Ludolph Reinier Wentholt (1885-1946)

Nederlands ingenieur (1885-1946)

Ludolph Reinier Wentholt (Nieuwediep, 22 maart 1885's-Gravenhage, 6 februari 1946) was een Nederlands civiel-technisch ingenieur, directeur-generaal van de Rijkswaterstaat. Hij geldt als de stuwende kracht achter de ontwikkeling van verschillende kanalen. Daarnaast nam hij het initiatief voor het tweede Rijkswegenplan uit 1938, ter vervanging van het eerste plan en de basis voor het huidige net van rijkswegen.[1]

Biografie[2]Bewerken

OpleidingBewerken

Wentholt studeerde na de HBS in 's-Gravenhage van 1902 tot 1907 in Delft. Na zijn afstuderen trad hij in dienst van de Rijkswaterstaat. Hier deed hij een studie naar de Nederlandse kustverdediging, waarop hij in 1912 promoveerde tot doctor in de technische wetenschappen.

LoopbaanBewerken

Na zijn in diensttreding in 1907 werd hij in 1923 gepromoveerd tot hoofdingenieur en in 1935 tot hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat. Van 1919 tot 1928 had Wentholt de leiding bij de aanleg van het Maas-Waalkanaal. In 1922 werkte hij mee aan een rapport over de verbetering van wegen in Nederland. In 1926 kreeg hij van de minister de opdracht voor het onderzoeken van een waterverbinding tussen Amsterdam en de Rijn, het latere Amsterdam-Rijnkanaal. Van 1928 tot 1935 was hij verantwoordelijk voor de aanleg van de Twentekanalen, waarna hij in 1936 de leiding kreeg over de afdeling Wegenverbetering, die door hem als Centrale dienst voor de Wegen en de Bruggen werd voortgezet. In deze functie oriënteerde hij zich in Duitsland op de bouw van de Reichsautobahnen, ervaringen die hij gebruikte bij het onder zijn leiding opstellen van het Tweede Rijkswegenplan uit 1939, de basis van ons huidige rijkswegennet. Op 1 maart 1940 werd hij benoemd tot directeur-generaal van de Rijkswaterstaat. Tijdens de bezetting maakte hij zich sterk voor de medewerkers van zijn departement. Zijn streven was zo veel mogelijk medewerkers uit de Duitse Arbeitseinsatz te houden, wat hem een goede naam bezorgde bij het verzet. Dit leidde tot zijn gedwongen ontslag. Zijn, wellicht onbedoelde, aanwezigheid op een propagandabijeenkomst in het Scheveningse Kurhaus op 5 november 1941 werd hem echter kwalijk genomen. Op 12 augustus 1943 werd hij door Seyss-Inquart ontslagen. Nadat de bezetter hem aanvankelijk met rust gelaten had, werd hij op 20 januari 1944 gearresteerd en naar Kamp Sint-Michielsgestel afgevoerd. Tot het einde van de oorlog zat hij gevangen in respectievelijk Kamp Vught, in Kamp Amersfoort en in Scheveningen. Na de bevrijding werd hij in zijn functie hersteld. Zijn gezondheid echter maakte dat de Koningin hem per 1 oktober 1945 ontslag verleende.

GezinBewerken

Wentholt is een telg uit het geslacht Wentholt en een zoon van Jan Wentholt, vice-admiraal en minister van Marine. Hij trouwde op 6 maart 1913 met jonkvrouw Catharina Jacoba Christina de Ranitz (1892-1974), telg uit het geslacht De Ranitz. Ze kregen een zoon Jan (1918-1973), de latere burgemeester van Abbenbroek en Oudenhoorn en Olst, en een dochter.

TriviaBewerken

  • De Almelose Wentholtweg, gelegen tussen de tweede en derde insteekhaven van het Twentekanaal, is naar dr.ir. L.R. Wentholt vernoemd.

BronnenBewerken