Hoofdmenu openen

Neuronale oscillatie, of hersengolven, is de ritmische activiteit van de cellen in het centraal zenuwstelsel. Zenuwweefsel kan op verschillende manieren golvende (oscillerende) activiteit genereren. Binnen individuele zenuwcellen kunnen de golven ontstaan als trilling een membraanpotentiaal of als ritmische patronen van actiepotentialen, die weer leiden tot golvende activiteit in de postsynaptische cel.

Neuronale oscillaties werden al in 1924 door wetenschappers geregistreerd (Hans Berger maakte in dat jaar de eerste elektro-encefalogram bij een mens). Ruim 50 jaar later werden ingewikkelde patronen van oscillatie gevonden in de zenuwcellen van gewervelde dieren, maar de functies ervan zijn tot op heden nog niet volledig duidelijk.[1] Met recente ontwikkelingen in beeldvormingstechnieken, komt men steeds meer te weten over hersengolven.

Op basis van de frequentie zijn verschillende soorten hersengolven onderverdeeld in categorieën. Enkele voorbeelden hiervan zijn alfagolven, bètagolven, deltagolven en mugolven. Hersengolven kunnen onder andere worden geregistreerd met elektro-encefalografie (EEG) en magneto-encefalografie (MEG).