Hoofdmenu openen
Stolpersteine in Tiel

De lijst van Stolpersteine in Tiel geeft een overzicht van de Stolpersteine in Tiel die zijn geplaatst in het kader van het Stolpersteine-project van de Duitse beeldhouwer-kunstenaar Gunter Demnig.

Inhoud

Stolpersteine in TielBewerken

Tiel heeft zwaar geleden onder de Tweede Wereldoorlog. Meer dan 75 procent van de gebouwen werd verwoest door de beschietingen vanaf de bevrijde overkant van de Waal. Maar nog belangrijker waren de verliezen aan mensenlevens; door de Duitse terreur, door de vervolging van met name de Joodse gemeenschap, door executies van gijzelaars en verzetsmensen en door de beschietingen.

Op 7 april 2010 zijn in Tiel 21 Stolpersteine gelegd. Hiermee gedenkt Tiel zijn stad­genoten die door de nazi’s zijn vervolgd en vermoord op grond van hun vermeende ras, geloof of wereldbeschouwing.

Hieronder zijn de Stolpersteine weergegeven op alfabetische volgorde van de achternamen van de slachtoffers.

Afbeelding Inscriptie Adres Biografie
 
HIER WOONDE
JOZEF BARTELS
GEB. 1921
GEDEPORTEERD 1942
WESTERBORK
VERMOORD 31.3.1944
MIDDEN-EUROPA
Tiel,
Dr. Kuyperstraat 6
Het gezin van Sander en Lea Bartels bestond uit de kinderen Jozef (Joop), Levie en Ro en Lea’s moeder, Rosina Cohen-Levie. Lea dreef in de Weerstraat een winkel in dames­hoeden, Sander was vertegenwoordiger. Alle gezinsleden zijn ondergedoken.

De oudste zoon, Joop Bartels, was kantoorbediende. Hij was opgeroepen voor plaatsing in het werkkamp Wittebrink in Hummelo. Hij probeerde aan de nazi’s te ontsnappen door te vluchten, maar werd aan de Frans-Zwitserse grens alsnog gearresteerd.[1]

 
HIER WOONDE
SAMUEL JOSEPH VAN BUUREN
GEB. 1911
GEDEPORTEERD 1943
WESTERBORK
VERMOORD 21.1.1943
AUSCHWITZ
Tiel,
Plein 15
De familie Van Buuren bestond uit Sam van Buuren, zijn vrouw Mietje, zijn zus Suus en zijn schoonmoeder Engelina. Samuel was handelaar in oude metalen en had een pakhuis in de Zoutkeetstraat. Oma Engelina stierf in 1941 een natuurlijke dood. Sam, Mietje en Suus werden op 9 april 1943 opgepakt en naar kamp Vught weggevoerd.[2]
 
HIER WOONDE
MIETJE VAN BUUREN-GOLDSMID
GEB. 1912
GEDEPORTEERD 1943
WESTERBORK
VERMOORD 21.1.1943
AUSCHWITZ
Tiel,
Plein 15
Mietje van Buuren: zie Sam van Buuren.[3]
 
HIER WOONDE
SUZANNA VAN BUUREN
GEB. 1920
GEDEPORTEERD
WESTERBORK
VERMOORD 21.1.1943
AUSCHWITZ
Tiel,
Plein 15
Suus van Buuren: zie Sam van Buuren. In de trein naar Auschwitz heeft Suus een kaartje uit de trein gegooid voor haar vriendin in Tiel. De tekst luidde: Beste familie. Op weg naar het buitenland groet ik U. Ik zit op het ogenblik in de trein. Met ons is 't goed. Hopende dat het met jou Henny en je moeder ook zo is en een tot weerziens eindig ik. Suus..[4]
 
HIER WOONDE
DAVID COHEN
GEB. 1898
GEDEPORTEERD 1943
KAMP VUGHT
VERMOORD 11.6.1943
SOBIBOR
Tiel,
Prinses Beatrixlaan 38
(voorheen Papesteeg 226, Wadenoijen)
David Cohen was vertegenwoordiger. Het gezin is op 9 april 1943 opgepakt en naar kamp Vught weggevoerd.[5]
 
HIER WOONDE
GRIETJE COHEN-ZENDIJK
GEB. 1900
GEDEPORTEERD 1943
KAMP VUGHT
VERMOORD 11.6.1943
SOBIBOR
Tiel,
Prinses Beatrixlaan 38
(voorheen Papesteeg 226, Wadenoijen)
Grietje Cohen werkte als verpleegster in het protestante ziekenhuis Bethesda. Het gezin is op 9 april 1943 opgepakt en naar kamp Vught weggevoerd.[6]
 
HIER WOONDE
JACOB HERMAN COHEN
GEB. 1930
GEDEPORTEERD 1943
KAMP VUGHT
VERMOORD 11.6.1943
SOBIBOR
Tiel,
Prinses Beatrixlaan 38
(voorheen Papesteeg 226, Wadenoijen)
Jaap Cohen, de zoon van het echtpaar David en Grietje Cohen, zat op School D, de openbare basisschool in de Voor de Kijkuit. Het gezin is op 9 april 1943 opgepakt en naar kamp Vught weggevoerd. Jaap werd in juni 1943 met het zogenoemde kindertransport via kamp Westerbork op transport gesteld naar Sobibór. Hij bereikte de leeftijd van twaalf jaar.[7]
 
HIER WOONDE
ROSINA COHEN-LEVIE
GEB. 1867
GEDEPORTEERD 1942
WESTERBORK
VERMOORD 16.4.1943
SOBIBOR
Tiel,
Dr. Kuyperstraat 6
Het gezin van Sander en Lea Bartels bestond uit de kinderen Jozef (Joop), Levie en Ro en Lea’s moeder, Rosina Cohen-Levie. Lea dreef in de Weerstraat een winkel in dames­hoeden, Sander was vertegenwoordiger. Oma Rosina was in Utrecht ondergedoken maar werd verraden door haar Tielse buurman. Haar kleindochter Ro zat in hetzelfde huis maar wist te ontkomen door zich in een kast te verbergen.[8]
 
HIER WOONDE
IZAK DASBERG
GEB. 1893
IN GIJZELING GENOMEN
23.12.1944
GEFUSILLEERD 24.12.1944
GEVANGENIS TIEL
Tiel,
Waterstraat 51
Izak Dasberg was getrouwd met een niet-Joodse, Duitse vrouw. Op 7 april 1943 werd hij door de Tielse politie gearresteerd en naar kamp Westerbork gebracht. Dankzij de inspanningen van zijn vrouw werd hij op 5 augustus 1943 vrijgelaten. Samen met vier andere Tielse mannen werd hij echter op 23 december 1944 als gijzelaar opgepakt. Alle vijf mannen werden de volgende dag op de binnenplaats van de Tielse gevangenis gefusilleerd als represaille voor een actie van het verzet. Zij werden diezelfde dag begraven in Zoelen. Izak is het enige slachtoffer uit de Joodse gemeenschap van Tiel met een officieel graf.[9]
 
HIER WOONDE
ALBERT VAN DUREN
GEB. 1912
GEDEPORTEERD
VERMOORD MEI 1945
BERGEN-BELSEN
Tiel,
J.D. van Leeuwenstraat 3
Ab van Duren was Jehovah's getuige. Jehovah’s getuigen werden vervolgd omdat zij weigerden zich aan de nationaalsocialistische ideologie te onderwerpen. Ze weigerden bijvoorbeeld de Hitlergroet te brengen en in de wapenindustrie te werken. Ab van Duren was eerder vrijgelaten uit kamp Amersfoort omdat hij een verklaring had ondertekend dat hij zijn geloof zou afzweren. Na zijn vrijlating ging hij echter door met prediken en dook onder bij familie Van Meteren. De eigenares van het huis kwam hier achter en verried hem aan de Tielse politie die hem vervolgens arresteerde. Hij kwam om het leven in Bergen-Belsen.[10]
 
HIER WOONDE
JACOB ELBURG
GEB. 1877
GEDEPORTEERD 1943
KAMP VUGHT
VERMOORD 14.5.1943
SOBIBOR

Tiel,
Westluidensestraat 32
Jacob Elburg was chazan en godsdientsonderwijzervan de Joodse gemeente in Tiel. Om wat bij te verdienen, handelde hij ook in antiek. Het gezin woonde aanvankelijk in de Westluidenschestraat 7, later op nummer 32 in een gedeelte van het synagogegebouw. In maart 1943 heeft hij wanhopig geprobeerd bij hem bekende Tielenaren een onderduikadres te vinden, maar iedereen weigerde hem de deur. Jacob en zijn dochter Johanna werden op 9 april 1943 weggevoerd naar kamp Vught. Beiden werden vermoord in Sobibór.[11]
 
HIER WOONDE
JOHANNA ELBURG
GEB. 1898
GEDEPORTEERD 1943
KAMP VUGHT
VERMOORD 11.6.1943
SOBIBOR
Tiel,
Westluidensestraat 32
Johanna Elburg was een dochter van Jacob Elburg. Zij werkte als huishoudster in de dependance van het Israëlitisch Oude Mannen- en Vrouwenhuis in Den Haag. Na het overlijden van haar moeder ging ze bij haar vader in Tiel wonen. Jacob heeft in maart 1943 vergeefs geprobeerd bij hem bekende Tielenaren een onderduikadres te vinden. Zie ook Jacob Elburg.[12]
 
HIER WOONDE
DAVID SALOMON GERSONS
GEB. 1872
GEDEPORTEERD 1943
WESTERBORK
VERMOORD 23.7.1943
SOBIBOR
Tiel,
Heiligestraat 6
David Gersons had tussen 1920 en 1940 samen met zijn zoons een zeer succesvolle internationale handel in huiden opgebouwd. Hij was lid van de Huidenhandel te Amsterdam en behoorde tot de elite van Tiel. Met zijn gezin woonde hij in een groot huis aan de Konijnenwal. Na het overlijden van zijn vrouw verhuisde hij naar een kleinere woning in de Heiligestraat. In januari 1943 is hij ondergedoken, maar hij werd toch gearresteerd. Op 15 juli 1943 kwam hij aan in kamp Westerbork en een week later werd hij in Sobibór vermoord.[13]
 
HIER WOONDE
RIKA VAN DER HORST
GEB. 1877
GEDEPORTEERD 1942
WESTERBORK
VERMOORD 27.11.1942
AUSCHWITZ
Tiel,
Sint Josephstraat 9
(voorheen Sint Josephstraat 7)
Rika van der Horst had jarenlang samengeleefd met haar moeder en zwakzinnige zus. Zij waren voor de oorlog al overleden. Rika leidde een teruggetrokken bestaan en verdiende de kost door met een trekkar met manufacturen de boeren in de omgeving van Tiel te bezoeken. De Tielse korpschef J.S. de Jong weigerde op 17 november 1942 mee te werken aan een razzia. Hij trad af en waarschuwde de Joodse gemeenschap. Hierdoor werden vijftien mensen niet gedeporteerd; vijf van hen overleefden de oorlog. Rika van der Horst kon of wilde niet onderduiken. Tien dagen nadat zij door Tielse politieagenten werd opgepakt werd zij in Auschwitz vermoord. Zij was het eerste Joodse slachtoffer uit Tiel.[14]
 
HIER WOONDE
SAMUEL DE WINTER
GEB. 1879
GEDEPORTEERD 1943
KAMP VUGHT
VERMOORD 11.6.1943
SOBIBOR
Tiel,
Jodenstraatje 1
Sam de Winter dreef met zijn vrouw Jet een zaak in koffers en lederwaren. Hij had veel bestuurlijke ervaring en werd daarom benoemd tot plaatselijk vertegenwoordiger van de Joodse Raad. Het echtpaar werd op 9 april 1943 met hun twee zoontjes Robbie en Loekie naar kamp Vught gedeporteerd.[15]
 
HIER WOONDE
HENRIËTTE DE WINTER-POLAK
GEB. 1897
GEDEPORTEERD 1943
KAMP VUGHT
VERMOORD 11.6.1943
SOBIBOR
Tiel,
Jodenstraatje 1
Jet de Winter: zie Sam de Winter.[16]
 
HIER WOONDE
ROBBIE DE WINTER
GEB. 1928
GEDEPORTEERD 1943
KAMP VUGHT
VERMOORD 11.6.1943
Tiel,
Jodenstraatje 1
Robbie de Winter was de oudste zoon van Sam en Henriëtte de Winter. In oktober 1941 zat hij op het Joods Lyceum in Den Bosch. Hij werd in juni 1943 met het zogenoemde kindertransport uit kamp Vught via kamp Westerbork op transport gesteld naar Sobibor. Hij werd veertien jaar. Zie ook Sam de Winter.[17]
 
HIER WOONDE
LOEKIE DE WINTER
GEB. 1934
GEDEPORTEERD 1943
KAMP VUGHT
VERMOORD 11.6.1943
SOBIBOR
Tiel,
Jodenstraatje 1
Loekie de Winter was de jongste zoon van Sam en Henriëtte de Winter. Hij werd in juni 1943 met het zogenoemde kindertransport uit kamp Vught via kamp Westerbork op transport gesteld naar Sobibór. Hij werd negen jaar. Zie ook Sam de Winter.[18]
 
HIER WOONDE
AMALIA DE WINTER
GEB. 1898
GEDEPORTEERD 1943
WESTERBORK
VERMOORD 22.10.1943
AUSCHWITZ
Tiel,
Jodenstraatje 1
Maaltje de Winter werkte bij jamfabriek De Betuwe en woonde in bij haar broer en schoonzus Sam en Jet de Winter. Zij is ondergedoken maar is uiteindelijk toch gedeporteerd.[19]
 
HIER WOONDE
SAMUEL DE WINTER
GEB. 1878
GEDEPORTEERD 1943
WETSREBORK
VERMOORD 16.4.1943
SOBIBOR
Tiel,
Plein 3
Het bejaarde echtpaar Roosje en Samuel de Winter dreef een manufacturenwinkel in de Westluidensestraat. Ook zij werden op 9 april 1943 opgepakt en als enigen niet naar kamp Vught gebracht, maar direct naar kamp Westerbork, waarschijnlijk omdat mevrouw de Winter ziek was. Van daaruit werden beiden binnen enkele dagen gedeporteerd naar Sobibór.[20]
 
HIER WOONDE
ROOSJE DE WINTER
GEB. 1874
GEDEPORTEERD 1943
WESTERBORK
VERMOORD 16.4.1943
SOBIBOR
Tiel,
Plein 3
Roosje de Winter: zie Samuel de Winter.[21]

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken