Hoofdmenu openen

Lijst van bondspresidenten van Zwitserland

Wikimedia-lijst
Politiek in Zwitserland
Vlag van Zwitserland
Politiek in Zwitserland
Overheid
Bondsraad (lijst)
Bondspresident (lijst)
Bondsvergadering
Nationale Raad
Kantonsraad
Bondskanselier
Politieke partijen
Verkiezingen in Zwitserland
Verkiezingsuitslagen: 2007 - 2011 - 2015

Portaal  Portaalicoon  Politiek
Portaal  Portaalicoon  Zwitserland
Ueli Maurer Bondspresident 2019

Ueli Maurer
Bondspresident 2019

Simonetta Sommaruga Vicebondspresident 2019

Simonetta Sommaruga
Vicebondspresident 2019

De bondspresident van de Zwitserse Confederatie vertegenwoordigt de Bondsraad van Zwitserland voor een ambtstermijn van één jaar, dat telkens loopt van 1 januari tot 31 december.

SysteemBewerken

De Zwitserse bondsraad, de regering, bestaat uit zeven ministers. Elk jaar wordt een van hen door het parlement verkozen als primus inter pares voor ceremoniële en vertegenwoordigende aangelegenheden. Dit gaat doorgaans volgens een roulatiesysteem: degene die het langst geen president is geweest, wordt verkozen. Tevens wordt een vicepresident gekozen, die vrijwel altijd het jaar daarna president wordt.

De bondspresident is echter geen staatshoofd, die functie wordt door de gehele bondsraad waargenomen. De bondspresident is niet de 'hoogste' Zwitser, tenminste dat wat in de volksmond als hoogste Zwitser wordt genoemd; dat is de Nationaalraadspresident.

WetenswaardighedenBewerken

  • Emil Welti is de langstzittende bondspresident en vice-bondspresident. Beide mandaten vervulde hij zes jaar.
  • Elisabeth Kopp is met 21 dagen de kortstzittende vice-bondspresident geweest. Ze trad al op 21 januari 1989 af, na beschuldigingen van corruptie. Hierdoor werd zij in 1990 niet de eerste vrouwelijke bondspresident. In 1999 werd Ruth Dreifuss de eerste vrouwelijke bondspresident van Zwitserland.
  • In december 1880 pleegde vice-bondsvoorzitter en verkozen bondspresident Fridolin Anderwert zelfmoord op kerstdag 1880, in de periode na zijn verkiezing tot bondspresident, maar voordat zijn termijn begon.
  • Slechts één bondspresident overleed tijdens zijn ambtsperiode. Wilhelm Hertenstein overleed aan de gevolgen van een beenamputatie op 27 november 1888.

Bondspresidenten van Zwitserland (1948-heden)Bewerken

Ambtsjaar Bondspresident Vicebondspresident Commentaar
1848-1849   Jonas Furrer
(1805-1861)
  Daniel-Henri Druey
(1799-1855)
Deze ambtsperiode duurde van november 1848 tot 31 december 1849.
Eerste mandaat van Furrer als bondspresident.
1850   Daniel-Henri Druey
(1799-1855)
  Martin Josef Munzinger
(1791-1855)
1851   Martin Josef Munzinger
(1791-1855)
  Jonas Furrer
(1805-1861)
Eerste mandaat van Fuller als vice-bondspresident.
1852   Jonas Furrer
(1805-1861)
  Wilhelm Matthias Naeff
(1802-1881)
Tweede mandaat van Furrer als bondspresident.
1853   Wilhelm Matthias Naeff
(1802-1881)
  Friedrich Frey-Herosé
(1801-1873)
1854   Friedrich Frey-Herosé
(1801-1873)
  Ulrich Ochsenbein
(1811-1890)
1855   Jonas Furrer
(1805-1861)
  Jakob Stämpfli
(1820-1879)
Derde mandaat van Furrer als bondspresident.
Eerste mandaat van J. Stämpfli als vice-bondspresident.
Eerste maal dat de vice-bondspresident van het vorige jaar geen bondspresident wordt.
1856   Jakob Stämpfli
(1820-1879)
  Constant Fornerod
(1819-1899)
Eerste mandaat van J. Stämpfli als bondspresident. Jongste bondspresident op 35-jarige leeftijd.
1857   Constant Fornerod
(1819-1899)
  Jonas Furrer
(1805-1861)
Tweede en laatste mandaat van Fuller als vice-bondspresident.
1858   Jonas Furrer
(1805-1861)
  Jakob Stämpfli
(1820-1879)
Vierde en laatste mandaat van Furrer als bondspresident.
Tweede mandaat van J. Stämpfli als vice-bondspresident
1859   Jakob Stämpfli
(1820-1879)
  Friedrich Frey-Herosé
(1801-1873)
Tweede mandaat van J. Stämpfli als bondspresident.
1860   Friedrich Frey-Herosé
(1801-1873)
  Melchior Josef Martin Knüsel
(1813-1889)
1861   Melchior Josef Martin Knüsel
(1813-1889)
  Jakob Stämpfli
(1820-1879)
Derde en laatste mandaat van J. Stämpfli als vice-bondspresident.
1862   Jakob Stämpfli
(1820-1879)
  Constant Fornerod
(1819-1899)
Derde en laatste mandaat van J. Stämpfli als bondspresident.
1863   Constant Fornerod
(1819-1899)
  Jakob Dubs
(1822-1879)
1864   Jakob Dubs
(1822-1879)
  Karl Schenk
(1823-1895)
Eerste mandaat van Schenk als vice-bondspresident.
1865   Karl Schenk
(1823-1895)
  Melchior Josef Martin Knüsel
(1813-1899)
Eerste mandaat van Schenk als bondspresident.
1866   Melchior Josef Martin Knüsel
(1813-1899)
  Constant Fornerod
(1819-1899)
1867   Constant Fornerod
(1819-1899)
  Jakob Dubs
(1822-1879)
1868   Jakob Dubs
(1822-1879)
  Emil Welti
(1823-1899)
Eerste mandaat van Welti als vice-bondspresident.
1869   Emil Welti
1823-1899()
  Victor Ruffy
(1823-1869)
Eerste mandaat van Welti als bondspresident.
1870   Jakob Dubs
(1822-1879)
  Karl Schenk
(1823-1895)
Tweede mandaat van Schenk als vice-bondspresident.
1871   Karl Schenk
(1823-1895)
  Emil Welti
(1823-1899)
Tweede mandaat van Schenk als bondspresident.
Tweede mandaat van Welti als vice-bondspresident.
1872   Emil Welti
(1823-1899)
  Paul Cérésole
(1832-1905)
Tweede mandaat van Welti als bondspresident.
1873   Paul Cérésole
(1832-1905)
  Karl Schenk
(1823-1895)
Derde mandaat van Schenk als vice-bondspresident.
1874   Karl Schenk
(1823-1895)
  Emil Welti
(1823-1899)
Derde mandaat van Schenk als bondspresident.
Derde mandaat van Welti als vice-bondspresident.
1875   Johann Jakob Scherer
(1825-1878)
  Eugène Borel
(1835-1892)
1876   Emil Welti
(1823-1899)
  Joachim Heer
(1825-1879)
Derde mandaat van Welti als bondspresident.
1877   Joachim Heer
(1825-1879)
  Karl Schenk
(1823-1895)
Vierde mandaat van Schenk als vice-bondspresident.
1878   Karl Schenk
(1823-1895)
  Bernhard Hammer
(1822-1907)
Vierde mandaat van Schenk als bondspresident.
1879   Bernhard Hammer
(1822-1907)
  Emil Welti
(1823-1899)
Vierde mandaat van Welti als vice-bondspresident.
1880   Emil Welti
(1823-1899)
  Fridolin Anderwert
van 1 januari tot 25 december 1880
(1828-1880)
Vierde mandaat van Welti als bondspresident.
Fridolin werd in december 1880 verkozen tot bondspresident voor het jaar 1881. Na zijn verkiezing ontstond er een lastercampagne tegen hem, waarbij hij op kerstdag 1880 zelfmoord pleegde.
vacant 25 tot 31 december 1880
1881   Numa Droz
(1844-1899)
  Simeon Bavier
(1825-1896)
1882   Simeon Bavier
(1825-1896)
  Antoine Louis John Ruchonnet
(1834-1893)
1883   Antoine Louis John Ruchonnet
(1834-1893)
  Emil Welti
(1823-1899)
Vijfde mandaat van Welti als vice-bondspresident.
1884   Emil Welti
(1823-1899)
  Karl Schenk
(1823-1895)
Vijfde mandaat van Schenk als vice-bondspresident.
Vijfde mandaat van Welti als bondspresident.
1885   Karl Schenk
(1823-1895)
  Adolf Deucher
(1831-1812)
Vijfde mandaat van Schenk als bondspresident.
Eerste mandaat van Deucher als vice-bondspresident.
1886   Adolf Deucher
(1831-1812)
  Numa Droz
(1844-1899)
Eerste mandaat van Deucher als bondspresident.
1887   Numa Droz
(1844-1899)
  Wilhelm Hertenstein
(1825-1888)
1888   Wilhelm Hertenstein
(1825-1888)
  Bernhard Hammer
(1822-1907)
Hertenstein was de enige bondspresident die stierf tijdens zijn mandaat, op 27 november 1888. Hij werd opgevolgd door vice-bondspresident Bernhard Hammer, die daarmee de enige vice-bondspresident was die binnen een ambtstermijn de bondspresident opvolgde.
  Bernhard Hammer
vanaf 27 november 1880
(1822-1907)
vacant 27 november tot 31 december 1880
1889   Bernhard Hammer
(1822-1907)
  Antoine Louis John Ruchonnet
(1834-1893)
1890   Antoine Louis John Ruchonnet
(1834-1893)
  Emil Welti
(1823-1899)
Zesde en laatste mandaat van Welti als vice-bondspresident.
1891   Emil Welti
(1823-1899)
  Walter Hauser
(1837-1902)
Zesde en laatste mandaat van Welti als bondspresident.
1892   Walter Hauser
(1837-1902)
  Karl Schenk
(1823-1895)
Zesde en laatste mandaat van Schenk als vice-bondspresident.
1893   Karl Schenk
(1823-1895)
  Emil Frey
(1838-1924)
Zesde en laatste mandaat van Schenk als bondspresident.
1894   Emil Frey
(1838-1924)
  Joseph Zemp
(1834-1908)
1895   Joseph Zemp
(1834-1908)
  Adrien Lachenal
(1849-1918)
1896   Adrien Lachenal
(1849-1918)
  Adolf Deucher
(1831-1912)
Tweede mandaat van Deucher als vice-bondspresident.
1897   Adolf Deucher
(1831-1912)
  Eugène Ruffy
(1854-1919)
Tweede mandaat van Deucher als bondspresident.
1898   Eugène Ruffy
(1854-1919)
  Eduard Müller
(1848-1919)
1899   Eduard Müller
(1848-1919)
  Walter Hauser
(1837-1902)
1900   Walter Hauser
(1837-1902)
  Ernst Brenner
(1856-1911)
1901   Ernst Brenner
(1856-1911)
  Joseph Zemp
(1834-1908)
1902   Joseph Zemp
(1834-1908)
  Adolf Deucher
(1831-1912)
Derde mandaat van Deucher als vice-bondspresident.
1903   Adolf Deucher
(1831-1912)
  Robert Comtesse
(1847-1922)
Derde mandaat van Deucher als bondspresident.
1904   Robert Comtesse
(1847-1922)
  Marc-Emile Ruchet
(1853-1912)
1905   Marc-Emile Ruchet
(1853-1912)
  Ludwig Forrer
(1845-1921)
1906   Ludwig Forrer
(1845-1921)
  Eduard Müller
(1848-1919)
1907   Eduard Müller
(1848-1919)
  Ernst Brenner
(1856-1911)
1908   Ernst Brenner
(1856-1911)
  Adolf Deucher
(1831-1912)
Vierde en laatste mandaat van Deucher als vice-bondspresident.
  Joseph Zemp
(1834-1908)
1909   Adolf Deucher
(1931-1912)
  Robert Comtesse
(1847-1922)
Vierde en laatste mandaat van Deucher als bondspresident. Oudste bondspresident op 78-jarige leeftijd.
1910   Robert Comtesse
(1847-1922)
  Marc-Emile Ruchet
(1853-1912)
1911   Marc-Emile Ruchet
(1853-1912)
  Ludwig Forrer
(1845-1921)
1912   Ludwig Forrer
(1845-1921)
  Eduard Müller
(1848-1919)
1913   Eduard Müller
(1848-1919)
  Arthur Hoffmann
(1857-1927)
1914   Arthur Hoffmann
(1857-1927)
  Giuseppe Motta
(1871-1940)
Eerste mandaat van Motta als vice-bondspresident.
1915   Giuseppe Motta
(1871-1940)
  Camille Decoppet
(1862-1925)
Eerste mandaat van Motta als bondspresident.
1916   Camille Decoppet
(1862-1925)
  Edmund Schulthess
(1868-1944)
1917   Edmund Schulthess
(1868-1944)
  Felix-Louis Calonder
(1863-1952)
1918   Felix-Louis Calonder
(1863-1952)
  Eduard Müller
(1848-1919)
1919   Gustave Ador
(1845-1928)
  Giuseppe Motta
(1871-1940)
Tweede mandaat van Motta als vice-bondspresident.
1920   Giuseppe Motta
(1871-1940)
  Edmund Schulthess
(1868-1944)
Tweede mandaat van Motta als bondspresident.
1921   Edmund Schulthess
(1868-1944)
  Robert Haab
(1865-1939)
1922   Robert Haab
(1865-1939)
  Karl Scheurer
(1872-1929)
1923   Karl Scheurer
(1872-1929)
  Ernest Chuard
(1857-1942)
1924   Ernest Chuard
(1857-1942)
  Jean-Marie Musy
(1876-1952)
1925   Jean-Marie Musy
(1876-1952)
  Heinrich Häberlin
(1868-1947)
1926   Heinrich Häberlin
(1868-1947)
  Giuseppe Motta
(1871-1940)
Derde mandaat van Motta als vice-bondspresident.
1927   Giuseppe Motta
(1871-1940)
  Edmund Schulthess
(1868-1944)
Derde mandaat van Motta als bondspresident.
1928   Edmund Schulthess
(1868-1944)
  Robert Haab
(1865-1939)
1929   Robert Haab
(1865-1939)
  Karl Scheurer
(1872-1929)
1930   Jean-Marie Musy
(1876-1952)
  Heinrich Häberlin
(1868-1947)
1931   Heinrich Häberlin
(1868-1947)
  Giuseppe Motta
(1871-1940)
Vierde mandaat van Motta als vice-bondspresident.
1932   Giuseppe Motta
(1871-1940)
  Edmund Schulthess
(1868-1940)
1933   Edmund Schulthess
(1868-1940)
  Marcel Pilet-Golaz
(1889-1958)
1934   Marcel Pilet-Golaz
(1889-1958)
  Rudolf Minger
(1881-1955)
1935   Rudolf Minger
(1881-1955)
  Albert Meyer
(1870-1953)
1936   Albert Meyer
(1870-1953)
  Giuseppe Motta
(1871-1940)
Vijfde en laatste mandaat van Motta als vice-bondspresident.
1937   Giuseppe Motta
(1871-1940)
  Johannes Baumann
(1874-1953)
Vijfde en laatste mandaat van Motta als bondspresident.
1938   Johannes Baumann
(1874-1953)
  Philipp Etter
(1891-1977)
1939   Philipp Etter
(1891-1977)
  Marcel Pilet-Golaz
(1889-1958)
1940   Marcel Pilet-Golaz
(1889-1958)
  Hermann Obrecht
(1882-1940)
  Rudolf Minger
(1881-1955)
1941   Ernst Wetter
(1877-1963)
  Philipp Etter
(1891-1977)
1942   Philipp Etter
(1891-1977)
  Enrico Celio
(1889-1980)
1943   Enrico Celio
(1889-1980)
  Walther Stampfli
(1884-1965)
1944   Walther Stampfli
(1884-1965)
  Marcel Pilet-Golaz
(1889-1958)
1945   Eduard von Steiger
(1881-1962)
  Karl Kobelt
(1891-1968)
1946   Karl Kobelt
(1891-1968)
  Philipp Etter
(1891-1977)
1947   Philipp Etter
(1891-1977)
  Enrico Celio
(1889-1980)
1948   Enrico Celio
(1889-1980)
  Ernst Nobs
(1886-1957)
1949   Ernst Nobs
(1886-1957)
  Max Petitpierre
(1899-1994)
1950   Max Petitpierre
(1899-1994)
  Eduard von Steiger
(1881-1962)
1951   Eduard von Steiger
(1881-1962)
  Karl Kobelt
(1891-1968)
1952   Karl Kobelt
(1891-1968)
  Philipp Etter
(1891-1977)
1953   Philipp Etter
(1891-1977)
  Rodolphe Rubattel
(1896-1961)
1954   Rodolphe Rubattel
(1896-1961)
  Josef Escher
(1885-1954)
1955   Max Petitpierre
(1899-1994)
  Markus Feldmann
(1897-1958)
1956   Markus Feldmann
(1897-1958)
  Hans Streuli
(1892-1970)
1957   Hans Streuli
(1892-1970)
  Thomas Holenstein
(1896-1962)
1958   Thomas Holenstein
(1896-1962)
  Paul Chaudet
(1904-1977)
1959   Paul Chaudet
(1904-1977)
  Giuseppe Lepori
(1902-1968)
1960   Max Petitpierre
(1899-1994)
  Friedrich Traugott Wahlen
(1899-1985)
1961   Friedrich Traugott Wahlen
(1899-1985)
  Paul Chaudet
(1904-1977)
1962   Paul Chaudet
(1904-1977)
  Willy Spühler
(1902-1990)
  Jean Bourgknecht
(1902-1964)
1963   Willy Spühler
(1902-1990)
  Ludwig von Moos
(1910-1990)
1964   Ludwig von Moos
(1910-1990)
  Hans-Peter Tschudi
(1913-2002)
1965   Hans-Peter Tschudi
(1913-2002)
  Hans Schaffner
(1906-2004)
1966   Hans Schaffner
(1906-2004)
  Roger Bonvin
(1907-1982)
1967   Roger Bonvin
(1907-1982)
  Willy Spühler
(1902-1990)
1968   Willy Spühler
(1902-1990)
  Ludwig von Moos
(1910-1990)
1969   Ludwig von Moos
(1910-1990)
  Hans-Peter Tschudi
(1913-2002)
1970   Hans-Peter Tschudi
(1913-2002)
  Rudolf Gnägi
(1917-1985)
1971   Rudolf Gnägi
(1917-1985)
  Nello Celio
(1914-1995)
1972   Nello Celio
(1914-1995)
  Roger Bonvin
(1907-1982)
1973   Roger Bonvin
(1907-1982)
  Ernst Brugger
(1914-1998)
1974   Ernst Brugger
(1914-1998)
  Pierre Graber
(1908-2003)
1975   Pierre Graber
(1908-2003)
  Rudolf Gnägi
(1917-1985)
1976   Rudolf Gnägi
(1917-1985)
  Kurt Furgler
(1924-2008)
Eerste mandaat van Furgler als vice-bondspresident.
1977   Kurt Furgler
(1924-2008)
  Willy Ritschard
(1918-1983)
Eerste mandaat van Furgler als bondspresident.
1978   Willy Ritschard
(1918-1983)
  Hans Hürlimann
(1918-1994)
1979   Hans Hürlimann
(1918-1994)
  Georges-André Chevallaz
(1915-2002)
1980   Georges-André Chevallaz
(1915-2002)
  Kurt Furgler
(1924-2008)
Tweede mandaat van Furgler als vice-bondspresident.
1981   Kurt Furgler
(1924-2008)
  Fritz Honegger
(1917-1999)
Tweede mandaat van Furgler als bondspresident.
1982   Fritz Honegger
(1917-1999)
  Pierre Aubert
(1927-2016)
Eerste mandaat van Aubert als vice-bondspresident.
1983   Pierre Aubert
(1927-2016)
  Willy Ritschard
(1918-1983)
Eerste mandaat van Aubert als bondspresident.
1984   Leon Schlumpf
(1925-2012)
  Kurt Furgler
(1924-2008)
Derde en laatste mandaat van Furger als vice-bondspresident.
1985   Kurt Furgler
(1924-2008)
  Alphons Egli
(1924-2016)
Derde en laatste mandaat van Furger als bondspresident.
1986   Alphons Egli
(1924-2016)
  Pierre Aubert
(1927-2016)
Tweede en laatste mandaat van Aubert als vice-bondspresident.
1987   Pierre Aubert
(1927-2016)
  Otto Stich
(1927-2012)
Tweede en laatste mandaat van Aubert als bondspresident.
Eerste mandaat van Stich als vice-bondspresident.
1988   Otto Stich
(1927-2012)
  Jean-Pascal Delamuraz
(1936-1998)
Eerste mandaat van Stich als bondspresident.
Eerste mandaat van Delamuraz als vice-bondspresident.
1989   Jean-Pascal Delamuraz
(1936-1998)
  Elisabeth Kopp
tot 21 januari 1989
(1936)
Eerste mandaat van Delamuraz als bondspresident.
Eerste vrouwelijke vice-bondspresident. Stapte al na drie weken op vanwege corruptie.
  Arnold Koller
vanaf 21 januari 1989
(1933)
Eerste mandaat van Koller als vice-bondspresident.
1990   Arnold Koller
(1933)
  Flavio Cotti
(1939)
Eerste mandaat van Koller als bondspresident.
Eerste mandaat van Cotti als vice-bondspresident.
1991   Flavio Cotti
(1939)
  René Felber
(1933)
Eerste mandaat van Cotti als bondspresident.
1992   René Felber
(1933)
  Adolf Ogi
(1942)
Eerste mandaat van Ogi als vice-bondspresident.
1993   Adolf Ogi
(1942)
  Otto Stich
(1927-2012)
Eerste mandaat van Ogi als bondspresident.
Tweede en laatste mandaat van Stich als vice-bondspresident.
1994   Otto Stich
(1927-2012)
  Kaspar Villiger
(1941)
Tweede en laatste mandaat van Stich als bondspresident.
Eerste mandaat van Villiger als vice-bondspresident.
1995   Kaspar Villiger
(1941)
  Jean-Pascal Delamuraz
(1936-1998)
Eerste mandaat van Villiger als bondspresident.
Tweede en laatste mandaat van Delamuraz als vice-bondspresident.
1996   Jean-Pascal Delamuraz
(1936-1998)
  Arnold Koller
(1933)
Tweede en laatste mandaat van Delamuraz als bondspresident.
Tweede en laatste mandaat van Koller als vice-bondspresident.
1997   Arnold Koller
(1933)
  Flavio Cotti
(1939)
Tweede en laatste mandaat van Koller als bondspresident.
Tweede en laatste mandaat van Cotti als vice-bondspresident.
1998   Flavio Cotti
(1939)
  Ruth Dreifuss
(1940)
Tweede en laatste mandaat van Cotti als bondspresident.
1999   Ruth Dreifuss
(1940)
  Adolf Ogi
(1942)
Eerste vrouwelijke bondspresident.
Tweede en laatste mandaat van Ogi als vice-bondspresident.
2000   Adolf Ogi
(1942)
  Moritz Leuenberger
(1946)
Tweede en laatste mandaat van Ogi als bondspresident.
Eerste mandaat van Leuenberger als vice-bondspresident.
2001   Moritz Leuenberger
(1946)
  Kaspar Villiger
(1941)
Tweede en laatste mandaat van Villiger als vice-bondspresident.
2002   Kaspar Villiger
(1941)
  Pascal Couchepin
(1942)
Tweede en laatste mandaat van Villiger als bondspresident.
Eerste mandaat van Couchepin als vice-bondspresident.
2003   Pascal Couchepin
(1942)
  Ruth Metzler-Arnold
(1964)
Eerste mandaat van Couchepin als bondspresident.
2004   Joseph Deiss
(1946)
  Samuel Schmid
(1947)
2005   Samuel Schmid
(1947)
  Moritz Leuenberger
(1946)
Tweede mandaat van Leuenberger als vice-bondspresident.
2006   Moritz Leuenberger
(1946)
  Micheline Calmy-Rey
(1945)
Tweede en laatste mandaat van Leuenberger als bondspresident.
2007   Micheline Calmy-Rey
(1945)
  Pascal Couchepin
(1942)
Eerste mandaat van Calmy-Rey als vice-bondspresident.
Tweede en laatste mandaat van Couchepin als vice-bondspresident.
2008   Pascal Couchepin
(1942)
  Hans-Rudolf Merz
(1942)
Tweede en laatste mandaat van Couchepin als bondspresident.
2009   Hans-Rudolf Merz
(1942)
  Doris Leuthard
(1963)
Eerste mandaat van Leuthard als vice-bondspresident.
2010   Doris Leuthard
(1963)
  Moritz Leuenberger
(1946)
Eerste mandaat van Leuthard als bondspresident. Derde en laatste mandaat van Leuenberger als vice-bondspresident.
2011   Micheline Calmy-Rey
(1945)
  Eveline Widmer-Schlumpf
(1956)
2012   Eveline Widmer-Schlumpf
(1956)
  Ueli Maurer
(1950)
Eerste mandaat van Maurer als vice-bondspresident.
2013   Ueli Maurer
(1950)
  Didier Burkhalter
(1960)
Eerste mandaat van Maurer als bondspresident.
2014   Didier Burkhalter
(1960)
  Simonetta Sommaruga
(1960)
2015   Simonetta Sommaruga
(1960)
  Johann Schneider-Ammann
(1952)
2016   Johann Schneider-Ammann
(1952)
  Doris Leuthard
(1963)
Tweede en laatste mandaat van Leuthard als vice-bondspresident.
2017   Doris Leuthard
(1963)
  Alain Berset
(1972)
Tweede en laatste mandaat van Leuthard als bondspresident.
2018   Alain Berset
(1972)
  Ueli Maurer
(1950)
Tweede en laatste mandaat van Maurer als vice-bondspresident.
2019   Ueli Maurer
(1950)
  Simonetta Sommaruga
(1960)
Tweede en laatste mandaat van Maurer als bondspresident.
Tweede en laatste mandaat van Sommaruga als vice-bondspresident.