De heerlijkheid Hoogstraten was een heerlijkheid die bestond uit de dorpen Hoogstraten, Wortel, Minderhout, Meer, Meerle en Meersel.

GeschiedenisBewerken

Tot ± 1100 was de omgeving van Hoogstraten een dunbevolkt gebied, bedekt met heide en moerassen. Het gebied lag op de grens tussen het markgraafschap Antwerpen en de baronie van Breda. Het blijft onduidelijk welke nederzetting het oudste is, maar mogelijk was dit Wortel met het leengoed Gelmelslot. Grote delen van het gebied werden geschonken aan de Kerk, namelijk de kapittels van Thorn, Sint-Michiels en Onze-Lieve-Vrouwe. Deze begonnen, in de loop van de 12e eeuw, met nieuwe ontginningen. De nederzetting Hoogstraten werd gesticht aan de "hoge straat" LeuvenAarschotBreda. Verder ontstonden gehuchten zoals Minderhout, Meer, Meer-Loo en Meer-Zele.

Na 1200 kwamen de diverse leengoederen rond Hoogstraten onder invloed van de hertog van Brabant, die zowel markgraaf van Antwerpen als baron van Breda was. In 1210 stelde de hertog de "vrijheid Hoogstraten" in. In de praktijk fungeerde de "heer van Hoogstraten" echter als vazal van Brabant. Vanaf 1429 was Hoogstraten een bezit van diverse hoge edelen. In 1518, onder de heerschappij van Antoon I van Lalaing, werd de heerlijkheid verheven tot een graafschap. Antoon I gaf ook opdracht tot de bouw van een nieuw stadhuis en van de Katharinakerk.

De troebelen van de Tachtigjarige Oorlog zorgden voor een verval in de Noorderkempen, die voortaan trouwens aan de vijandige Republiek grensden. In 1740 werd het graafschap verheven tot een hertogdom. Tijdelijk (1740–1762) kwam Merksplas bij Hoogstraten, maar keerde daarna terug naar de heerlijkheid Turnhout. In 1795 werd het hertogdom Hoogstraten opgeheven, op laste van de Eerste Franse Republiek. Ook werd toen het grondgebied verdeeld in vijf afzonderlijke gemeenten. Sinds 1977 zijn de vijf gemeenten herenigd binnen de fusiegemeente Hoogstraten.

LandsherenBewerken