Oceanus Procellarum

Oceanus Procellarum is de grote mare in het midden en linksbovenste gedeelte van deze foto. Rechtsboven is een andere grote mare te zien, de Mare Imbrium, onder is de kleine ronde Mare Humorum zichtbaar.

Oceanus Procellarum is de grootste van de maria op de Maan. De mare bevindt zich aan de westkant van de naar de Aarde toe gerichte zijde van de Maan.

BeschrijvingBewerken

Oceanus Procellarum heeft een oppervlakte van 4 miljoen km² en is van noord naar zuid zo'n 2500 km breed. Zoals alle maria werd de Oceanus Procellarum gevormd door vloedbasalten die een groot deel van het maanoppervlak bedekten met een gladde laag donkere gestolde lava. Anders dan de andere maria is de Oceanus Procellarum echter niet beperkt tot een duidelijk inslagbekken. Langs de randen liggen veel kleine "baaien" en "zeeën", waaronder de Mare Nubium en de Mare Humorum in het zuiden. In het noordoosten wordt de Oceanus Procellarum van de Mare Imbrium gescheiden door de Montes Carpatus. In het noorden ligt de "baai" Sinus Roris.

NaamgevingenBewerken

William GilbertBewerken

De allereerste benaming voor dit gebied was afkomstig van William Gilbert die het Insula Longa [1] heette.

Pierre GassendiBewerken

Pierre Gassendi gaf er de benaming Eoum Mare [2] aan.

Michael van LangrenBewerken

Michael van Langren noemde dit gebied Oceanus Philippicus [3].

Johannes HeveliusBewerken

Johannes Hevelius gaf aan het westelijk gedeelte van Oceanus Procellarum de benaming Mare Eoum [4]. Aan het noordwestelijke gedeelte gaf hij de benaming Paludes Orient [5]. Aan de zuidelijke en zuidwestelijke gedeelten ervan gaf hij respectievelijk de benamingen Mare Aegyptiacum [6] en Mare Syrticum [7].

Giovanni Battista RiccioliBewerken

De door de Internationale Astronomische Unie (IAU) officieel erkende benaming Oceanus Procellarum is afkomstig van Giovanni Battista Riccioli [8]. Deze benaming (Latijn voor oceaan der stormen) komt van het bijgeloof dat wanneer de mare zichtbaar werd tijdens het Laatste Kwartier er slecht weer op komst was.

Gassendi's benaming Mare Eoum (oostelijke zee, of zee van de dageraad) werd ook door Hevelius gebruikt.

RuimtevaartBewerken

De onbemande maanlanders Loena 9, Loena 13, Surveyor 1 en Surveyor 3 landden in de Oceanus Procellarum, net als de bemande Apollo 12 met aan boord de astronauten Charles Conrad, Jr. en Alan Bean.

Transient Lunar PhenomenaBewerken

In Oceanus Procellarum bevindt zich een zogenaamde haard van kortstondige verschijnselen van veranderlijke aard (Transient Lunar Phenomena, TLP). Deze haard liet menig maanwaarnemer in het verleden roodachtige vlekken zien in de buurt van de noordwestelijk gelegen krater Lichtenberg.

Literatuur en maanatlassenBewerken

  • Mary Adela Blagg: Named Lunar Formations.
  • T.W. Webb: Celestial Objects for Common Telescopes, Volume One: The Solar System (met beschrijvingen van telescopisch waarneembare oppervlaktedetails op de maan).
  • Tj.E. De Vries: De Maan, onze trouwe wachter.
  • Hugh Percy Wilkins, Patrick Moore: The Moon.
  • A.J.M. Wanders: Op Ontdekking in het Maanland.
  • Times Atlas of the Moon, edited by H.A.G. Lewis.
  • Patrick Moore: New Guide to the Moon.
  • Harold Hill: A Portfolio of Lunar Drawings.
  • Antonin Rukl: Moon, Mars and Venus (pocket-maanatlasje, de voorganger van Rukl's Atlas of the Moon).
  • Antonin Rukl: Atlas of the Moon.
  • Harry de Meyer: Maanmonografieën (Vereniging Voor Sterrenkunde, 1969).
  • Tony Dethier: Maanmonografieën (Vereniging Voor Sterrenkunde, 1989).
  • Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature.
  • The Hatfield Photographic Lunar Atlas, edited by Jeremy Cook.
  • William P. Sheehan, Thomas A. Dobbins: Epic Moon, a history of lunar exploration in the age of the telescope.
  • Ben Bussey, Paul Spudis: The Clementine Atlas of the Moon, revised and updated edition.
  • Charles A. Wood, Maurice J.S. Collins: 21st Century Atlas of the Moon.

MaankaartenBewerken

Kort na het beëindigen van het Apolloprogramma (NASA) werd een reeks gedetailleerde maankaarten gemaakt aan de hand van honderden orbitale hogeresolutiefoto's van het maanoppervlak, genomen tijdens de drie wetenschappelijke missies Apollo 15, Apollo 16 en Apollo 17. Een aantal van deze kaarten tonen kleine en uiterst kleine segmenten van Oceanus Procellarum.

Externe linksBewerken

ReferentiesBewerken

  1. Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 15 (Gilbert's Insula Longa)
  2. Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 33 (Gassendi's Eoum Mare)
  3. Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 198 (van Langren's Oceanus Philippicus)
  4. Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 204 (Hevelius's Mare Eoum)
  5. Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 206 (Hevelius's Paludes Orient)
  6. Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 201 (Hevelius's Mare Aegyptiacum)
  7. Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 208 (Hevelius's Mare Syrticum)
  8. Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 215 (Riccioli's Oceanus Procellarum)