Hoofdmenu openen

De Norton Commando was een motorfiets van Norton-Villiers.

Norton Commando
Norton Commando 850 (1973)
Norton Commando 850 (1973)
Fabrikant Norton-Villiers
Productiejaren 1967 - 1977
Uitvoeringen 745 cc (tot 1973)
828 cc (na 1973)

De Norton Commando werd ontwikkeld als een zware twin op vraag van Dennis Poore, eigenaar van Norton-Villiers om het merk Norton een sterkere marktpositie te geven, met name tegenover de zeer populaire Triumph Bonneville modellen. Het ontwikkelingsteam bestond uit de voormalige Rolls Royce ingenieur Dr. Stefan Bauer, chefconstructeur Bernard Hooper (ex-AMC) en assistent Bob Trigg (ex-Villiers). Ze herbruikten het motorblok van de Norton Atlas modellen, maar stonden voor de taak de trillingen die de Atlas modellen plaagden op te lossen. De simpelste oplossing was geweest het blok in rubber silent blocks op te hangen, maar ze besloten het rigoureus aan te pakken en ontwikkelden het Isolastic systeem, waarbij het blok weliswaar via rubbers was opgehangen, maar toch niet zijdelings kon bewegen en tevens wisten ze de kettingspanning constant te houden. Het Featherbed frame werd door Bauer verworpen en hij ontwierp een nieuw dubbel wiegframe met een enkele bovenbuis. De Villiers fabriek in Wolverhampton zou de motorblokken gaan produceren, de frames werden in Manchester gemaakt en alles werd naar Plumstead gebracht voor de assemblage. Toen de fabriek in Plumstead in 1968 werd onteigend verhuisde het bedrijf naar Andover (Hampshire). De testafdeling kwam in een hangar op het vliegveld van Thruxton terecht. In Wolverhampton werden nu ook 80 complete motorfietsen per week geproduceerd. De aanvankelijk 60pk sterke Commando was met gemak sneller dan de concurrentie van Triumph en BSA en werd door het toonaangevende blad MCN (Motor Cycle News) vijf jaar lang (van 1968 tot en met 1972) verkozen tot "Motorcycle of the Year". Dat moet een enigszins chauvinistische keuze zijn geweest, geheel voorbijgaand aan het succes van de Honda CB 750 en de Kawasaki Z 1 900.

De 745cc Commando werd in september 1967 tijdens de Earls Court Show in Londen aan het publiek getoond. Het was een modern ogende machine, die dankzij het Isolastic systeem zeer comfortabel te berijden was. Het motorblok was nog steeds dat van de Atlas, maar naar voren gekanteld. De machine was voorzien van een glasfiber tank. Ondanks het moderne uiterlijk was de techniek feitelijk vreselijk ouderwets: men gebruikte nog steeds een lange slag stoterstangenmotor (boring x slag 73 x 89mm) en een losse (pre unit) versnellingsbak. In April 1968 was de eerste productieserie klaar. De machines hadden echter last van doorbuigende frames, en voor het modeljaar 1969 werd een nieuw frame ontwikkeld. De Commando kreeg in dat jaar ook de toevoeging "Fastback".

In 1969 kwam de Commando S op de markt. Dit model was nog meer gericht op de Amerikaanse markt, en had swept back pipes die beiden aan de linkerkant zaten en een kleine 11 liter tank, waardoor het meer een offroad uiterlijk kreeg.

De Roadster werd in 1970 uitgebracht. Het was weliswaar een opgewaardeerde "S", maar de swept back pipes waren weer vervangen door lage exemplaren met omhooggebogen demperstukken. Feitelijk was de roadster een gewone toermotorfiets, zonder het glasfiber "kontje" dat de eerste Commando's hadden. Net als de "S" was de Roadster voor de Amerikaanse markt bedoeld.

De Commando Fastback Mk2 uit 1970 was slechts licht gemodificeerd ten opzichte van zijn voorganger. Hij had aluminium hendels, een gewijzigde middenbok en een ander kettingscherm. Wel opvallend was de schijfrem die in dat jaar ook op de productieracer werd geïntroduceerd.

Rond 1970 huurde Norton Neale Shilton in. Hij was de voormalig "Police sales manager" van Triumph. Ondanks de scepsis en soms zelfs tegenwerking van sommige leden van het Norton management ontwikkelde hij een politiemotor op basis van de Norton Commando. Door de slecht lopende verkoop van de motorfietsen was de productie van politiemotoren hard nodig om de fabriek draaiende te houden tegen het einde van de jaren zeventig. De machine kreeg de typisch Britse kuip, de Avon Avonaire, die ook gebruikt was op de BSA A65L Lightning die bekend was van de Bondfilm Thunderball, maar in de jaren zeventig al vrij ouderwets was. De politie eiste wel een metalen tank, waardoor een oude tank voor een slimline frame (van de Dominator) werd gebruikt, met een aangepaste bodemplaat voor het Commando frame. Op de tank kwam het verbindingssysteem, een vierkante kast voorzien van een telefoonhoorn. De kofferset kwam van het merk Craven, dat in het Verenigd Koninkrijk algemeen gebruikt was, maar ook al, zeker in vergelijking met de Duitse Krauser koffers, belachelijk ouderwets was en met enorm veel bouten, moeren, klemmen en afstandsbussen gemonteerd moest worden. Bovendien waren de zijkoffers onhandige "bovenladers" met een zeer kleine inhoud. De Britse regering deed er echter alles aan om binnenlandse producten te promoten en verbood simpelweg het gebruik van buitenlandse exemplaren.

In 1971 verschenen vier nieuwe modellen:

  • De Commando 750 productieracer had een schijfrem in het voorwiel, een tophalf kuip en een opgevoerd 750 cc motorblok. De machine was - af fabriek - knalgeel gespoten en kreeg de bijnaam "Yellow Peril" (Gele gevaar). Veel "gewone" Commandos werden door klanten, maar ook door gespecialiseerde bedrijven (zoals Dunstall) gemodificeerd naar de specificaties van de productieracer, uiteraard streetlegal, met verlichting en kenteken. Norton zélf bracht echter ook een street legal versie uit, gebaseerd op de echte productieracer, met een teruggetunede motor. De productieracer had net als de 750 S twee swept back pipes aan de linkerkant.
  • De Commando 750 S(treet) S(crambler) was feitelijk de "offroad" 750 S, in licht gewijzigde vorm: de swept back pipes, die aanvankelijk beiden links zaten, waren nu aan weerszijden van de motorfiets aangebracht. De Street Scrambler werd ook wel kortweg "750 SS" genoemd.
  • De Commando 750 Fastback Long Range had een grotere actieradius door zijn grotere tank. Die hoefde niet speciaal gemaakt te worden, want het was de metalen tank, gemaakt van een Dominator tank met een Commando bodemplaat, die al was ontworpen voor de Interpol politiemotor.
  • De Commando 750 Hi-Rider was een volgende poging van het merk Norton om tegemoet te komen aan de wens van de Amerikaanse klanten. De Hi-Rider was een custom met een ape hanger stuur en een getrapt zadel, gemodelleerd naar de "Captain America" Harley-Davidson die Peter Fonda had bereden in de cultfilm Easy Rider. In Europa, waar alle Nortons als "sportief" te boek stonden, oogstte de machine nogal wat spot, maar hij bleef toch tot in 1975 in productie.

In 1972 werd de 750cc Commando motor opgewaardeerd, waardoor hij 65 pk (slechts 5 pk meer dan de oude motor) leverde. De motor had echter veel kinderziekten, zoals uitgelopen krukaslagers en gebroken zuigers. Deze problemen werden breed uitgemeten in de motorpers en deden het merk Norton uiteraard geen goed. Door de toepassing van de Combat motor kregen alle modellen er een volgende "Mark" (Mk) bij, zoals de Mk4 Fastback. Na de Mk4 Fastback was de 750 Interstate het tweede model dat met de Combat motor werd uitgerust. Feitelijk verschilde de Interstate niet veel van de normale Roadster.

Vanaf 1973 werden alle modellen, met uitzondering van de productieracer, voorzien van een motor met een cilinderinhoud van 828cc, waarmee de problemen met de Combat motor werden opgelost. De Fastback serie, inclusief de "Long Range", ging uit productie.

De Commando 850 Interstate kwam in 1973 in productie en zou tot aan het faillissement in 1975 in productie blijven. Toch wist Dennis Poore de curator te overtuigen van de bestaande onderdelen in de fabriek in Wolverhampton motorfietsen te blijven bouwen, op voorwaarde dat hij ze allemaal zou opkopen. Daarmee bleef de fabriek zelfs tot in 1979 produceren.

In december 1971 had Norton voormalig coureur Frank Perris ingehuurd om een raceteam op te zetten. Parris bouwde een 750cc-racer op basis van de Commando met een vakwerkframe. Als rijders werden aanvankelijk Peter Williams, Phil Read, Dave Croxford en Mick Grant ingehuurd. In 1973 won Peter Williams er de Formula 750 Isle of Man TT mee. In 1972 kreeg Mick Olfield, juist afgestudeerd op de kunstacademie, de opdracht een ontwerp voor een replica van de racemotor te verbeteren, vooral op ergonomisch gebied. Hij moest ook nog zo goedkoop mogelijk werken, want NVT maakte moeilijke tijden door. Hij ontwikkelde eerst een soort caféracer, maar toen het John Player Norton team ging deelnemen aan enduranceraces, waarvoor dubbele koplampen in de stroomlijnkuip gemonteerd werden, besloot hij over te schakelen op dit ontwerp. Omdat glasfiber tanks verboden waren, voorzag hij de machine van een 16 liter metalen tank met een fiberglas overtrek. De machine kwam op de markt met de in 1973 geïntroduceerde 828cc-motor en was uiterlijk vrijwel identiek aan de enduranceracer, inclusief de John Player reclamekleuren.

De Norton Commando werd ook gebruikt door rijders in de Production TT Reeds in 1967 haalde Paul Smart een tweede plaats in de Production 750. Wat Billie Nelson het jaar nadien, in 1968 evenaarde. In 1969 was het terug Paul Smart die tweede werd in de Production 750. In 1970 waren de tweede en derde plaats voor rijders met een Norton Commando: Peter Williams werd tweede, Ray Pickrell derde. In 1972 ten slotte haalde Peter Williams nogmaals de tweede plaats.