De Newtontelescoop is een spiegeltelescoop, uitgevonden door de Britse fysicus Sir Isaac Newton (1643-1727). Dit type telescoop maakt gebruik van een paraboloïdische hoofdspiegel en een vlakke vangspiegel.

Replica van Isaac Newtons telescoop uit 1672
Newtontelescoop
Moderne zelfbouw-Newtontelescoop op Dobsonmontering

Voordelen bewerken

  • Newtontelescopen zijn meestal goedkoper dan andere typen van vergelijkbare kwaliteit en opening.
  • Een hoofdspiegel van goede kwaliteit kan met de hand gemaakt worden door een amateurastronoom.
  • Een korte brandpuntsafstand is mogelijk, dat geeft een helder beeld en grote beeldhoek.
  • Een lange brandpuntsafstand geeft uitstekende beelden van de planeten.
  • Een spiegel heeft geen last van chromatische aberratie, i.t.t. een refractor.
  • Het oculair zit bovenaan de kijkerbuis, en dat maakt een korte (en dus stabiele) montering en opstelling mogelijk.
  • De zware hoofdspiegel zit onderaan, en dat maakt grote, draagbare kijkers mogelijk. Een telescoop met een Dobsonmontering kan een spiegel van 1 meter hebben.
  • Collimatie is relatief eenvoudig.

Nadelen bewerken

  • Newtontelescopen hebben last van coma, een beeldfout die sterbeelden geeft die meer V-vormig zijn naarmate het sterbeeld zich verder van de optische as bevindt. Bij een openingsverhouding van f/6 of meer wordt coma beschouwd als verwaarloosbaar voor visueel en fotografisch werk. Bij een openingsverhouding van f/4 vertonen Newtontelescopen een aanzienlijke hoeveelheid coma. Ook kan een coma-corrector worden toegepast, waarmee de beeldscherpte aanzienlijk kan worden verbeterd.
  • De vangspiegel en de ophanging ervan blokkeren en verstrooien een deel van het invallende licht. Dit vermindert het contrast van het beeld en kan tot artefacten zoals diffractiesterren leiden.

Zie ook bewerken