Klassieke genetica

Klassieke genetica is de traditionele biologische wetenschap die overervingspatronen probeert te beschrijven via de bestudering van het fenotype: de uiterlijke kenmerken van een organisme. De klassieke genetica is een van de oudste biologische disciplines. Ze gaat terug op de bevindingen van de 19e-eeuwse wetenschapper Gregor Mendel, die op empirische wijze de basismechanismen van erfelijkheid ontdekte.

Deel van een serie artikelen over

Delende moedercellen in het stuifmeel van een Lelie (1600x)
Stuifmeelcellen in meiose (1600x)
––– Algemeen –––

Chromosoom · DNA · Erfelijkheid · Genetische variatie · Genoom · Mutatie · Nucleotide · RNA


––– Onderzoek –––

DNA-analyse · Gentechnologie · Genomica · Sequencing


––– Vakgebieden –––
Epigenetica · Klinische genetica · Mendel · Moleculaire genetica · Populatiegenetica

Portaal Portaalicoon Genetica

Klassieke genetica behelst de technieken en methodieken die in gebruik waren vóór de komst van de moleculaire biologie. Een belangrijke ontdekking van de klassieke genetica was genkoppeling. Het inzicht dat sommige genen niet onafhankelijk van elkaar scheiden tijdens meiose weerlegde de wetten van Mendeliaanse overerving en bood de wetenschap een nieuwe manier om kenmerken in kaart te brengen naar een locatie op chromosomen. Genkoppelingskaarten worden nog steeds gebruikt, met name in de plantenveredeling.

Na de ontdekking van de genetische code en daarmee verbonden technieken zoals moleculair klonen, werden de wegen voor genetisch onderzoek aanzienlijk verbreed. Sommige klassieke genetische ideeën zijn door het mechanistische begrip van moleculaire ontdekkingen verdrongen, maar vele worden nog steeds gebruikt. Klassieke genetica wordt vaak gezien als de tegenhanger van de moleculaire genetica, waarin niet het fenotype, maar het genotype het centrale uitgangspunt is.

Zie ookBewerken