Koloniale Tentoonstelling (Parijs, 1931)

De Koloniale Tentoonstelling van Parijs was een koloniale tentoonstelling die plaatsvond in Parijs van 6 mei tot 6 november 1931[1] rondom het Lac Daumesnil in het Bois de Vincennes in het oosten van de stad.

EXPO 1931 Parijs
Plattegrond van de koloniale tentoonstelling
Plattegrond van de koloniale tentoonstelling
BIE-classificatie Niet erkende tentoonstelling
Ligging
Land Frankrijk
Locatie Bois de Vincennes
Data
Openingsdatum 6 mei 1931
Sluitingsdatum 15 november 1931

Het Franse koloniale rijk in West-Azië was aan het einde van de 19de eeuw behoorlijk uitgebreid. In oktober 1887 was Frans Indochina werd gevormd waar in 1893 ook Laos onder viel. Ook de invloed van Frankrijk in Noord-Afrika was uitgebreid. Na de Eerste Wereldoorlog waren ook de mandaatgebieden Syrië, Libanon, Togo en Kameroen toegevoegd aan het Franse koloniale gebied in Afrika.

Om aandacht te schenken aan de kolonies van Frankrijk en andere Europese mogendheden werd een koloniale tentoonstelling in het Bois de Vincennes in Parijs georganiseerd die de hele zomer van 1931 open was. Tussen 6 mei en 6 november bezochten acht miljoen bezoekers de tentoonstelling. Naast Frankrijk namen ook de Verenigde Staten en de Europese koloniale mogendheden Denemarken, België, Nederland, Italië en Portugal deel aan de tentoonstelling.

Nederlandse paviljoenBewerken

 
Het Nederlandse paviljoen
 
Luchtfoto van het Nederlands paviljoen opgesteld in het Westbroekpark in 1932

Nederland had op de tentoonstelling ook een Nederlands-Indisch paviljoen opgebouwd: het bestond uit een hoofdpaviljoen waar omheen een aantal kleinere paviljoens waren geplaatst. Het ontwerp van het paviljoen - een verzameling van verschillende Indische en Europese architectuurstijlen - was gemaakt door architect Willem Zweedijk. Zweedijk had in 1929 de prijsvraag gewonnen die was uitgeschreven door de 'Algemene Commissie voor de Nederlandsche deelneming aan de Internationale Koloniale tentoonstelling Parijs 1931' voor het ontwerp van het Nederlands-Indisch paviljoen. Zweedijk begeleidde ook de bouw van het paviljoen in Parijs; hiervoor verhuisde hij tijdelijk van Nederlands-Indië naar Parijs.[2]

Het dak van het hoofdpaviljoen was geïnspireerd op de huizen van Minangkabau. De granieten hoofdingang met versierselen waren afgietsels van Balinese tempels. De daktoren (die meer dan vijftig meter hoog was) kon door de bezoekers van het tentoonstellingsterrein al van veraf gezien worden. De pagodestructuur van deze toren heeft de gebruikelijke vorm van de meru, het hart van een Balinese tempel. Iedere dag voerde een dansgroep van vijftig Balinese dansers diverse dans- en zangoptredens op in het paviljoen. [1]

Tijdens de koloniale tentoonstelling brak op 28 juni brand uit in het paviljoen. Het paviljoen brandde volledig af. Zo gingen ook drie wandschilderingen die de Indische kunstenaar Charles Sayers had geschilderd in de ontvangstzaal van het paviljoen verloren. Ook raakten verschillende tentoongestelde objecten raakten beschadigd of gingen volledig verloren. [3] Zo gingen onder andere diverse werken van de Indische kunstschilder Raden Saleh tijdens de brand verloren.

Het verwoeste paviljoen werd in korte tijd weer opgebouwd waarbij Sayers van het het originele paneel "De hofreis van koning Hayam Wuruk" een nieuwe versie maakte voor het herbouwde paviljoen.

Het Nederlands paviljoen werd in 1932 in het Westbroekpark in Den Haag tentoongesteld. Het hoofdpaviljoen heeft de jaren erna op diverse plaatsen in Den Haag gestaan.[4]

TegengeluidenBewerken

In april 1931 verscheen het pamflet 'Le veritable Guide de l'Exposition coloniale, l'oeuvre civilisatrice de la France magnifiée en quelques pages'. In een oplage van 500.000 exemplaren verhaalde het pamflet over de misstanden in verschillende Franse kolonies.

In de maand voor de opening van de koloniale tentoonstelling publiceerden twaalf surrealisten het manifest 'Ne visitez pas l'exposition koloniale' als aanklacht tegen de koloniale tentoonstelling. Andre Breton, Louis Aragon, Paul Eluard, Benjamin Péret, Georges Sadoul, Pierre Unik, André Thirion, René Char, Maxime Alexandre, Yves Tanguy en Georges Malkine , die onder andere was georganiseerd door de , die van mening was dat Frankrijk haar koloniën exploiteerde.

Al in jaren voor het begin van de koloniale tentoonstelling in Parijs werden door verschillende organisaties tegengeluiden tegen het kolonialistische imperialisme van Frankrijk geuit. Zo deed de in 1927 door de Komintern opgerichte 'Liga tegen imperialistische onderdrukking en voor koloniale onafhankelijkheid' een oproep voor het inrichten van een tegen-tentoonstelling. In juli 1931 werd de tegen-tentoonstelling La vérité sur les colonies geopend als aanklacht tegen de exploitatie van de Franse kolonies. Op deze tentoonstelling Deze tegen-tentoonstelling trok in acht maanden tijd vijfduizend bezoekers.

NotenBewerken

  1. a b [https://pure.uva.nl/ws/files/3679662/48430_UBA002000446_11.pdf Koloniale vertoningen : de verbeelding van Nederlands-Indië op de wereldtentoonstellingen (1880-1931)]. Geraadpleegd op 21 juli 2020.
  2. [1]
  3. Willem H. Rassers, Overzicht van de geschiedenis van het Rijksmuseum voor Volkenkunde, 1837-1937, pagina 56 (1937)
  4. https://www.monumentenzorgdenhaag.nl/sporen-van-smaragd/indische-tentoonstelling
  Zie de categorie Exposition Coloniale (1931) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.