Hoofdmenu openen

Maliebaan (Utrecht)

laan in Utrecht

De Maliebaan is een laan even buiten de singels van de Nederlandse stad Utrecht.

Maliebaan
Malibaan Utrecht.jpg
Geografische informatie
Locatie       Buiten Wittevrouwen, Utrecht
Begin Maliesingel
Eind Oorsprongpark
Lengte 1 km
Breedte 55 m
Algemene informatie
Genoemd naar Maliespel
Naam sinds 1637
Openbaar vervoer Lijn 8 en 477 van U-OV
Portaal  Portaalicoon   Stad Utrecht

Inhoud

GeschiedenisBewerken

In de Gouden Eeuw was Utrecht niet bepaald een centrum van vertier. Gasten aan de Universiteit, zoals René Descartes, klaagden over de ingeslapen saaiheid van de stad. Kennelijk dachten de studenten en de curatoren er ook zo over, want zij vroegen de vroedschap om het maliespel te mogen spelen. Net als in Leiden kregen zij daarvoor in 1637 toestemming, wellicht ook uit concurrentieoverwegingen.[1]

 
De Maliebaan in 1645

Ten oosten van de stad werd op het Oudwijkerveld een maliebaan aangelegd van 200 roeden (ca 750 meter), een afstand die volgens getuigen uit die tijd in drie slagen overbrugd kon worden. Twee eeuwen daarvoor werden balspelen er juist uitdrukkelijk verboden, zoals het buurspraakboek uit 1401 vermeldt: "voorts verbiet de Raet… nochte met kolven en spelen nochte teneyzen". Met teneyzen werd vermoedelijk kaatsen bedoeld en niet ons huidige tennis. Een jaar na de aanleg volgde een verordening waarin de vroedschap verbood om ossen, koeien, paarden, schapen, varkens en dergelijke op de Maliebaan te weiden.

 
Een maliepaal aan de Maliebaan

Bij zijn bezoek in 1672 vond de Franse koning Lodewijk XIV de Utrechtse Maliebaan zo schitterend, dat hij hem volgens zeggen graag naar Parijs had willen meenemen. De baan was geplaveid met schelpen en had houten kantschotten waarop de afstand was af te lezen, met hier en daar een toegang. De schotten achter de palen, het rabat (Oudfrans rabattre = terugslaan) waren verhoogd. Op beide palen pronkte fier het Utrechtse stadswapen. Langs de baan waren aan weerskanten lommerrijke wandelpaden.

Een herberg aan de Singel tegenover het Lepelenburg werd ingericht als maliehuis. Hier werden de ballen en hamers bewaard en verhuurd en de spelers konden er een kop chocolade of iets sterkers drinken. Het bleef er vaak tot in de late uurtjes gezellig. Tegen de regels in liet de poortwachter bij het Lepelenburg, na het luiden van de avondklok in de Buurkerk om 21.55 uur, nog studenten binnen door een deurtje naast zijn poort. De maliespelende studenten trokken veel bekijks. Al gauw kwam er zoveel publiek, dat er theehuizen en andere uitspanningen verschenen. De Maliebaan werd hét uitje van de stad. Welgestelde burgers lieten daar hun buitenhuisjes bouwen. Later bleven zij er permanent wonen en verrezen er statige panden. Zo werd de Maliebaan een woongebied op stand.

Het maliespel verloor, net als het kolfspel, tegen het eind van de 17e eeuw langzaam zijn populariteit. In 1700 klaagde Adriaan van Wijk, de pachter van het Maliehuis, over de geringe omvang van zijn nering. Hij vroeg verlaging van de pacht. Uiteindelijk werd er in 1796 helemaal niet meer gespeeld. De kantschotten en palen verdwenen definitief in 1811, zodat keizer Napoleon Bonaparte er vrij baan had voor de grote wapenschouwing bij zijn bezoek aan Utrecht. De baan werd steeds vaker gebruikt voor andere zaken, zoals in de 20e eeuw voor paardenwedrennen door studenten Diergeneeskunde. Eind 20e eeuw kreeg de Maliebaan aan de kant van de Maliesingel twee nieuwe toegangspalen, die aan de palen van het oude eindrabat herinneren.

Aan de Maliebaan werd in 1883 de voorloper van de ANWB opgericht. Ook het eerste fietspad in Nederland was hier te vinden (1885).

Rond de Tweede WereldoorlogBewerken

Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Maliebaan het bestuurlijk-administratieve centrum van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert. Utrecht was vanaf het begin in 1931 de zetel van de NSB omdat Mussert en de mede-oprichter van de NSB, Cornelis van Geelkerken, er woonachtig waren. Na een beginperiode van enkele jaren waarin de NSB haar hoofdkwartier aan de Utrechtse Oudegracht had, werd Maliebaan 35 betrokken.

In de loop van de volgende jaren werden naastgelegen panden aangekocht en in gebruik genomen. Uiteindelijk had de NSB aan oneven kant de nummers 13 en 23 t/m 35 in gebruik (de afdeling Propaganda zat op nummer 29/31). Aan de overkant waren de panden 66 (stafkwartier van de Nederlandse SS), 76/78 (stafkwartier van de Weerbaarheidsafdeling) in handen van de NSB gekomen. Hierdoor kreeg de stad Utrecht de bijnaam 'NSB-hoofdstad van het land'. Dat strookte ook met de intenties van de NSB, die zich liever niet geassocieerd zag met Den Haag als regeringshoofdstad. Den Haag was vóór 1940 immers de zetel van de door de NSB verworpen democratische regering, terwijl die stad ná 1940 de zetel van het Duitse bewind was, waarmee de NSB zich evenmin wenste te associëren.

Toch zaten hier ook de Utrechtse afdelingen van de nazi's. De Sicherheitsdienst[2]/Sicherheitspolizei[3] zat op nummer 74, de Nachrichtenabteilung der Luftwaffe op nummer 108 en de Wehrmachtkommendantur op nummer 84a.

Ook het verzet was actief op de Maliebaan: kardinaal de Jong en Marie Anne Tellegen woonden en werkten in de straat.[4]

Ad van Liempt publiceerde in 2015 een boek over deze periode: Aan de Maliebaan. De kerk, het verzet, de NSB en de SS op een strekkende kilometer.

TegenwoordigBewerken

 
Denker door Lotti van der Gaag uit 1951, geplaatst in 1991

In 1979 kwam de Adviescommissie voor Beeldende Kunsten met het advies om een beeldenroute in de klassieke zin te verwezenlijken in Utrecht en wees daarvoor de Maliebaan aan. Waarschijnlijk in het licht van het feminisme werd besloten om alleen beelden van vrouwelijke kunstenaars te plaatsen. In 1983 werden de eerste vier beelden geplaatst. Inmiddels telt het zeventien beelden.

  Zie Beeldenroute Maliebaan voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sinds 1992 wordt op de Maliebaan het Maliebaanfestival gehouden waarvan de Piekenkermis het belangrijkste en bekendste onderdeel is. Deze kermis is gestoeld op de roemruchte Utrechtse jaarmarkt met kermis in juni, aan welke het smedengilde St. Eloy de traditie van Hoveniersmaandag te danken heeft. De kermis bracht immers allerhande onguur volk en vele verleidingen naar de stad. Om de gildebroeders daartegen in bescherming te nemen, verschafte het gilde hen in het St. Eloyen Gasthuis biefstuk, brood, Utrechtse wafels en bier. Hoewel in 1995 een officieel verbroederingsbezoek aan de nieuwe kermis is gebracht, wordt in het St. Eloyen Gasthuis ook nu nog elk jaar de Hoveniersmaandag gevierd.

Aan de Maliebaan is sinds 1898 ook het huidige Aartsbisschoppelijk Paleis van het aartsbisdom Utrecht (Rooms-Katholieke Kerk) gevestigd op nummer 40. Er bevinden zich tal van andere verenigingen, zoals verschillende vrijmetselaarsloges waaronder Loge Ultrajectina op nummer 70A.

AfbeeldingenBewerken

Zie ookBewerken

LiteratuurBewerken