Hoofdmenu openen

Louis Mattithjahu Tas (Amsterdam, 25 december 1920 - Amsterdam, 14 april 2011) was een Nederlands psychiater en psychotherapeut.

Louis Tas
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Volledige naam Louis Mattithjahu Tas
Pseudoniem(en) Loden Vogel
Geboren 25 december 1920
Geboorteplaats Amsterdam
Overleden 14 april 2011
Overlijdensplaats Amsterdam
Land Vlag van Nederland Nederland
Beroep psychiater, psychoanalyticus
Werk
Jaren actief 1958-2009
Uitgeverij A.A.M. Stols, G.A. van Oorschot, Prometheus
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Psychologie

Op 25 december 1920 werd Louis Tas de eerstgeboren zoon in een muzikaal joods gezin. Hij werd vernoemd naar zijn grootvader, een succesvol diamantair (1850-1936) die behoorde tot de joodse elite van Amsterdam.[1] Zijn moeder Frieda Herzberg (1896-1970) was schilderes en de jongere zus van Abel Herzberg.[2] Ze zong jiddische liederen en werd hierin op piano begeleid door zijn vader. Ze hadden elkaar ontmoet in een zionistische studentenclub en waren getrouwd op 30 februari 1920.[3] Jacques Tas (1892-1978) had de handelsschool doorlopen maar herschoolde zich in medicijnen en slaagde voor het artsexamen in 1924.[4] Louis verbleef samen met zijn ouders en zijn zus Riva (Rebecca, 1922-1998) twee keer in Parijs. Terwijl vader zich specialiseerde in neurologie en moeder aanluiting vond bij de école de Paris, werd de opvoeding van de kinderen uitbesteed aan kinderjuffrouwen.[5] De zomers van zijn kindertijd bracht Louis door in Zandvoort met onder meer de vader en oom van Felix Rottenberg.[6] Als tiener schreef Tas een verborgen gebleven toneelstuk over een Griekse filosoof die zelfmoord predikte en begon ook met een dagboek. Hij stak zelf radio's in elkaar en wilde ingenieur worden, maar koos voor medicijnen omdat hij zijn wiskundige vaardigheden niet vond voldoen.[7]

In september 1939 was het gezin Tas op vakantie in Zuid-Frankrijk. Ze hadden kunnen vluchten voor de Tweede Wereldoorlog en terugreizen naar Engeland. Jacques Tas was evenwel sinds 1931 gevestigd als zenuwarts in Amsterdam en verkoos de luxe van twee vleugelpiano's thuis. In 1940 werd het joodse leven verstrengd waardoor Louis zijn studie moest opgeven. Via de connecties van zijn vader in de joodse raad kon hij lesgeven aan joodse leerlingen in Maastricht. Met zijn ausweis als leerkracht werd hij beschermd tegen deportatie, tot hij die baan eind 1942 noodgedwongen moest opzeggen en terugkeerde naar Amsterdam. Hij bezocht een psychoanalyticus die net zoals zijn vader in analyse was bij Karl Landauer. Achteraf verweet hij deze heer dat die hem bleef zien en niet had aangespoord om te emigreren. Het gezin had een onderduikadres, maar dit bleek niet aangepast aan de invalide oom Bob die bij hen was komen inwonen. Toen de joodse raad op 29 september 1943 werd opgepakt, viel hun laatste bescherming weg en werd Louis samen met zijn ouders en oom Bob gedeporteerd naar Kamp Westerbork.[8] Zijn zus Riva kon ontkomen op het Amstelstation en dook onder. Oom Bob overleed in Westerbork. Louis werkte er in buitendienst aan het Oranjekanaal en bracht door geelzucht veel tijd door in de ziekenbarak. Op 15 maart 1944 werd het gezin verplaatst naar het concentratiekamp Bergen-Belsen, dat in principe bedoeld was geweest als uitwisselingskamp, maar door de slechte omstandigheden in feite ook een vernietigingskamp was geworden. In het kamp heeft hij ook zijn oom Abel Herzberg ontmoet. Van Bergen-Belsen werden ze begin april 1945 afgevoerd met een personentrein waarop een vlektyfusepidemie uitbrak. Op 23 april kwam dit verloren transport tot stilstand nabij Tröbitz, waar het Rode Leger overmacht kreeg. In een Amerikaanse open vrachtauto keerde het gezin terug naar Nederland.

In Amsterdam wilde Louis zijn psychoanalyse hervatten, maar zijn analyticus gaf voorrang aan de belabberde psychische toestand van zijn vader - Karl Landauer was in januari omgekomen in Bergen-Belsen. Louis ging anderhalf jaar psychologie studeren. In 1946 publiceerde hij onder het pseudoniem Loden Vogel een dagboek uit de periode van 25 april 1944 tot 7 april 1945 in Bergen-Belsen.[9] In 1947 hervatte hij vanuit een mechanische interesse zijn studie medicijnen. Tijdens een stage neurologie maakte hij kennis met een schizofrene patiënt en raakte geboeid door de menselijke drijfveren en het potentieel van psychotherapie. In 1958 trad hij in de voetsporen van zijn vader en opende een praktijk op Amsterdam-Zuid. Vanaf 1966 ging hijzelf voor een tweede keer in analyse, ditmaal bij een dame en met meer succes. Zij hielp hem omgaan met de kamphorror en de schaamte die hij voelde over de manier waarop hij toen behandeld is geweest.[10] In 1967 publiceerde hij de vertaling van Sartre's Esquisse d'une théorie des émotions. In tegenstelling tot vele collega-psychiaters promoveerde hij niet omdat hij voorrang wilde geven aan het luisteren naar cliënten.

Tas werd een van de eerste professionele beoefenaars van de psychoanalyse in Nederland.[11] Hij heeft vooral joden, waaronder Ischa Meijer,[12] bijgestaan in het omgaan met hun oorlogsverleden. Hij specialiseerde in schaamte wat hij omschreef als "het gevoel dat je in de ogen van anderen compleet waardeloos bent en dat ze daarin nog gelijk hebben ook." In 1993 heeft hij samen met Heleen Terwijn het schaamteclubje opgericht, een informeel multidisciplinair gezelschap dat tot 2009 samenkwam bij hem thuis in de Jacob Obrechtstraat om aanvankelijk enkel over schaamte van gedachten te wisselen.[13] Onder meer bioloog Tijs Goldschmidt, psychiater Andries van Dantzig, psycholoog Nico Frijda en socioloog Joop Goudsblom waren geregeld van de partij.[14] Hij is zich blijven verzetten tegen een doorgedreven farmaceutische neiging in de psychiatrie.[15] In een interview voor het tv-programma Kijken in de ziel vertelde hij onder meer dat er begin 2009 zo’n dertig mensen naar zijn praktijk kwamen, sommigen jaren achtereen regelmatig, maar niemand meer dan vijf keer in de week.[16] Eind 2009 is hij noodgedwongen moeten stoppen met psychoanalyse nadat de ziekte van Alzheimer bij hem was vastgesteld. Op 14 april 2011 is hij overleden in Amsterdam.

Bibliografie
Jaar Titel Vertaling Uitgeverij ISBN Opmerkingen
1946 Dagboek uit een kamp A.A.M. Stols, 's-Gravenhage als Loden Vogel in De Vrije Bladen (jaargang 18, schrift 6/7).[17]
1965 Dagboek uit een kamp G.A. van Oorschot, Amsterdam verfraaide versie in de Stoa-reeks.[18]
1967 Magie en emotie: schets van een theorie van de gemoedsbewegingen Boom, Meppel inleiding op en vertaling van Esquisse d'une théorie des émotions.[19]
2000 Dagboek uit een kamp[20] Prometheus, Amsterdam heruitgave van de tekst uit 1946 met voorwoord door Andries van Dantzig en autobiografisch nawoord Brief an eine Deutsche.
2002 Tagebuch aus einem Lager Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen vertaling van de editie uit 1965, het nawoord uit 2000 en nieuwe inleiding door Thomas Rahe.