Hoofdmenu openen

De Norton CS1 was een wegracer die van 1927 tot 1939 werd geproduceerd door Norton. De machine was oorspronkelijk gebouwd voor deelname aan de Senior TT, de 500cc klasse van de Isle of Man TT. Het was de eerste Norton met een bovenliggende nokkenas. De "C" in de naam stond voor "Camshaft" (nokkenas), de "S" in de typenaam stond voor "Senior".

Norton CS1 uit 1929
Norton CS1 uit 1929
De Norton CS1 zoals hij als sportmotor voor het publiek te koop was
De Norton CS1 zoals hij als sportmotor voor het publiek te koop was
De koningsasaandrijving leek op een "Cricket Bat"
De koningsasaandrijving leek op een "Cricket Bat"
Voorganger: Norton Model 18
Voorganger: Norton Model 18
Opvolger: Norton M30
Opvolger: Norton M30

De Norton CJ1 was de 350cc versie van de CS1. De "J" stond voor "Junior" omdat hij bedoeld was voor deelname aan de 350cc Junior TT.

VoorgeschiedenisBewerken

Norton had de - zeker in Britse ogen - eerste écht belangrijke motorrace in de geschiedenis gewonnen: de Isle of Man TT van 1907. Rem Fowler won daar met een Norton die nog voorzien was van een Peugeot-motor. Daarna bleven racesuccessen echter lange tijd uit. Dan "Wizard" O'Donovan, een zwager van directeur Bob Shelley, had in 1914 nog wel het Model 7 "Brooklands Special" ontwikkeld, maar daar werden voornamelijk snelheidsrecords mee gereden. Pas met de komst van het Model 18 in 1921 had Norton een stoterstangen-kopklepmotor die in echte races de strijd met andere merken aankon. In 1924 won Alec Bennett daar de Senior TT mee en George Tucker won de Sidecar TT, maar in het Europees kampioenschap kon Norton nog steeds niet opboksen tegen de Britse en Italiaanse concurrentie.

Norton CS1Bewerken

De motor van de Norton CS1 werd in 1927 ontwikkeld door Walter Moore. Motorisch waren er nog wel overeenkomsten met de stoterstangenmotor van het Model 18, zoals de boring/slagverhouding van 79 x 100 mm. De CS1 kreeg een nieuw wiegframe en een close ratio versnellingsbak. Moore bouwde er 8 inch trommelremmen, een Amac TT-carburateur, een Lucas racemagneet en een 13,6 liter tank op. De magneet zat achter de cilinder en de nokkenas werd aangedreven door een koningsas. De tandwielkast voor de aandrijving van de koningsas had de vorm van een slaghout, waardoor de machine al snel de bijnaam "The Cricket Bat" kreeg. Nadat Arthur Carroll en Joe Craig de machines in het begin van de jaren dertig aanpasten, kwamen ze als "TT Replica" sportmotor ook voor het publiek op de markt. De productie liep door tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De sportmotoren werden in veel gevallen weer als racer ingezet. Om de ombouw mogelijk te maken bood Norton zelf een groot aantal accessoires van de door Carroll en Craig ontwikkelde Norton International-modellen aan.

RacesuccessenBewerken

In 1927 bracht Norton en sterk team aan de start van de Senior TT: Alec Bennett, Stanley Woods en Joe Craig. Bennett won de race nadat Woods en Craig waren uitgevallen. Woods had eerst wel de snelste ronde gereden. In 1928 won Percy "Tim" Hunt de Manx Grand Prix met een CS1, waarna hij dezelfde machine gebruikte om een gouden medaille in de Scottish Six Days Trial te winnen. In maart 1931 haalden Joe Craig en Tim Hunt een snelheid van 118 mijl per uur (190 km/h) op Pendine Sands. In dat jaar eindigden de CJ1's en CS1's op de eerste drie plaatsen in de Junior TT en de Senior TT. Norton zou gedurende de jaren dertig de Isle of Man TT bijna onafgebroken domineren. Tim Hunt werd in 1931 na Wal Handley de tweede coureur die twee TT-races in één week won.

Norton CJ1Bewerken

In 1928 werd een 350cc-versie van de CS1 in de Junior TT ingezet. Die kreeg logischerwijze de naam "CJ1". De boring/slagverhouding bedroeg 71 x 88 mm. De machine was nog niet meteen succesvol: Walter Moore had de cilinderkop aangepast en dat veroorzaakte nogal wat problemen. Er werd slechts één belangrijke race gewonnen. In 1929 ging het niet veel beter. Er waren nog steeds betrouwbaarheidsproblemen en nu won men alleen de 350cc Grand Prix van Spanje.

Technische gegevensBewerken

Norton CS1 CJ1
Periode 1927-1939 1928-1939
Categorie fabrieksracer
Motortype kopklepmotor
Bouwwijze dwarsgeplaatste staande eencilinder
boring 79 mm 71 mm
slag 100 mm 88 mm
Cilinderinhoud 490,2 cc 348,4 cc
Max. Vermogen 18,3 kW/25 pk onbekend
Topsnelheid 190 km/h onbekend
Aandrijving ketting
Rijwielgedeelte wiegframe, buisframe
Leeg gewicht ca. 145 kg
Tankinhoud 13,6 liter
Voorganger Norton Model 18 geen
Opvolger Norton M30 Norton M40