Laakhaven

kanaal in Zuid-Holland, Nederland
De Oostkant van de Laakhaven met rechts bovenin het complex van de HHS.

De Laakhaven in Den Haag (in de gelijknamige wijk Laakhavens) (straatnaam: Neherkade) is in 1900 aangelegd als zijtak van de Haagvliet. Zodoende staat de haven in verbinding met de Vliet tussen Leiden en Delft. De haven ontwikkelde zich tot een belangrijke binnenhaven, maar dat is intussen voorbij. Een deel van de haven doet dienst als passantenhaven.

AanlegBewerken

In 1890 werd Isaac Anne Lindo, ingenieur, door de gemeente Den Haag aangesteld om de grote hoeveelheid plannen voor het aanleggen van havens in Den Haag te coördineren. Onder de plannen vielen het Verversingskanaal, de Zeehaven en het Kanaalplan. In 1894 werd een begin gemaakt met de grondaankoop en nog hetzelfde jaar werd begonnen met de aanleg van het kanaal.

In 1902 werd het definitief ontwerp voor de Laakhaven en het globaal bestemmingsplan door de gemeenteraad goedgekeurd. Al in In 1924 werd het Laakkanaal aangelegd als verbinding tussen de Laakhaven en de Loosduinsevaart en in 1928 was de Laakhaven zelf klaar.

OntwikkelingBewerken

Nadat het in 1911 voor beurtvaarders verboden werd elders in de stad een ligplaats te hebben, verhuisden ze naar de Laakhaven.In 1918 werd de beurtvaart vrijwel geheel gemotoriseerd. Tot 1960 werd de Laakhaven druk gebruikt, maar daarna werd dit minder, omdat de beurtvaart de concurrentie met de vrachtwagen niet aankon. In 1966 verliet het laatste beurtvaartschip de Laakhaven. In 1967 werd de vaart op Scheveningen gestaakt, en in 1973 kwam een einde aan de vaart op het Westland.