Kinderdoopsel

Kinderdoopsel of kinderdoop is de doop van kleine kinderen. Het kinderdoopsel wordt veelal in de eerste dagen of weken van het leven van een kind toegediend en vindt doorgaans plaats tijdens een kerkelijke bijeenkomst.

Een kind dat gedoopt wordt

OorsprongBewerken

De rituele handeling van het doopsel is een traditie in de verschillende christelijke kerken. Het vindt zijn oorsprong in het Nieuwe Testament (Handelingen van de Apostelen (16:15) en de Eerste brief van Paulus aan de Korintiërs (1:16)) en in uitdrukkelijke getuigenissen uit de tweede eeuw na Christus. In het prille begin van het ontstaan van de Kerk gebeurde het vaak dat hele gezinnen het doopsel ontvingen.

DenominatiesBewerken

In de Rooms-Katholieke Kerk is het kinderdoopsel gebruikelijk, omdat een kind bij de geboorte nog steeds de erfzonde bezit. Als het ongedoopt - en dus nog belast met de erfzonde - stierf, zou het niet in de Hemel komen maar in het Voorgeborchte (daartegen diende de Nooddoop). Tegenwoordig staat het Doopsel voor de opname van het pasgeboren kind in de gemeenschap van de Moederkerk.

Ook in de traditionele protestantse kerken (gereformeerde, lutherse en anglicaanse) is de kinderdoop gebruikelijk. Wel staan sommige gemeenten (onder meer in de Nederlands Gereformeerde Kerken) het toe wanneer ouders hun jonge kinderen niet willen laten dopen, om hun kinderen zelf deze keuze op latere leeftijd te geven. Veelal worden kinderen dan opgedragen in plaats van gedoopt. De reden hiervoor is dat men van mening is dat de doop alleen mag worden toegediend wanneer iemand tot geloof in Christus als Verlosser is gekomen en daarvan publiekelijk belijdenis heeft afgelegd.

Kerkgenootschappen waar enkel de volwassendoop wordt toegepast zijn onder andere de baptisten, de (vrije) evangelische gemeenten, de charismatische Pinkster- en Volle Evangeliegemeenten, maar ook de veel oudere, maar doorgaans veel minder orthodoxe, doopsgezinde gemeente, die ontstaan is ten tijde van de Reformatie en waaruit het baptisme is voortgekomen.

Moderne controversesBewerken

In de 21e eeuw hebben enkele incidenten rondom naar verluidt uitzonderlijk "ruwe", "agressieve" of zelfs "gewelddadige" kinderdoopsels volgens het ritueel van volledige onderdompeling – zoals dat gebruikelijk is in oosters-orthodoxe kerken – geleid tot controverses over de vraag of ze een vorm van kindermishandeling zijn en verboden zouden moeten worden.[1]

  • In januari 2017 voerde Katholikos-patriarch van Geheel Georgië Ilia II een massakinderdoopsel uit van honderden kinderen in de Kathedraal van de heilige Drievuldigheid van Tbilisi tijdens de viering van Driekoningen van de Georgisch-Orthodoxe Kerk. Veel buitenlandse waarnemers vonden dit "schokkend" en vroegen zich af of dergelijke doopsels als kindermishandeling moesten worden beschouwd.[1][2]
  • In mei 2018 zorgde een viral video van een extreem kinderdoopsel – naar verluidt uitgevoerd in Ayia Napa op Cyprus in een Grieks-orthodoxe kerk, hoewel dit niet kon worden bevestigd – voor veel opschudding in de media.[3] In een verklaring veroordeelde het Grieks-Orthodoxe Aartsbisdom Australië de praktijk als "fysiek mishandelend", maar beweerde dat de uitvoerder 'niet Grieks-orthodox' was, laat staan een Grieks-orthodoxe priester of bisschop; in de Grieks-Orthodoxe Kerk zou het namelijk 'typisch' zijn om alleen maar water over het hoofd van een baby heen te gieten, niet om het onder te dompelen in water.[1]
  • In december 2018 werd priester Ilia Semiletov van het Russisch-Orthodoxe Klooster van Sint Joris in Jessentoeki in de Kraj Stavropol in Rusland op non-actief gesteld omdat hij 'te hardhandig had gehandeld' bij de uitvoering van een doopsel. In een video-opname die viraal ging was te zien dat hij herhaaldelijk het hoofd van een 2-jarig meisje, dat 'het uitschreeuwde in doodsangst', onderwater dompelde in het doopvont. Volgens een parochiaan deed Semiletov dit expres, want 'Satan zit in [kinderen]', dus zij moeten 'gebroken' worden. De priester moest voor een kerkelijke rechtbank verschijnen vanwege het incident.[4]
  • In augustus 2019 werd de Russisch-Orthodoxe priester Fotiy Necheporenko van de Mariënburgkerk in Gatsjina in de buurt van Sint-Petersburg een jaar lang op non-actief gesteld nadat hij met geweld had geprobeerd om het eenjarig jongetje Demid onder te dompelen. Naar verluidt liep het jongetje verwondingen op aan zijn schouden en hals die 3500 roebel kostten (destijds circa 70 euro). Zelfs nadat de angstig schreeuwende moeder van het jongetje probeerde in te grijpen ging Necheporenko ermee door; hij verklaarde achteraf dat hij al 26 jaar kinderen op deze manier had gedoopt.[5]
  • Op 1 februari 2021 stierf er in de Roemeense stad Suceava een baby van 6 weken aan een hartstilstand nadat hij drie keer in heilig water was ondergedompeld.[6] Uit een autopsie bleek dat hij door geweld om het leven was gekomen en er werd water in zijn longen gevonden.[7] De kinderdoopseldood leidde tot grote ophef in het land en leidde tot een scheuring in de Roemeens-Orthodoxe Kerk over de vraag of de praktijk moest worden voortgezet, veranderd of afgeschaft. Vladimir Dumitru lanceerde een petitie om kinderdoopsels te hervormen en reguleren om nodeloze risico's te vermijden.[7] Tegen 5 februari 2021 had de petitie al meer dan 60.000 handtekeningen verzameld en de publieke steun gekregen van de aartsbisschop van Argeș en Muscel, Calinic Argatu. Aartsbisschop Teodosie Petrescu van Tomis keerde zich echter fel tegen wat voor hervorming dan ook met een beroep op traditie.[7]

Zie ookBewerken

Externe linkBewerken

  • (fr) Pastoralis actio (Instructie uit 1980 van de Congregatie voor de Geloofsleer over het kinderdoopsel)
  Zie de categorie Infant baptism van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.