Olmeken

De Olmeken waren een Meso-Amerikaans volk dat tijdens de formatieve periode in het zuiden van Mexico leefde. Ze vormden een basis en stuwkracht voor andere precolumbiaanse culturen in Meso-Amerika, zoals de Zapoteken, Maya's en Azteken, en staan daarom bekend als het 'Moedervolk'. Sommige onderzoekers menen echter dat de Olmeken slechts een van verschillende culturen waren die gelijktijdig ontstonden, waardoor het correcter zou zijn van een 'Zustervolk' te spreken.

Olmeeks basaltstenen hoofd

De naam Olmeken stamt van Olmecatl (rubbervolk of volk van Olmán, het rubberland), de Azteekse naam voor het volk dat rond 1500 in het gebied woonde waar eerder de Olmeekse beschaving gebloeid had.[1] Men weet nog niet hoe de Olmeken van het 2e en 1e millennium v. Chr. zichzelf noemden.

'De oorsprong en bijzonderheden van deze zeer oude Midden-Amerikaanse cultuur zijn nog steeds een archeologisch raadsel.'[2]

GeschiedenisBewerken

 
Masker van de Olmeken

VoorgeschiedenisBewerken

De periode van 7000 - 2000 v. Chr. is de 'archaïsche periode'.

Na de introductie van de landbouw ontstonden de eerste nederzettingen in het 4e millennium v. Chr. Voedsel bestond uit maïs, maniok, pompoen, bonen en zoete aardappel. Er werden honden, kalkoenen, bijen en, waarschijnlijk, tapirs gehouden. Van ca. 2000 - 1800 v. Chr. waren de huidige staten Veracruz en Tabasco dichtbevolkt door mensen die in dorpen leefden.

Opkomst en bloeiBewerken

De periode van 1500 - 200 v. chr. heet de 'preklassieke of formatieve periode' en was de bloeiperiode van de Olmeekse beschaving.

De Olmeekse beschaving is vermoedelijk tussen 1500 en 1200 v.Chr. ontstaan uit vroege landbouwculturen in Tabasco, en bloeide tot ca. 400 v.Chr. in de dalen van Tabasco en Veracruz. 'Men neemt aan dat de Olmeken een taal spraken die tot het Mixe-Zoque behoorde, maar men is er niet in geslaagd precies vast te stellen wie zij waren en hoe hun sterke intellectuele vermogen is ontstaan en werd ontwikkeld in de landelijke omgeving van de preklassieke periode.'[3] Waarschijnlijk was Tuxtla het oorspronkelijke gebied van de Olmeken en werd het vulkanisch gesteente voor de kolossale koppen daarvandaan gehaald.[4]

De bevolking woonde grotendeels in dorpen.[5] Rond 1200 v. Chr. werden tempelgebouwen opgericht: piramidevormige platforms van vulkanisch gesteente, de eerste bouwwerken in Midden-Amerika. De vier grote Olmeekse steden San Lorenzo, La Venta, Laguna de los Cerros en Tres Zapotes waren voornamelijk ceremoniële centra. De kunst van portretschilderingen en het maken van spiegels was ver ontwikkeld. De Olmeken hebben door middel van handel andere culturen in andere streken beïnvloed.

Archeologen vermoeden dat de Olmeekse beschaving een hiërarchische machtsstructuur kende, gedomineerd door een elite die eerst rond 1200 v. Chr. in San Lorenzo gevestigd was. Rond 900 v.Chr. werd deze stad plotseling en op mysterieuze wijze verwoest en verlaten en nam La Venta haar dominante positie over.[6] La Venta (Villahermosa) is gebouwd op een eiland middenin de moerasachtige jungle bij de rivier de Tonalá aan de oostgrens van het Olmeekse gebied en wordt beschouwd als 'het grootste en belangrijkste culturele erfgoed van de Olmeken.' De stad besloeg meer dan 5 vierkante kilometer en fungeerde van 900 tot 400 v. Chr. De bouwwerken liggen op een noord-zuid as. Er zijn 'drie serpentijnen mozaïekvloeren met jaguarmotieven'. Op basreliëfs zijn ook zoömorfe goden, zoals vogels, hagedissen en slangen voorgesteld. In Villahermosa werd een 34 meter hoge piramide gebouwd van aangestampte aarde, de eerste van Midden-Amerika. De konische vorm is atypisch, wordt gekenmerkt door een serie uitsteeksels en nissen en is geïnterpreteerd als een symbolische voorstelling van een vulkaan. De 'jaguarcultus' werd aan volgende culturen doorgegeven.

NeergangBewerken

In de laatste eeuwen voor het begin van de jaartelling, rond 400 v.Chr., stortte de Olmeekse beschaving in elkaar. Kenmerken van de Olmeekse cultuur verdwenen, de bevolking in het oostelijke deel van het Olmeekse kerngebied daalde sterk, en in het westelijke deel ontwikkelde de Olmeekse cultuur zich tot de Epi-Olmeekse cultuur.

 
Het Olmeekse kernland

Epi-Olmeekse cultuurBewerken

De Epi-Olmeekse cultuur volgde op de Olmeekse cultuur en bloeide tussen 300 v.Chr. en 250 n.Chr. in het bassin van de Papaloapan in Veracruz, in het westen van het oude Olmeekse gebied.[7] De belangrijkste steden van deze cultuur waren Tres Zapotes en Cerro de las Mesas. Vergeleken met de Olmeekse beschaving was de kunst van mindere kwaliteit, nam de handel met culturen in het westen af en het contact met culturen in het oosten toe. Terwijl het nog niet zeker is of de Olmeekse beschaving een schrift kende, weten we dat wel van de Epi-Olmeekse cultuur, waar het Isthmische schrift in gebruik was. Ook op het gebied van kalenders is de Epi-Olmeekse beschaving verder ontwikkeld en monumenten tonen een vroeg gebruik van de lange telling. Tegen 250 hadden Cerro de las Mesas en andere steden in het noorden Tres Zapotes overvleugeld en maakte de Epi-Olmeekse cultuur plaats voor de Veracruzcultuur uit de Klassieke Periode.

NahualismeBewerken

De Olmeken praktiseerden een sjamanistische cultus. De oorsprong er van moet in een ver verleden liggen. Het nahualisme stamt uit de vroegste fase van de Olmeekse geschiedenis. Het nahualisme ging er van uit dat de priester-sjamaan zich kon transformeren tot dierlijke wezens, met name de jaguar. De jaguar vertegenwoordigde het nachtelijke aspect van de zonnegod en was de bewaker van het binnenste der aarde en de grotten. De grotten werden gezien als toegangspoorten van de Onderwereld. De 'Cultus van de Jaguar' zou z'n oorsprong hebben in de Olmeekse cultuur, die het 'door handel, culturele uitwisselingen en misschien ook ontdekkingsreizen' verspreidde in Midden- en Zuid-Amerika. Bij de Azteken had de god Tezcatlipoca de jaguar als nahual. De iconografie van de hybride slangenvogel (Gevederde Slang) gaat ver terug en stamt uit de Olmeekse beschaving.[8] De nahual-dieren waren 'alter ego's van de goden'. Dit fundamentele concept vormt de basis van de godsdiensten van alle precolumbiaanse Amerikaanse volken.

Nahual is Azteeks en betekent 'vermomming'. De Maya-versie is Uay (dierenvriend). Leden van de elite en sjamanen zouden verwant zijn aan goddelijke wezens en een alter-ego hebben in het dierenrijk. In trance ('na woeste dansen, bloedverlies en drugsgebruik') namen de sjamanen de gedaante van hun uay aan (theriantropie ) en stonden ze in contact met een bepaalde god, die hen visioenen toonde.

KunstBewerken

Kolossale koppenBewerken

De verrassendste overblijfselen uit deze periode zijn niet de piramiden, platforms, monolithische monumenten als altaren en stèles, versierd met basreliëfs, maar 17 kolossale stenen koppen die vele tonnen wegen. De koppen zijn bekroond 'met een soort helm, hebben duidelijke gelaatstrekken, amandelvormige ogen, vlezige, omlaag gekrulde lippen en een grote, platte neus, die negroïde lijken.'[9] De vraag naar de 'raciale oorsprong' van de afgebeelde figuren is nog steeds onbeantwoord. Men vermoedt dat de beelden portretten zijn van Olmeekse heersers .[1] De belangrijkste plek waar deze beelden te vinden zijn is La Venta, gelegen in de Mexicaanse staat Tabasco. Volgens archeologen komen de basaltblokken uit het vulkanische gebergte van Los Tuxtlas, op vele kilometers afstand van de ceremoniële centra. Tot op heden zijn de geleerden er niet in geslaagd te ontdekken hoe de Olmeken met de toen beschikbare middelen de stenen hoofden hebben kunnen verplaatsen. Waarschijnlijk werden ze over de rivier vervoerd of met sleeën en houten rollers over land.

De mooiste voorbeelden van deze monumentale hoofden vindt men in de musea La Venta in Villahermosa, het Antropologisch Museum in Xalapa en Nationaal Antropologiemuseum in Mexico-Stad.

AfbeeldingenBewerken

Op Olmeekse tempels zijn afbeeldingen van dieren te vinden. In de kunst komen veel afbeeldingen voor van jaguars met daaronder menselijke baby's met jaguartrekken. Het wijst op het idee dat de elite afstamde van een jaguar-man en een menselijke vrouw. De stijl komt al voor in de vroegste periode (tot 900 v.Chr.) in een groot gebied, van San Lorenzo aan de Golfkust via San José Mogote in het dal van Oaxaca, Ajalpán in de vallei van Téhuacan, tot aan Ixtapaluca in het dal van Mexico.

Taal en schriftBewerken

 
Het Cascajalblok

TalenBewerken

Over de etnische identiteit van de Olmeken bestaat geen zekerheid. Omdat in het Olmeekse kerngebied in historische tijden de Mixe-Zoquetalen gesproken werden en worden, veronderstellen de meeste wetenschappers dat de Olmeken een of meer talen van deze familie spraken. Zo poneerden de Amerikaanse linguïsten Terrence Kaufman en Lyle Campbell in 1976 de stelling dat de Olmeken Proto-Mixe-Zoque gesproken zouden hebben, en suggereerde de Mixe-Zoquespecialist Søren Wichmann in 2008 dat de Olmeken van San Lorenzo Proto-Mixe spraken en de Olmeken van La Venta Proto-Zoque. Michael D. Coe speculeerde in 1968 dat de Olmeken voorouders van de Maya’s zouden zijn en ook Otomanguetalen behoren tot de mogelijkheden.

CascajalblokBewerken

In 2006 werd het Cascajalblok, dat al in 1990 was opgegraven, bekendgemaakt toen het tijdschrift Science er een artikel over publiceerde. Het blok stamt vermoedelijk uit het begin van het eerste millennium voor onze jaartelling.[10]. Op het blok zijn in totaal 62 karakters afgebeeld, die volgens sommige archeologen schrifttekens zijn. Het blok is niet ontcijferd en de afgebeelde tekens vertonen geen overeenkomsten met tekens uit latere Meso-Amerikaanse schriften. Als het daadwerkelijk om een schrift gaat, is het Cascajalblok het oudst bekende schrift op het Amerikaanse continent.

San Andrés-tekensBewerken

In 1997 en 1998 werden in San Andrés, vlak bij La Venta, drie voorwerpen gevonden met enkele tekens erop, die overeenkomsten vertonen met het latere Isthmische schrift en het Mayaschrift. De tekens dateren van ca. 650 v.Chr. en worden door sommige archeologen gezien als bewijs dat de Olmeken een schrift kenden. De mayanist David Stuart meent dat de enkele gevonden tekens niet voldoende zijn om vast te stellen of het daadwerkelijk om een schrift gaat.

Isthmische schriftBewerken

Het Isthmische, La Mojarra- of Epi-Olmeekse schrift is een vroeg Meso-Amerikaans schrift dat in gebruik was in het gebied van de landengte van Tehuantepec, gedateerd tussen 500 v.Chr. en 500 n.Chr. Het schrift bestaat uit zowel logogrammen als syllabische tekens. In 1993 claimden de taalkundigen John Justeson en Terrence Kaufman een van de gevonden teksten gedeeltelijk ontcijferd te hebben. Het zou om een Zoquetaal gaan.[11] Stephen D. Houston en Michael D. Coe probeerden in 1998 het ontcijferingssysteem van Justeson en Kaufman toe te passen op een pas ontdekte Isthmische tekst, maar zonder succes. De ontcijfering van Justeson en Kaufman blijft dan ook onzeker.[12]

Astronomie en kalendersBewerken

Naast het verspreiden van de cultus, die nahualisme wordt genoemd, blijkt de Olmeekse invloed op latere culturen ook uit astronomische ontdekkingen, zoals de studie van de planeten en kalendersystemen, met name de 'lange kalender'. De lange kalender was een systeem om een datum vast te stellen vanaf een 'jaar nul'. Daardoor kon worden vastgesteld dat de oudste inscriptie van Tres Zapotes, op een stèle, dateert van 31 v. Chr.

Recente ontdekkingenBewerken

In 2006 werd bekend dat de Olmeken mogelijk ook in de staat San Luis Potosí vestigingen hadden. In de opgravingen bij Tamtoc werd namelijk een monoliet gevonden die een maankalender en drie menselijke figuren voorstelde, waarschijnlijk afkomstig uit de Olmeekse periode.

LiteratuurBewerken

  • Longhena, M. (1998), Het Oude Mexico, Nederlandse vertaling, Zuid Boekproducties, Lisse, p.20-25,148-151
  Zie de categorie Olmec van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.