Hoofdmenu openen

Narcisme

psychologische term voor gedrag gekenmerkt door een obsessie met de eigen persoonlijkheid
Narcissus verliefd op zijn spiegelbeeld (1594-1596), Caravaggio (1573–1610)

Narcisme is een vorm van gedrag die wordt gekenmerkt door een obsessie met het eigen uiterlijk, de eigen persoonlijkheid, egoïsme, dominantie, ambitie en gebrek aan inlevingsvermogen. Iemand die narcistisch gedrag vertoont, is een narcist. Narcisme maakt met machiavellisme en psychopathie onderdeel uit van de duistere drie.

Narcisme is genoemd naar de figuur Narcissus uit de Griekse mythologie. Narcissus wees volgens het verhaal alle romantische avances af en werd als straf verliefd op zijn eigen spiegelbeeld.

BegripsvormingBewerken

Samuel Taylor Coleridge refereerde met de term in 1822 aan bovenmatige zelfbewondering.[1]

Alfred Binet was in 1887 de eerste wetenschapper die refereerde aan het verhaal van Narcissus in een artikel over seksueel fetisjisme.[2]

Havelock Ellis gebruikte in 1898 de term narcissus-achtig (narcissus-like) voor de seksuele zelfbewondering die vooral bij vrouwen op zou treden.[3] Ellis stuurde dit artikel op naar Paul Näcke die daarop in 1899 de term narcisme gebruikte.[4]

Het begrip werd bekend door Sigmund Freud die het overnam uit artikel van Näcke.[5] In een omstreden studie over Daniel Paul Schreber stelde Freud dat narcisme een fase was in de kinderseksualiteit en gezien de keuze voor het eigen geslacht ook homoseksualiteit. De volgende ontwikkeling is dan die tot heteroseksualiteit, afgezien van de later gemanifesteerde homoseksuelen zich nooit zouden hebben bevrijd van de behoefte aan hun eigen genitaliën.[6] In 1914 schreef Freud als reactie op Carl Jung en Otto Rank aan dat narcisme mogelijk een bredere toepassing had dan alleen het verklaren van homoseksualiteit en ook van toepassing kon zijn op schizofrenie.[7]

Freud doelde met narcisme vooral op mensen die hun energie te veel aan zichzelf en te weinig aan anderen besteden. Verliefd zijn op jezelf, teveel eigenliefde, anderen gebruiken om jezelf aan je trekken te laten komen, niet een ander beminnen, maar vooral zelf bemind willen worden, daar ging het volgens Freud over. Deze nadruk op eigenliefde is altijd blijven bestaan, maar in de loop der jaren zijn er heel veel kenmerken bij gekomen.

Freud verloor daarna zijn aandacht voor narcisme. In 1971 leverde Heinz Kohut een belangrijke bijdrage aan het begrip narcisme en zelfpsychologie, waarbij narcisme een gevolg zou kunnen zijn van een slechte hechting op jonge leeftijd.[8]

In de psychoanalyse wordt narcisme beschouwd als een normale fase in de ontwikkeling van kinderen. Secundair narcisme treedt op na de puberteit.[9]

Gevoel van eigenwaardeBewerken

Op het eerste gezicht heeft een narcist een zeer sterk gevoel van eigenwaarde en straalt zelfvertrouwen uit. Het tegendeel is het geval. Narcisten hebben, meestal onderbewust, juist weinig gevoel van zelfwaarde en compenseren dit door zich als beter of belangrijker dan anderen te beschouwen. Dit is de narcistische paradox.

Om zich te beschermen tegen kritiek heeft een narcist niet veel aandacht voor de mening of de gevoelens van anderen en zo vaak een onderontwikkeld inlevingsvermogen. Het hebben van een narcistische persoonlijkheid kan daardoor een bezwaar vormen bij de uitoefening van bepaalde functies waarbij anderen dienen te worden beoordeeld.

KernsymptomenBewerken

De kernsymptomen van narcisme zijn: een instabiele basis, zichzelf opblazen, gebrek aan wederkerigheid en afstoten. Deze vier symptomen vormen een vicieuze cirkel, de narcistische cirkel.

Narcisten voelen zich verheven boven anderen, zoeken voortdurend naar bewondering en erkenning en willen dat ook bevestigd zien, daarnaast hebben ze een overdreven kleurrijk zelfbeeld. Een instabiele basis wordt gekenmerkt door wantrouwen en het niet kunnen aangaan van duurzame intieme relaties. Dit wordt veroorzaakt door een biologische kwetsbaarheid, waarbij een gebrek aan serotonine en/of te veel cortisol een rol spelen, en een jeugd waarin ouders of verzorgers zich niet goed afstemmen op de emotionele behoefte van hun kind.

Psychiaters Sandy Hotchkiss en James F. Masterson identificeerden de volgende zeven hoofdkenmerken van narcisme[10]:

1. Schaamteloosheid: narcisten zijn vol van zichzelf en openlijk schaamteloos; ze zijn emotioneel niet gebonden aan de behoeften en de wensen van anderen. Narcisten verkiezen immers schuld boven schaamte, omdat schuld hen toelaat hun acties van zichzelf te scheiden - het zijn alleen hun acties die verkeerd zijn, terwijl hun intentie goed is.

2. "Magisch denken" en projectie: narcisten zien zichzelf als perfect, hoewel ze soms strategisch zullen beweren van niet. Met behulp van vervorming, illusie (magisch denken) en het via projectie “dumpen” van schaamte bij anderen ("blame shifting") houden ze dat zelfbeeld ook in stand.

3. Arrogantie: narcisten blazen hun eigenwaarde buitenproportioneel op door anderen te kleineren en te vernederen, hetzij in rechtstreekse communicatie, hetzij in communicatie over anderen.

4. Afgunst: narcisten gunnen anderen geen sociale erkenning van hun kwaliteiten. Als anderen erkenning krijgen, stellen narcisten hun gevoel van superioriteit veilig door minachting te gebruiken en de prestaties van anderen te minimaliseren.

5. Aanspraak: omdat ze zichzelf als bijzonder beschouwen menen narcisten aanspraak te kunnen maken op een speciale behandeling en speciale gunsten. Niet-naleving hiervan wordt als een aanval op hun superioriteit beschouwd. Wie hen dit niet gunt wordt beschouwd als een "vreemd" of "moeilijk" persoon. Het kan leiden tot wat Freudnarcistische verwonding” noemde, wat zich op zijn beurt kan uiten in aanvallen van “narcistische woede[11].

6. Exploitatie: narcisten “gebruiken” anderen zonder rekening te houden met hun gevoelens of interesses. Vaak bevindt de andere persoon zich in een onderdanige positie waar weerstand moeilijk of zelfs onmogelijk is, of wordt hij of zij door de narcist in deze positie gemanoeuvreerd. Dergelijke exploitatie kan leiden tot veel maar kortstondige relaties.

7. Slechte grenzen: narcisten erkennen niet dat anderen geen verlengstukken zijn van zichzelf. Anderen bestaan enkel om aan hun behoeften te voldoen. Van de anderen wordt bewondering geëist en verwacht dat ze de eigenwaarde en gevoel van superioriteit van de narcist voeden (cf. de term "narcissistic supply"). Ze worden behandeld alsof ze deel uitmaken van de narcist. In de geest van een narcist is er dus geen grens tussen hem- of haarzelf en de ander.

Typen narcismeBewerken

In de literatuur is vaak sprake van verschillende typen narcisme: primair en secundair, introvert en extravert, kwetsbaar en grandioos, dikke en dunne huid, verborgen en openlijk, verlegen – arrogant - wreed, en psychopathischexhibitionistisch - masochistisch narcisme.

Uit wetenschappelijk onderzoek naar narcistische symptomen blijkt dat er bewijs is voor een kwetsbaar of naar binnen gekeerd karaktertype dat ervan uitgaat dat hij er in het leven alleen voor staat (depressief narcisme), en een grandioos of naar buiten gericht type dat ervan uitgaat dat andere mensen er zijn om te gebruiken (angstig narcisme). Een depressieve narcist is solistisch, vermijdt contacten en ruimt anderen uit de weg wanneer hij vindt dat ze hem voor de voeten lopen. Een angstige narcist spant anderen voor zijn karretje, doet paniekerig wanneer ze dat niet willen en dumpt ze zodra ze er wat hem betreft niet meer hard genoeg aan trekken. Angstig en depressief narcisme kan ook gecombineerd voorkomen.

StoornisBewerken

Eigenlijk heeft ieder mens weleens een licht narcistische inslag, maar als iemands gedrag hier te sterk door bepaald wordt, kunnen er problemen met de omgeving ontstaan. Dan kan er sprake zijn van een psychische aandoening, bijvoorbeeld een narcistische persoonlijkheidsstoornis.

Behandelen van narcismeBewerken

Wanneer een narcist iets aan zijn gedrag wil veranderen, dan kan dit. Vooral cognitief gedragstherapeutische technieken zijn dan geschikt. Voorbeelden zijn: schematherapie, oefeningen om de instabiele basis te hanteren, minder opgeblazen en meer wederkerig te reageren, en om anderen minder af te stoten.

Een narcistische tijdBewerken

Wetenschappelijk onderzoek uit 2012 stelt dat de mensheid zich in een bijzonder narcistische tijd bevindt en dat narcisme zich als een epidemie verspreidt.[14] Volgens het onderzoek neemt de mate waarin mensen hoog scoren op vragenlijsten naar narcisme steeds meer toe en is dat te wijten aan onder meer de opkomst van sociale media.[15]