Marengo-proces

Nederlandse strafzaak

Het Marengo-proces is een Nederlandse strafzaak tegen zeventien verdachten, onder wie Ridouan Taghi.[1] Zij worden als vermoedelijke leden van de zogeheten Mocro Maffia verantwoordelijk gehouden voor een reeks moorden en pogingen daartoe in Nederland in de periode van 2015 tot 2017. De term 'Marengo' is een door de computer willekeurig gekozen naam, de naam verwijst naar een textielstof; Marengo.[2]

VerdachtenBewerken

De volgende zeventien verdachten staan terecht in het Marengo-proces:[3]

  • Ridouan Taghi. Hij wordt beschouwd als bendeleider en hoofdverdachte in de zaak. Op 16 december 2019 werd hij opgepakt in Dubai en drie dagen later overgebracht naar Vught. Hij wordt bijgestaan door Inez Weski.[4]
  • Saïd Razzouki. Vermeende rechterhand van Taghi. Hij werd opgepakt in Medellin (Colombia) op 7 februari 2020,[5] maar was bij aanvang van het proces nog niet uitgeleverd naar Nederland.[6]
  • Mohamed Razzouki
  • Zaki R.
  • Zakaria A.
  • Charif el A.
  • Mohammed el A.
  • Zakaria el H.
  • Bagdad el H.
  • Ricardo O.
  • Achraf B.
  • Mohamed M.
  • Arthur M.
  • Zaki R.
  • Mao R.
  • Mario R.
  • Walid M.

BeschuldigingenBewerken

De aanklachten in deze zaken omvatten een aantal moorden en pogingen tot moord in de periode 2015 tot 2017:[7]

  • De moord op Ronald Bakker (59) op 9 september 2015. Hij werd vermoord voor zijn woning in Huizen. Hij zou de recherche informatie verstrekt hebben over klanten van de winkel in Nieuwegein waar hij werkte.
  • Voorbereidingshandelingen voor het veroorzaken van een explosie in de spyshop in Nieuwegein, waar Bakker werkzaam was. Taghi verdacht het bedrijf van samenwerking met politie en justitie. Dit bleek uit door de politie onderschepte berichten via PGP-telefoons tussen Taghi en medeverdachten, die pas jaren later konden worden gekraakt.[8]
  • Voorbereidingshandelingen voor de moord op Fachtali en moord op Samuel Erraghib in de periode van 1 maart tot 17 april 2016.
  • Moord op Samir Erraghib op 17 april 2016 in IJsselstein. Volgens onderschepte berichten (PGP’s) ging Taghi ervan uit dat Erraghib informatie over zijn organisatie door heeft gespeeld naar de politie. Bij zijn liquidatie was de 7-jarige dochter van Erraghib aanwezig.[9]
  • Moord op Abdelkader Belhadj op 9 mei 2016.
  • Moord op Ranko Scekic op 22 juni 2016. Scekic werd vermoord vlak voor hij moest getuigen in een strafzaak tegen Taghi in Utrecht. Hij zou deel hebben uitgemaakt van een groep die namens Taghi moorden voorbereidde. Het Openbaar Ministerie maakte over deze moord later bekend dat Taghi kort na de liquidatie via de PGP-berichtenservice schreef "Hahaha, die waterhoofd leeft niet meer. Hij heeft 5 of 6 kogels in zijn kop gekregen".[10]
  • Poging tot moord op Martin Kok op 2 juli 2016 in Amsterdam.
  • Poging tot moord op Abdelkarim Ahabad op 11 oktober 2016.
  • Poging tot moord op Khalid Badho op 5 december 2016 in Rotterdam.
  • Poging tot moord op Martin Kok op 8 december 2016 in Amsterdam.
  • Moord op Martin Kok op 8 december 2016 in Laren. Kok schreef als misdaadverslaggever op zijn website over Ridouan Taghi, Richard R. (‘Rico de Chileen’) en Naoufal ‘Noffel’ F. als moordend driemanschap.[11]
  • Voorbereidingshandelingen voor de moord op Khalid Hmidat in januari 2017.
  • Moord op Hakim Changachi op 12 januari 2017 in Utrecht. Volgens justitie was Changachi niet het doel van de moord, maar eigenlijk Khalid Hmidat. Enkele dagen later volgde een nieuwe moordpoging, maar het doelwit ‘Imo’ merkte zijn belagers op tijd op en alarmeert de politie.[12][13][14]

KroongetuigeBewerken

Een belangrijke bron voor het Openbaar Ministerie is de kroongetuige Nabil B. Op 14 januari 2017 liet Nabil B. zich oppakken, nadat hij de politie zelf had getipt dat hij gewapend rondliep bij het Leidseplein en de P.C. Hooftstraat.[a] Door zich te laten arresteren hoopte hij veilig te zijn voor een liquidatie en een deal te kunnen sluiten met justitie.[16] Hij deed dit omdat op 12 januari 2017 een bekende van hem, Hakim Changachi, bij een zogeheten 'vergismoord' om het leven was gekomen, waarvoor Nabil B. de vluchtauto had geregeld. Een week nadat bekend was geworden dat hij had besloten met justitie in zee te gaan werd zijn broer Reduan in een val gelokt en vermoord. Op 18 september 2019 werd voorts zijn advocaat, Derk Wiersum, voor zijn woning in Amsterdam vermoord.[b]

Na de moord op Wiersum stopte ook de andere advocaat van de kroongetuige op 6 november 2019.[17] Hij werd (anoniem) opgevolgd door Oscar Hammerstein.[18] Nabil B. werd tevens geadviseerd door misdaadverslaggever Peter R. de Vries, die in 2021 werd vermoord.[19] Na onenigheid tussen De Vries en Hammerstein brak Nabil B. met Hammerstein in het voorjaar van 2020.[20] Hammerstein werd vervolgens opgevolgd door Peter Schouten en Onno de Jong als advocaten.[21][22]

Op 29 juni 2021 brachten advocaten van een van de verdachten berichten van de kroongetuige aan zijn vriendin naar buiten.[23] Hieruit zou blijken dat de kroongetuige uit was op geld van de kroongetuigendeal. Een dag later verklaarde de advocaat van de kroongetuige dat die berichten voortkwamen uit woede over de in zijn ogen slechte beveiliging die de kroongetuige kreeg.[24]

ProcesverloopBewerken

 
De zwaarbeveiligde De Bunker in Amsterdam Nieuw-West waar de rechtszaak plaatsvindt

Op 20 september 2019, enkele dagen na de liquidatie van advocaat Derk Wiersum, de advocaat van kroongetuige Nabil B., werd door de rechtbank en het OM in Amsterdam besloten dat de strafzaak tegen de verdachten om veiligheidsredenen 'achter gesloten deuren' diende plaats te vinden, zonder aanwezigheid van publiek en pers. Hiertegen werd geprotesteerd door de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) en het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren die pleitten voor een "open rechtspraak".[25][26][27]

Een rechter-commissaris die al sinds juli 2019 betrokken was bij het proces, trok zich in oktober 2020 terug als onderzoeksrechter. Volgens haar werd ze onaanvaardbaar bejegend door advocaten.[28]

Inhoudelijke behandelingBewerken

De inhoudelijke behandeling van het Marengo-proces begon op 22 maart 2021.[29]

Op 11 juni 2021 wraakten de advocaten van Nabil B. de rechters van het proces vanwege vooringenomenheid.[30] De wrakingskamer wees dit verzoek een week later af.[31]

BronvermeldingBewerken