Klasse van de natte strooiselruigten

klasse van plantengemeenschappen

De klasse van de natte strooiselruigten (Convolvulo-Filipenduletea) is een klasse van plantengemeenschappen die typisch zijn voor natte, voedselrijke standplaatsen met veel biomassaproductie. Deze vegetatietypen kunnen variëren van eentonig met slechts enkele dominante soorten, tot zeer soortenrijke begroeiingen met vaak bijzondere soorten.

Klasse van de natte strooiselruigten
Close-up van een natte strooiselruigte
Close-up van een natte strooiselruigte
Syntaxonomische indeling
Klasse
Convolvulo-Filipenduletea
Stortelder et al., 1999
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons

Naamgeving en coderingBewerken

  • Synoniemen: Filipendulo ulmariae-Convolvuletea sepium, Calystegio-Filipenduletea
  • Nederlands: Klasse der natte strooiselruigten, rietruigten
  • Frans: Mégaphorbiaies planitiaires à montagnardes
  • Syntaxoncode voor Nederland (RVvN): r33
  • Natura 2000-code: 6430: Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

De wetenschappelijke naam Convolvulo-Filipenduletea is afgeleid van de botanische namen van twee kensoorten binnen deze klasse, de algemeen voorkomende haagwinde (Convolvulus sepium) en de moerasspirea (Filipendula ulmaria).

KenmerkenBewerken

AlgemeenBewerken

Ruigten, in de brede zin, zijn kruidachtige vegetaties met veel biomassaproductie. Een beperkt aantal soorten, vooral forse kruiden, zijn dominant.

In de meer beperkte zin gaat het bij de ruigten van de klasse van de natte strooiselruigten alleen om soortenrijke ruigten op natte tot zeer natte bodem met soms bijzondere soorten, voornamelijk te vinden langs waterlopen. In Nederland en Vlaanderen zijn deze onder te verdelen in twee verbonden met een vijftal associaties.

Deze ruigten mogen niet verward worden met ruderale vegetaties ontstaan door menselijke verstoring, die in Nederland en Vlaanderen onder de klasse van de ruderale gemeenschappen (Artemisietea) worden gerekend.

OntstaanBewerken

Ruigten ontstaan meestal uit halfnatuurlijke graslanden waarin het beheer of begrazing wegvalt. Indien deze met rust gelaten worden, gaat de successie verder naar struwelen en later meestal naar loofbos: de climaxvegetatie.

VegetatiestructuurBewerken

Deze klasse wordt gekenmerkt door de volledige afwezigheid van een boomlaag. Een struiklaag kan aanwezig zijn in de vorm van braamstruiken, maar de kruidlaag is dominant en bepaalt het beeld.

De kruidlaag kan zeer verschillend zijn naargelang de bodem droog of nat is, voedselrijk of voedselarm, kalkrijk of kalkarm. Ook de ouderdom heeft een invloed: aanvankelijk zijn er minder forse kruiden (eenjarigen, kleine soorten, rozetplanten) die geleidelijk worden vervangen door forsere kruiden. In voedselrijke omstandigheden komt meestal een gering aantal soorten tot dominantie.

De moslaag is meestal beperkt, maar veenmossen kunnen aanwezig zijn in de overgang naar veenmosrietland (Pallavicinio-Sphagnetum).

Onderliggende syntaxa in Nederland en VlaanderenBewerken

De klasse van de natte strooiselruigten wordt in Nederland en Vlaanderen vertegenwoordigd door twee orden met beiden maar één verbond.

  • Derivaatgemeenschap van late guldenroede (DG Solidago gigantea-[Epilobion hirsuti])
  • Derivaatgemeenschap van reuzenbalsemien (DG Impatiens glandulifera-[Convolvulo-Filipenduletea/Galio-Urticetea])
  • Rompgemeenschap van reuzenpaardenstaart (RG Equisetum telmateia-[Filipendulion])
  • Rompgemeenschap van grote engelwortel (RG Angelica archangelica-[Epilobion hirsuti])
  • Rompgemeenschap van koninginnekruid en riet (RG Eupatorium cannabinum-Phragmites australis-[Convolvulo-Filipenduletea])
  • Rompgemeenschap van harig wilgenroosje (RG Epilobium hirsutum-[Convolvulo-Filipenduletea])
  • Rompgemeenschap van haagwinde en riet (RG Convolvulus sepium-Phragmites australis-[Convolvulo-Filipenduletea])
  • Rompgemeenschap van bitterzoet en riet (RG Solanum dulcamara-Phragmites australis-[Convolvulo-Filipenduletea])
  • Rompgemeenschap van rietgras (RG Phalaris arundinacea-[Convolvulo-Filipenduletea])
  • Rompgemeenschap van grote brandnetel (RG Urtica dioica-[Convolvulo-Filipenduletea])
  • Rompgemeenschap van heelblaadjes (RG Pulicaria dysenterica-[Convolvulo-Filipenduletea/Agrostietalia stoloniferae])
  • Rompgemeenschap van hennegras (RG Calamagrostis canescens-[Filipenduletalia/Molinietalia])

Diagnostische taxa voor Nederland en VlaanderenBewerken

 
Haagwinde (Convolvulus sepium)
 
Moerasspirea (Filipendula ulmaria)

Deze klasse heeft voor Nederland en Vlaanderen als belangrijkste (ken)soorten:

BoomlaagBewerken

Geen boomlaag aanwezig.

StruiklaagBewerken

Struiklaag meestal afwezig. Geen kensoorten.

KruidlaagBewerken

Kensoort Diff.soort Abundantie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kK haagwinde Convolvulus sepium
kK moerasspirea Filipendula ulmaria
kK gewone smeerwortel Symphytum officinale
kK koninginnekruid Eupatorium cannabinum
kK harig wilgenroosje Epilobium hirsutum
kK moerasmelkdistel Sonchus palustris
kK grote kattenstaart Lythrum salicaria
kK moerasandoorn Stachys palustris
dK grote brandnetel Urtica dioica t.o.v. het riet-verbond (Phragmition)

MoslaagBewerken

Geen kensoorten.

VerspreidingBewerken

De klasse van de natte strooiselruigten is wijd verspreid over Europa, maar heeft zijn zwaartepunt in de Lage Landen: twee associaties uit deze klasse (Valeriano-Senecionetum en Oenantho-Althaeetum) komen buiten Nederland nauwelijks voor.

ContactgemeenschappenBewerken

De plantengemeenschappen uit de klasse van de natte strooiselruigten vormen vaak contactgemeenschappen met vegetatie uit de riet-klasse, de klasse van de nitrofiele zomen of de klasse van de matig voedselrijke graslanden.

AfbeeldingenBewerken

Zie ookBewerken

Zie de categorie Convolvulo-Filipenduletea van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.