Hoofdmenu openen

Het Midden-Assyrische Rijk[1] of kortweg Midden-Assyrië of de Middel-Assyrische periode[2] is een historiografische term voor een periode van relatief herstel van de onafhankelijkheid van Assyrië van midden 14e eeuw tot midden 11e eeuw v.Chr.

Aššur
 Mitanni ca. 1350 – ca. 1050 v.Chr. Nieuw-Assyrische Rijk 
Kaart
Assyrië tussen eind 13e en begin 11e eeuw v.Chr.
Assyrië tussen eind 13e en begin 11e eeuw v.Chr.
Algemene gegevens
Hoofdstad Aššur
Talen Assyrisch, Aramees
Religie(s) Assyrische mythologie
Regering
Regeringsvorm Koninkrijk
Staatshoofd Koning

Assyrië was sinds de 15e eeuw onderworpen door het Hurritische koninkrijk Mitanni. Door de opkomst van het Nieuw-Hettitische Rijk rond 1350 onder Suppiluliuma I werd Mitanni vanuit het noordwesten verzwakt en verloor daarmee ook zijn greep op de zuidoostelijke Assyrische vazal.[3] Koning Assur-uballit I slaagde er bovendien in de Mitannische vorst Shattiwaza in een veldslag te verslaan. Hiermee begon het Midden-Assyrische Rijk: de stadstaat Aššur was voor het eerst onafhankelijk sinds Hammurabi halverwege 18e eeuw het Oud-Assyrische Rijk verwoestte.

Het Nabije Oosten in de 14e eeuw.

Grote Midden-Assyrische koningen waren Adad-nirari I (die Noord-Mesopotamië veroverde), Salmanasser I (die de restanten van Mitanni verwoestte) en Tukulti-Ninurta I.[2] De laatste wist in 1235 Babylon te veroveren en Karduniaš (Kassitisch Babylonië) zo'n tien jaar te overheersen; het Tukulti-Ninurta-epos getuigt hiervan.[1]

Uit eponiemen op tabletten ten tijde van Ninurta-apil-ekur kampte het Assyrische Rijk met moeilijke tijden, die de brandcatastrofe genoemd wordt. Het rijk bleef als politieke eenheid overeind, dit blijkt uit opgravingen in Tell Sabi Abyad.[4]

Een tweede Midden-Assyrische bloeiperiode geschiedde onder Tiglatpileser I, die met alle omringende volkeren streed, aan het einde van zijn heerschappij ook Midden-Babylonië veroverde en daarmee een tijdlang heerste van de Middellandse Zee tot de Perzische Golf. Daarnaast bouwde hij veel in Aššur en Ninive, richtte een bibliotheek op en legde een zoölogische tuin aan.[5] Zijn dood in 1077 wordt wel beschouwd als het einde van de Middel-Assyrische periode, toen het rijk verviel door interne verzwakking en het opdringen van de Arameeërs.[2] Na anderhalve eeuw van beperkte betekenis vond er omstreeks 900 een herstel plaats, wat gezien wordt als het begin van het Nieuw-Assyrische Rijk.

Zie ookBewerken

Lijst van koningen van Aššur