Hoofdmenu openen

Laar (Limburgs: Laor) is een buurtschap in de gemeente Beekdaelen, in de Nederlandse provincie Limburg. De buurtschap telt enkele huizen, waaronder het gemeentelijk monument Laar 16 ("De Naamse Steen"). Anno 2002 woonden er 30 mensen.

Laar
Laor
Buurtschap in Nederland Vlag van Nederland
Laar (Beekdaelen) (Limburg (Nederland))
Laar (Beekdaelen)
Situering
Provincie Vlag Limburg Limburg
Gemeente Vlag Beekdaelen Beekdaelen
Coördinaten 50° 55′ NB, 5° 54′ OL
Algemeen
Inwoners (2002) ca. 30
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Laar ligt in het Geleenbeekdal, onderdeel van het Bekken van Heerlen. De A76 en de daaraan parallel lopende spoorlijn Sittard - Herzogenrath doorsnijden het gehucht en delen het in tweeën. Het zuidelijk deel is eigenlijk een voortzetting van het gehucht Hellebroek; het noordelijk deel sluit aan op de bebouwing van de Heerlense wijk Hoensbroek.

Het gehucht heeft geen kerk, school of winkels. Hiervoor zijn de inwoners aangewezen op Nuth, Wijnandsrade of Hoensbroek. Laatstgenoemde plaats is via het Laervoetpad te bereiken.

Geschiedenis Huis LaarBewerken

De carréboerderij Hof Laar (tegenwoordig: De Naamse Steen) is het enige overblijfsel van het Huis Laar. Deze ligt in het dal van de Geleenbeek, tussen de spoorweg Sittard-Heerlen en de voormalige gemeentegrens met Hoensbroek (thans Heerlen).

Dit was een leengoed van de abdij Rolduc (Kloosterrade). De hof wordt genoemd in een gerechtelijke uitspraak in 1262: keldermeester, alsmede de ridders Adam van Nuth en Macharius van Scherwier (Swier?) doen uitspraak in het geschil tussen de abdij en Gerard van Scherwier over de Hof Laar, waarbij zij bepalen dat Gerard de hof als leengoed van Kloosterrade zal houden, na eenmalige betaling van 42 mark aan de abdij. Gerard van Scheringen (Swier?) was gehuwd met een zekere Agnes, die een zoon, eveneens genaamd Gerard, had. In 1383 werd ridder Gerard van Retersbeek als leenheer genoemd en in de 17e eeuw kwam het in bezit van jonkheer Reinier van Agris. Het dan al in slechte staat verkerende huis is in de 18e eeuw verdwenen. Op een kaart uit 1823 zijn alleen de voorburcht en de grachten, die hun water ontvingen uit de Geleenbeek, nog te zien.

De hoeve is in 2014-16 gerestaureerd.