Hoofdmenu openen

De mantel (pallium) is het dorsale lichaamsoppervlak bij weekdieren. Dit fungeert ten dele als een soort huid, maar vervult afhankelijk van de groep van weekdieren verschillende functies. In de mantel zit de mantelholte, die de kamvormige kieuwen bevat en de ademhaling verzorgt. De mantel dient als bescherming door de slijmcellen en speelt een grote rol bij de voortbeweging bij slakken, de mantel produceert het skelet bij vrijwel alle weekdieren en zorgt voor de opname van voedsel bij tweekleppigen. Bij sommige weekdieren wordt de mantel ook gebruikt voor de voortbeweging, maar veel soorten verplaatsen zich met de voet.

De anatomie van een slak
1 = schelp
2 = hepatopancreas
3 = long
4 = anus
5 = ademopening
6 = oog
7 = tentakel
8 = hersenknoop
9 = speekselbuis
10 = mondopening
11 = krop
12 = speekselklier
13 = geslachtsopening
14 = penis
15 = vagina
16 = slijmklier
17 = eileider
18 = pijlzakje
19 = voet
20 = maag
21 = nier
22 = mantel
23 = hart
24 = zaadleider

Aan de buitenzijde van de mantel zijn cellen aanwezig die bij de meeste soorten een hard pantser aanmaken, de schelp.