Hoofdmenu openen

Marcel Alfons Gilbert van Meerhaeghe

econoom uit België (1921-2014)
(Doorverwezen vanaf Marcel van Meerhaeghe)

Marcel Alfons Gilbert van Meerhaeghe (Wetteren, 12 april 1921Gent, 22 maart 2014) was een Belgisch econoom, hoogleraar, publicist en columnist.

Prof. Dr. M.A.G. van Meerhaeghe
Meerhaeghe.jpg
Persoonlijke gegevens
Volledige naam Marcel Alfons Gilbert van Meerhaeghe
Geboortedatum 12 april 1921
Geboorteplaats Wetteren
Overlijdensdatum 22 maart 2014
Overlijdensplaats Gent
Werkzaamheden
Vakgebied Internationale economie
Universiteit Rijksuniversiteit Gent
London School of Economics
Soort hoogleraar Gewoon hoogleraar
Bekende werken Economic Theory. A Critic's Companion
Portaal  Portaalicoon   Onderwijs

In zijn lange carrière leverde professor van Meerhaeghe belangrijke bijdragen tot het economische vakgebied en tot de interpretatie van economische gebeurtenissen. Zijn ongebruikelijk vermogen om theoretische en praktische analyses te combineren, maken zijn wetenschappelijke werken bijzonder waardevol.

Inhoud

LoopbaanBewerken

1939-1987Bewerken

Aanvankelijk dacht M.A.G. van Meerhaeghe aan een militaire loopbaan. Hij slaagde in 1939 voor het toelatingsexamen tot de Koninklijke Militaire School (KMS). Na de veldtocht van 1940 (gewond in Duinkerken) volgde een krijgsgevangenschap in Duitsland van circa zeven maanden (een interventie van koning Leopold III leidde tot de vrijlating van de KMS-leerlingen). Toentertijd was geschiedenis een discipline welke Grieks-Latijn als achtergrond vergde. Even werd ook gedacht aan toegepaste wetenschappen. Van Meerhaeghe werd echter licentiaat in de economische wetenschappen in 1944 (1ste zittijd) en licentiaat in de staatswetenschappen (Political Science and Sociology), eveneens in 1944 (2de zittijd), telkens met onderscheiding. Hij behaalde het doctoraat in de economische wetenschappen in 1946 (De luchtvaart in de verkeerseconomie, met bijzondere inachtneming van België's toestand). Het jaar daarop werd hij deeltijds docent staatshuishoudkunde aan de Koloniale Hogeschool[1][2] en in 1955 – eveneens deeltijds – docent koloniale economie aan de Rijksuniversiteit Gent (RUG), waar hij in 1957 gewoon hoogleraar economie en internationale economie werd (rechtsfaculteit). Voordien was hij economisch adviseur op het Ministerie van Economische Zaken (na er voor de studiedienst te zijn aangeworven in 1946 en als eerste te zijn geslaagd in het eerste naoorlogs aanwervingsexamen bij de overheid), 'faculty advisor' bij het NATO Defence College in Parijs (1953-54), en economisch adviseur (met rang van adjunct-kabinetschef) van Victor Larock, Minister van Buitenlandse Handel (1954-57).

In september 1959 werd hij benoemd tot gastprofessor aan de officiële universiteit van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi te Elizabethstad voor de cursussen Histoire des doctrines sociales et économiques en Histoire des doctrines économiques.[3]

Onder zijn functies in semiambtelijke organen vallen op: voorzitter van de Prijzencommissie (in 1969 vervangen door de Commissie tot regeling der prijzen: Koninklijk Besluit 3 juni 1969), lid van de Algemene Raad van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas (tot 1980), lid vanaf 1971 tot 2002 (de opheffing ervan: euro) van de Raad van het Belgisch-Luxemburgs Instituut voor de Wissel.[4]

Twee van zijn assistenten doctoreerden bij hem (Gaston Vandewalle en Marc De Clercq[5]) en werden ook hoogleraar aan de RUG. Luc Versele, sinds 2017 voorzitter van de bank Crelan, was eveneens assistent van van Meerhaeghe.

EmeritaatBewerken

Nadat de emeritaatsgrens van 70 op 65 jaar werd gebracht, werd Van Meerhaeghe nog uitgenodigd als gastprofessor internationale economie en Europese integratie in de London School of Economics (academiejaar 1986-87) en nadien, telkens voor verscheidene jaren, aan de universiteiten van Torino en van Rome (La Sapienza). Hij kon dit tijdelijk combineren met een speciaal adviseurschap bij de Commissie van de Europese Gemeenschap tot 1988. Onder de auspiciën van het in 1986 gevormde 'Europe-12 – Research and Action Committee on the EC' gaf hij bijgevolg in de reeks European Community Membership Evaluated de bundel Belgium and EC Membership Evaluated (Frances Pinter, London 1992) uit: bijdragen van 14 auteurs, o.a. Filip Abraham, Roger Blanpain, Marc Quintyn en Jef Vuchelen.

Verder was van Meerhaeghe lid van het raadgevend comité van academici van respectievelijk de Brusselse denktank Institut Européen (Institutum Europaeum: 1979-2002) en de denktank Centre for the New Europe (1993-2008). Bij deze laatste publiceerde hij The Information Policy of the European Commission (Zellik 1995).

PublicatiesBewerken

Van Meerhaeghe heeft een twintigtal boeken, een honderdtal artikels en verscheidene essays op zijn actief en was 'editor' van vier werken.

BoekenBewerken

Diverse boeken zijn in het Engels vertaald of in die taal geschreven. De bekendste: Economics, A citical approach (Weidenfeld and Nicholson, London 1971, de Engelstalige tegenhanger van het Handboek van de economie, waarmee vele generaties Vlaamse en Nederlandse studenten kennis hebben gemaakt: 10 edities tussen 1952 en 1984), International Economics (1972, dat een Engelse recensent 'briljant' noemt, en dat in het Portugees is vertaald), Price Theory and Price Policy (Longmans, London 1969, waarin zijn ervaring als voorzitter van de Prijzencommissie tot uiting komt; zonder medeweten van auteur en uitgever in het Pools vertaald), International Economic Institutions (7 edities tussen 1966[6][7] en 1998).

Reeds vroeg in zijn carrière (in een artikel van 1947) nam van Meerhaeghe stelling in. Hij kantte zich tegen de talrijke publicaties die geen enkel verband hebben met de realiteit[8] en vooral tegen de manie alles met wiskunde te willen benaderen. Hij is voor een operationele economie, waar de practici iets aan hebben (nützlich). Later werkte hij zijn kritiek uit in Economic Theory. A Critic's Companion (Martinus Nijhoff, 2de ed. 1986), dat algemeen als zijn beste werk wordt beschouwd (het is ook in het Japans vertaald). Hij komt op voor een multidisciplinaire aanpak: hoe kan men economische problemen begrijpen, als men geen rekening houdt met de samengaande politieke en sociale vraagstukken. Zelfs de kennis van de historische achtergronden kan noodzakelijk zijn. Econometrie, die nu in zekere zin de economie vervangt, is louter l'art pour l'art. Het boekje van 109 bladzijden tekst wordt enthousiast onthaald; toch maken de recensenten zich geen illusies: het zal niet gemakkelijk zijn het ingang te laten vinden en de economen uit hun wiskundige ivoren torens weg te trekken. Guy Routh schrijft in het gezaghebbende The Economic Journal (juni 1981): "I fear that in ten years time its (v.M's 'masterpiece of condensation') criticisms will be as valid and as relevant as they are today".

Omdat er een bijzondere behoefte bestond aan een handboek over economische politiek gaven van Meerhaeghe en Koos Andriessen in 1962 Theorie van de Economische Politiek (Stenfert Kroese, Leiden) uit: een systematisch overzicht met bijdragen van Belgische en Nederlandse experten, o.a. Pieter Hennipman.

In 1969 was van Meerhaeghe redacteur van de bundel Economics: Britain and the EEC (Longmans, London): o.a. H.G. Johnson, John Pinder, Dennis Swann.

Op verzoek van de betrokken redacties was van Meerhaeghe lang columnist van het weekblad Trends en later van De Standaard.[9] Sommige zijn in boekvorm verschenen: De afgunstmaatschappij (1978), De vakbondsstaat (1980), Het gevecht met de symptomen (1982), Spel met de utopie (1983). Hij komt onder meer op voor minder overheidsinterventie. Dit gold niet voor de Verenigde Staten, waar vooral de onvoldoende controle op de banken tot de globale crisis van 2008 leidde. (Wat Europa betreft gebeurde de vrijmaking van het kapitaalverkeer te vroeg.) In 1985 verschijnt nog Museum of grootmacht. De identiteitscrisis van Europa (Lannoo).

Verder :

  • De economie van Vlaanderen (Stenfert Kroese, Leiden 1965).
  • Lexicon van de economie (Stenfert Kroese, Leiden 1984, 3de ed.).

ColloquiaBewerken

Ook na zijn emeritaat bleef van Meerhaeghe publiceren. Het onderwerp is meestal door thema's van congressen of colloquia (o.m. Annual Heilbronn Symposium in Economics and the Social Sciences) bepaald, maar bevatten altijd originele standpunten. Te vermelden zijn onder meer:

  • Regional Policy of the European Communities, in Institutional aspects of regionalism in a Pan-European context, Second Belgian-Russian Scientific Seminar, 1-9 July 1996 Yekaterinburg, ed. Katlijn Malfliet, pp. 32–36.
  • The lost chapter of Schumpeter’s ‘Economic Development’ in Joseph Aloïs Schumpeter. Entrepreneurship, style and vision, ed. Jürgen Backhaus, The European Heritage in Economics and the Social Sciences, Vol. 1, Kluwer, Boston, Dordrecht, London, 2003, pp. 233–244. Hij beschouwt Schumpeter als ‘groter’ dan Keynes wegens zijn betere kennis van de economische wetenschap en zijn onovertroffen ‘History of economic analysis’.
  • Bismarck and the social question, Journal of Economic Studies, sept. 2006, Vol. 33, Iss. 4, pp. 284–301. Niettegenstaande het standpunt van Otto von Bismarck (ooit Pruisisch ambassadeur in Sint-Petersburg) talrijke aanzienlijke wisselingen onderging, bleef een doel ongewijzigd: de stabiliteit en sociale vrede in de staat garanderen.
  • Nietzsche and economics en Nietzsche and business ethics, in Friedrich Nietzsche 1844-1900. Economy and Society, ed. J. Backhaus and Wolfgang Drechsler, The European Heritage in Economics and the Social Sciences, Vol. 3, Springer, New York, Heidelberg, 2006, pp. 39–54 en 139-144. Hij weerlegt vooral de stelling dat Nietzsche bijdragen leverde tot de economische wetenschap.
  • The international aspects of Justi’s work, in The beginnings of Political Economy. Johann Heinrich Gottlob von Justi, ed J. Backhaus, The European Heritage in Economics and the Social Sciences, Vol. 7, Springer, 2009, pp. 99–110. Bladzijden gewijd aan migratie met beschouwingen – teruggaand helemaal tot in de 15de eeuw – welke nog niets ingeboet hebben aan actualiteit. Hij besluit dat de verschillen tussen J.H.G. von Justi en Adam Smith niet erg groot zijn.
  • Is Montaigne a Utopian ?, in The State as Utopia – Continental Approaches, ed J. Backhaus, The European Heritage in Economics and the Social Sciences, Vol. 9, Springer, 2011, pp. 67–76.
  • Mature Cameralism According to Pfeiffer (Johann Friedrich von Pfeiffer), in Physiocracy, Antiphysiocracy and Pfeiffer, ed J. Backhaus, The European Heritage in Economics and the Social Sciences, Vol. 10, Springer, 2011, pp. 135–147.
  • The Austrian and German "Economist" in the interwar period: international aspects, in The beginnings of Scolarly Economic Journalism, ed J. Backhaus, The European Heritage in Economics and the Social Sciences, Vol. 12, Springer, 2011, pp. 65–71.
  • Globalisation: concept, outcome, future – a continental view[10], European Journal of Law and Economics, 2012, Vol. 33, Iss. 2, pp. 239–306: van Meerhaeghe besluit dat niets de triomfantelijke voortgang van de globalisering tot stilstand schijnt te brengen.

ArtikelsBewerken

Verder leverde hij diverse bijdragen tot buitenlandse (vaak Engelstalige) tijdschriften, onder meer in Journal of Economic Studies en Journal of Public Finance and Public Choice (verscheen van 1983 tot 1997 onder de titel Economia delle Scelte Pubbliche; o.m. in 1986 en 2008). We vermelden:

  • Enkele beschouwingen over de ruilvoet, Tijdschrift voor Sociale Wetenschappen, 1959, N° 3, pp. 244-261.
  • Contributions récentes aux théories relatives à la balance des paiements, Rivista internazionale di scienze economiche e commerciali, Vol. 9 (2), 1962, pp. 101-121.
  • Observations sur les vues des pays neufs à l'égard de leur croissance économique, Kyklos, 1965 (18), Fasc. 3, pp. 475–494.
  • Alcune considerazioni sullo sviluppo del Congo dal 1885 al 1960, Rivista internazionale di scienze economiche e commerciali, Vol. 12 (4), 1965, pp. 336-345.
  • Die Marktformen, das Marktverhalten und die Marktergebnisse in Belgien, Zeitschrift für die gesamte Staatswissenschaft / Journal of Institutional and Theoretical Economics, Band 121, Heft 1. (Januar 1965), pp. 131–142.
  • Les instruments de la politique des prix, Revue Économique, Vol. 18, N° 4, juillet 1967, pp. 618–636.[11]
  • The Belgian Prices Commission, Weltwirtschaftliches Archiv, Hambourg, IC, Bd. 99, n° 2, 4° trimester 1967, pp. 257–273.
  • The purpose of competition policy. A critical essay on the EEC's views, Zeitschrift für Nationalökonomie, Wien, Band XXVII, Heft 4, december 1967, pp. 425–438.
  • The International Monetary Fund Twenty Years On, Economia Internazionale, Vol. XXI, No. 1, februari 1968, pp. 97–.
  • Gil scopi della politica comune in materia di concorrenza: saggio critico sugli indirizzi della C.E.E., Economia Internazionale, Vol. XXI, No. 3, augustus 1968, pp. 463–479.
  • Observations sur la signification des termes d'échange des pays sous-développés, Kyklos, 1969, Fasc. 3, pp. 566–584.
  • The Multinational Enterprise, Economia Internazionale, Vol. XXVIII, No. 3-4, augustus-november 1975, pp. 322–330.
  • Burocrazia: la protesta di un economista belga, Journal of Public Finance and Public Choice, Vol. I, 1983-1, pp. 45-52.
  • Culture and Economics, Journal of Public Finance and Public Choice, Vol. III, 1985-3, pp. 157-164.
  • Right and left, ideology and welfare state (Destra e sinistra - Ideologia e stato del benessere), Rivista internazionale di scienze economiche e commerciali[12], Vol. 32 (3), 1985, pp. 263-270.
  • The church and the economy, Journal of Public Finance and Public Choice, Vol. V, 1987-2, pp. 97-104.
  • Capital mobility and currency policy in the EC, European Affairs, 1988, No. 3, pp. 136-149.
  • Taxation and the European Community, Journal of Public Finance and Public Choice, Vol. VII, 1989-1/2, pp. 17-28.
  • The awkward difference between philosophy and reality, European Affairs, 1989, No. 1.
  • Protection of competition in Belgium, Journal of Public Finance and Public Choice, Vol. VIII, 1990-2/3, pp. 93–101.
  • The 'revolution' in the Belgian banking environment, Repères - Bulletin économique et financier, 11/1995, pp. 15–19.
  • The Information Policy of the European Commission, The European Journal, January 1996, Vol. 3, N° 4, pp. 5-6.
  • The Regional Policy of the European Communities and the Subsidiarity Principle, Journal of Public Finance and Public Choice, Vol. XV, 1997-2/3, pp. 147–163.
  • Globalisation and Africa, Africana (Centro de Estudios Africanos e Orientales, Universidade Portucalense, Porto), March 1999, n° 20, pp. 127–149.
  • Econometrics: an appraisal, Journal of Economic Studies, aug. 2000, Vol. 27, Iss. 4/5, pp. 316–325.
  • Attilio da Empoli's significance for economic theory, Journal of Economic Studies, Sept. 2001, Vol. 28, Iss. 4/5, pp. 324–333; ook in On the frontiers of the modern theory of value: essays on Attilio da Empoli (1904-1948), Erfurt Studies in Public Finance and Fiscal Sociology, ed. J. Backhaus, 2002, Number 3, pp. 113–125.
  • Mars, Mercurius, Athena, Journal of Public Finance and Public Choice, Vol. XXX, 2012-1/3 (doch postuum gepubliceerd), pp. 123–155.

Tenslotte waren er artikels in verzamelwerken. We vermelden The Belgium-Luxemburg Economic Union, in International Economic Integration, eds. Franz Peter Lang en Renate Ohr (Physica-Verlag, Heidelberg 1995), pp. 95–119.