Hoofdmenu openen
Jan Hus werd aan een paal gebonden en verbrand
Martelaren werden aan een paal of staak bevestigd en gemarteld voordat ze werden geëxecuteerd

Een martelpaal was een martelwerktuig.

Romeinse RijkBewerken

In het Romeinse Rijk werd een martelpaal soms gebruikt bij een kruisiging. Deze vorm van het kruis werd in het Latijn crux simplex genoemd; in het Oudgrieks was dit een mogelijke weergave van σταυρός (stauros).[1] De veroordeelde (een politieke of religieuze opstandeling, een piraat of een rechtenloze slaaf)[2] werd vastgebonden of vastgenageld aan een houten paal of boomstam en bleef hangen totdat de dood erop volgde. Soms werd de veroordeelde ook ondersteboven aan de paal bevestigd.

In andere gevallen werden veroordeelden eerst aan een paal vastgebonden en gemarteld. Daarna werden ze losgemaakt en op verschillende manieren geëxecuteerd. Volgens één overlevering is dit wat met de heilige Sebastiaan is gebeurd. Vandaar dat hij vaak wordt afgebeeld voor een paal, boom of pilaar.

IndianenBewerken

In veel wild-west-verhalen komen passages voor met indianen die dansen om een martelpaal waar een vijand gefolterd en uiteindelijk gedood wordt. Dit berust in zoverre op waarheid, dat dit bij een aantal indianenstammen voorkwam. De martelpaal is met zekerheid bekend van Irokezen, Kiowa, Lenni-Lenape en Comanche.

Het waren doorgaans gevangengenomen vijandelijke krijgers die uren- of zelfs dagenlang de gruwelijkste, vernederende folteringen moesten ondergaan; meestal tot de dood erop volgde, hoewel soms het slachtoffer nadien werd vrijgelaten of in de stam werd opgenomen. De martelingen waren gewoonlijk heviger naarmate de vijand gevreesder was. Vermoedelijk waren het in de meeste gevallen de mannen die de martelingen uitvoerden, maar van de Kanienkehaka (Mohawk) is bekend dat het de vrouwen waren die (op wrede wijze, door de betreffende vijand) een familielid hadden verloren in het gevecht, die zich op de veroordeelden mochten uitleven.

Een deel van de gevangenen kreeg de kans om middels het goed afleggen van een soort spitsroedenloop aan de martelpaal te ontkomen en in de stam te worden opgenomen.[3]

TriviaBewerken

Sinds 1936 geloven Jehova's getuigen dat Jezus aan een rechtopstaande martelpaal werd genageld.[4] Zij beschouwen verering van het kruis met een dwarsbalk als afgodendienst.[5]

AfbeeldingenBewerken

Zie ookBewerken