Hoofdmenu openen

Langnekslangenhalsschildpad

schildpad uit de familie slangenhalsschildpadden

De langnekslangenhalsschildpad[1] (Chelodina longicollis) is een schildpad uit de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae).[2]

Langnekslangenhalsschildpad
Eastern long neck tortoise - chelodina longicollis02.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Testudines (Schildpadden)
Onderorde:Pleurodira (Halswenders)
Familie:Chelidae (Slangenhalsschildpadden)
Geslacht:Chelodina (Australische slangenhalsschildpadden)
Soort
Chelodina longicollis
Shaw, 1794
Afbeeldingen Langnekslangenhalsschildpad op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Langnekslangenhalsschildpad op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Inhoud

NaamBewerken

De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door George Shaw in 1794. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Testudo longicollis gebruikt. De soortnaam longicollis betekent vrij vertaald 'lange nek'; longus = lang en collum = nek of keel.

Uiterlijke kenmerkenBewerken

Zoals vrijwel alle soorten in de familie Chelidae kan de schildpad de relatief lange nek niet onder het schild terugtrekken, maar de nek wordt onder de schildrand gevouwen bij gevaar. Het schild is ovaal van vorm en vrij plat, en de randen staan wat naar boven. De uitgestoken nek is ongeveer even lang als het schild en de schildlengte is ongeveer 20- 25, maximaal 30 cm. De poten hebben zwemvliezen tussen de tenen en zien er peddel-achtig uit.

LeefwijzeBewerken

Op het menu staan kikkervisjes, kikkers, kleine visjes en kreeftachtigen die in het water worden gevangen. Ter verdediging wordt een stinkende, muskusachtige stof afgescheiden zoals wel meer schildpadden doen. Deze soort wordt ook wel in gevangenschap gehouden, en hoewel de soort niet meer mag worden gevangen is de schildpad in de meeste streken nog vrij algemeen. De dieren wennen snel aan hun gevangenschap en de muskusachtige stof wordt niet meer uitgescheiden. Het dier is semi-aquatisch.

VoortplantingBewerken

Het vrouwtje legt 's nachts of na regen 6 tot 24 eieren in een nest op een zandige plek of tussen het gras.

Verspreiding en leefgebiedBewerken

De langnekslangenhalsschildpad komt voor in het oostelijke deel van Australië, niet in het noorden ervan, en leeft in meren, moerassen en andere grotere wateren. Ook in langzaam stromend water kan de schildpad worden gevonden en hoewel deze soort vrij sterk aan water is gebonden wordt het dier ook wel op het land aangetroffen.

Externe linkBewerken

BronvermeldingBewerken