenmerkt zich door het buitensluiten, ook wel het negeren of schrappen, van kostenposten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld schoof het UK al het niet-essentiële onderhoud vooruit. Dit had tot gevolg dat bijvoorbeeld de spoorwegen na de oorlog in totaal ontredderde staat verkeerden.

Als men het model van "operate-sustain-improve-regenerate" voor toelichting gebruikt dan beslaat de economie over het algemeen alle vier de stadia van bedrijf, maar een oorlogseconomie niet veel meer dan de eerste twee stadia, 'operate' en 'sustain'. Alleen voor die aspecten die direct verbonden zijn met 'de bedreiging van het landsbelang' worden ook nog de stadia 'improve' en 'regenerate' toegelaten. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat fabrieken verboden worden hun originele product te fabriceren, maar -al dan niet gedwongen- overgaan tot de productie van oorlogsgoed. Zo kan een textielfabriek bijvoorbeeld gedwongen worden om uniformen te gaan fabriceren.

Ook in niet-oorlogssituaties kan gesproken worden van een oorlogseconomie. Zo werd tijdens de uitbraak van het coronavirus in 2020 meermaals gesproken van "een oorlogseconomie'" in Italië. Dit verwees dan vooral naar het gedwongen sluiten van fabrieken om de besmetting van personeelsleden te voorkomen.