Hoofdmenu openen

Liefdewerk is een term die in de 19e en 20e eeuw vooral in katholieke kringen in Nederland werd gebezigd om een 'daad van naastenliefde' of een 'vorm van liefdadigheid' aan te duiden. Het werk dat kerken en sommige kloosterorden, zoals de Broeders Penitenten en de Arme Zusters van het Goddelijk Kind deden, werd destijds vaak met 'liefdewerk aangeduid: zorgen voor bejaarden, zieken, soldaten die van het front terugkwamen en gehandicapten, en het financieel ondersteunen van zwakkeren in de (kerk)gemeenschap. Geleidelijk aan kreeg hierdoor 'liefdewerk' ook de betekenis 'liefdadigheidsinstelling'.

Liefdewerk 'Oud Papier'Bewerken

In Amsterdam werd op 25 maart 1874 de katholieke vereniging "Liefdewerk 'Oud Papier'"[1] opgericht, die bij wijze van werkverschaffing, oud papier ophaalde. De baten van de verkoop ervan werden gebruikt om een aantal katholieke instellingen financieel te ondersteunen. Het hoofdbestuur, Hoofd-comité genaamd, was gevestigd in Amsterdam. Er waren afdelingen of sub-comités werkzaam in zo'n 45 plaatsen in Nederland.

"Liefdewerk 'Oud Papier'" werd zó bekend dat het de basis werd voor de uitdrukking 'liefdewerk oud papier', wat duidt op het leveren van een onbetaalde dienst. In 1969 werd de vereniging opgeheven.[2]

'Liefdewerk' in literaire titelsBewerken