Hoofdmenu openen

De OK-Score is een classificatie van de financiële gezondheid en levensvatbaarheid van een bedrijf op basis van een beoordeling van de gegevens van ten minste vijf opeenvolgende jaarverslagen in hun onderlinge samenhang en ontwikkeling. De aan de OK-Score ten grondslag liggende methode is ontwikkeld door Willem Okkerse en is gebaseerd op de verzamelingenleer. Het totaal van die classificaties wordt een credit score of credit rating genoemd.

Inhoud

Ontstaan en werkingBewerken

De OK-Score is ontstaan uit een promotieonderzoek van Okkerse aan de Universiteit van Amsterdam. Hij rondde dat in 2000 af met het proefschrift "Is Ratio, Logos or Myth?", maar zijn promotie ging niet door omdat hij weigerde het algoritme van het model te publiceren. Hoofddoelstelling van het onderzoek was aan te tonen dat de Z-score van Professor E.J. Altman gebaseerd was op onjuiste veronderstellingen. De grondslag voor de weigering was het gevaar van misbruik van het model.

Bekend is dat de OK-Score opgebouwd wordt uit twee afzonderlijke ratio's. De eerste is de OK-Solvabiliteit, een praktijkgerichte aanpassing op de gebruikelijke berekening van de solvabiliteitsratio, dat wil zeggen de verhouding van de verschillende vermogenscomponenten, waarmee bepaald wordt in welke mate een bedrijf uiteindelijk in staat is om aan al zijn financiële verplichtingen te voldoen. De tweede ratio is de OK-Ratio, die wordt opgebouwd uit de relatie tussen de verzamelingen cijfers van ten minste vijf opeenvolgende jaarverslagen.

Omdat er 25 inputeringsvelden zijn per boekjaar, worden - naast de vergelijking van alle gebruikelijke jaarlijkse ratio's - 7750 (1/2n*n-1, waarbij n=125) onderlinge verbanden gelegd.

De vernieuwing door Okkerse is de Ratio of Dissipation. Deze ratio beschrijft de mate van verspilling in de onderneming. Het is het complement - lees de aanvulling tot 100% - van de Return of Assets zoals ook in de Wet van behoud van energie.

Okkerse wist door de toepassing van fuzzy logic, die in de jaren 1950 ontwikkeld werd door Professor Zadeh, de ROA permanent af te zetten tegen de verspilling in de onderneming.

De logica ligt met name in de gedachte dat een onderneming met een negatieve ROA én geen verbeteringspotentieel, géén overlevingskansen heeft.


Boek 'Beleggen met voorkennis. Het geheim van de OK-Score'

In maart 2017 verscheen het boek 'Beleggen met voorkennis. Het geheim van de OK-Score' (uitgeverij Dialoog): http://www.effectenhuis.nl/beleggen-met-voorkennis-ok-score Hierin reconstrueert schrijver en journalist Jeroen Siebelink de zoektocht van Willem Okkerse naar de OK-Score. De lezer volgt hem in zijn poging om de geheimen achter de jaarcijfers van beursondernemingen te ontrafelen. Niet alleen voor beleggers maar ook voor accountants en commissarissen. Het is een verhaal over tegenwerking, doorzettingsvermogen en succes. Het bevat veel persoonlijke details van de man en zijn methode en de werking van de OK-Score wordt tot in detail behandeld. Volgers en critici komen uitgebreid aan het woord. Bovendien bevat het boek vijftien gedetailleerde cases, waaronder een aantal van de door Okkerse voorspelde business failures.


Classificatie systeemBewerken

Zowel de OK-Solvabiliteit als de OK-Ratio kennen negen mogelijke uitkomsten. De OK-Solvabiliteit wordt in 9 classificaties van 7% beschreven. De laagste categorie is daarbij een negatief eigen vermogen en de hoogste categorie die van een eigen vermogen van meer dan 49%.

De OK-Score wordt opgebouwd vanuit een positief getal van plus 1, dat via de stappen 0,5, 0, min 1, min 2, min 4, min 16 enz. oploopt tot min oneindig.

Uit de in totaal 81 mogelijke combinaties van de OK-Solvabliteit en de OK-Ratio wordt de uiteindelijke OK-Score bepaald. Die wordt weergegeven op een schaal van 1 tot 10. Klasse 1 staat voor vrijwel 100% zekerheid over de financiële gezondheid van het bedrijf. Klasse 10 staat voor een vrijwel 100 % zekere 'business failure' binnen drie jaar. Als volgt:

OK-Klasse Vergelijkbare rating Toelichting
1 AAA Bijna perfecte zekerheid. Zeer goede ruimte voor expansie, óók met vreemd vermogen
2 AA Excellente zekerheid. Goed ruimte voor expansie, óok met vreemd vermogen
3 A Zeer goede zekerheid. Ruimte voor expansie, óók nog met vreemd vermogen
4 BBB Goede zekerheid. Expansie mogelijk, óók nog met vreemd vermogen
5 BB Voldoende zekerheid. Alertheid geboden. Voorzichtig bij expansie met vreemd vermogen
6 B Matige zekerheid, verbetering nastrevenswaardig. Expansie met vreemd vermogen niet verstandig
7 CCC Onvoldoende zekerheid, verbeteringen noodzakelijk. Expansie met vreemd vermogen sterk afgeraden
8 CC Zorgelijke zekerheid, verbeteringen urgent nodig. Verdere expansie met vreemd vermogen levensgevaarlijk
9 C Zorgwekkende zekerheid, substantiële verbeteringen zijn direct nodig. Expansie met vreemd vermogen niet meer mogelijk. Voorportaal van een mogelijke business failure.
10 D Business failure binnen drie jaar. Onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk zoals herkapitalisatie, asset stripping, gedwongen overname, turnaround. De situatie kan ook fataal worden: betalingsonmacht, surseance van betaling of faillissement.

AccuratesseBewerken

De accuratesse van het model wordt bijgehouden op de website van het OK-Score Institute en van het European Rating House. Per 31 december 2016 waren 2.741 scores afgegeven en gevalideerd. In deze scores signaleerde de OK-Score 69 van de 70 aanwezige 'business failures'. Slechts één keer waarschuwde het model ten onrechte niet met een OK-Klasse 10 maar met een OK-Klasse 9. Dit was het geval bij de onderhavig beschreven Worldcom casus.

[Type-2-Error] lees: ten onrechte NIET gewaarschuwd 1/70 = 1,4%
[Type-1-Error] lees: ten onrechte WEL gewaarschuwd 1/2741 = 0,036%

Fraude signaleringBewerken

Een bijzondere eigenschap van de OK-Score is het signaleren van fraude in de jaarrekening. Door een combinatie van een aantal van de 7.750 onderlinge verbanden wordt de zogenaamde Not Accounted For (NAF) regel gepostuleerd. Uitsluitend in samenhang met de uiteindelijke OK-Score kan dit een aanwijzing van mogelijke fraude zijn. De volgende drie praktijkcases illustreren dit: Lernout & Hauspie en WorldCom (backtracking) en Ahold (real life monitoring).

Lernout & Hauspie

Dankzij fraude kon het beursgenoteerde L&H in het jaar voor de Business Failure nog een kapitaalverhoging realiseren. De slechte prestaties van het bedrijf in combinatie met de fraude leverden in het vierde jaar van de backtracking een Klasse 10 op. De post Not Accounted For bedroeg € 35 mln.

Na de frauduleuze kapitaalverhoging in het vijfde jaar verbeterde de OK-Score tot een Klasse 9. Aangezien er voor de backtracking van L&H slechts vijf boekjaren beschikbaar waren, kon de Klasse 10 over het vierde jaar niet worden gevalideerd door de test uit te breiden. Om deze reden is de casus L&H niet opgenomen in het overzicht Business Failures.

De casus L&H illustreert de kracht van het model voor het signaleren van fraude in de jaarrekening. Bij real life monitoring van L&H zou dit meer dan een jaar voor de Business failure tot een diepgaand onderzoek hebben geleid.

WorldCom

De backtracking werd niet onder direct extern toezicht uitgevoerd, maar de casus is wel opgenomen in het overzicht Business Failure aangezien de uitkomst reproduceerbaar is. Het model toonde een post Not Accounted For die opliep tot ruim USD 5 miljard, op een balanstotaal van USD 100 miljard. Het bleek te gaan om een van de grootste jaarrekeningfraudes ooit. Door deze fraude werd het eigen vermogen zodanig beter voorgesteld dat er ook over het vijfde jaar een OK-Score 9 werd gegeven. Dit is de enige vastgelegde Type-2 fout van het Model: WorldCom onderging een Business Failure zonder een Klasse 10 waarschuwing in de voorgaande drie jaren.

De casus WorldCom illustreert de kracht van het Model voor het signaleren van fraude in de jaarrekening. Bij real life monitoring zou dit vier jaar voor de Business Failure tot een diepgaand onderzoek hebben geleid.

Ahold

Na een eerste op televisie uitgesproken twijfel over Ahold op 10 februari 2002[1] werd bekendgemaakt dat het OK-Score Model de Ahold-fraude becijferde op € 1 miljard[2], lang voordat Ahold de omvang van de fraude bekendmaakte. Het model had over de twee jaar ervoor ook een toenemende post 'Not Accounted For' gesignaleerd. Ahold kreeg twee jaar voor de Business Failure een OK-Score 10.

DiscussieBewerken

Door de uit bescherming van zijn uitvinding voortkomende beperking tot openbaarmaking van het model is Okkerse op veel kritiek en onbegrip gestuit.[3] Toch heeft hij bij toepassing van zijn model inmiddels aangetoond dat zijn OK-Score een hoge mate van betrouwbaarheid heeft bij het voorspellen van financiële terugslag bij bedrijven of zelfs van faillissementen.[4][5] De officiële database hiervan werd begin september 2013 via de website van het OK-Score Institute openbaar gemaakt.

Het model wordt al sinds 2003 toegepast bij de samenstelling van beleggingsportefeuilles door professionele vermogensbeheerders. De openbare resultaten zijn behalve op website van Okkerse ook terug te vinden bij het Effectenhuis Commissionairs BV. Hieruit blijkt, dat beleggers die volgens zijn methode in de AEX belegd hebben in elf jaar tijd ruim 255% rendement hebben gemaakt.

Langzamerhand krijgt het model meer erkenning. Na de uitnodiging van het Institute of Forensic Auditors te Brussel om in 2006 als key-note speaker op te treden op hun jaarlijkse congresdag, kreeg Okkerse eind 2012 ook de gelegenheid zijn ideeën toe te lichten op de jaarlijkse Accountantsdag van de (toenmalige) Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA).[6]