Kerncentrale Borssele

bouwwerk in Borsele

De Kerncentrale Borssele is een Nederlandse kerncentrale. De centrale is in eigendom van de Elektriciteits Produktiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ). EPZ is eigendom van PZEM en Energy Resources Holding. De Kerncentrale Borssele staat bij het Zeeuwse plaatsje Borssele.

Kerncentrale Borssele
Kerncentrale Borssele (Nederland)
Kerncentrale Borssele
Locatie Borssele
Coördinaten 51° 26′ NB, 3° 43′ OL
Eigendom EPZ
Uitbater EPZ
Begin bouw 1969
Eind bouw 1973
Inbedrijfstelling 26 oktober 1973
Aantal reactoren 1
Vermogen 485 MW
Jaaropbrengst ± 4 TWh
Datum info 12 dec. 2021
Overzicht van de kerncentrale
Lijst van kernreactoren
Polygoonjournaal over de demonstratie bij Borssele naar aanleiding van het nucleaire ongeluk in Three Mile Island

GeschiedenisBewerken

In 1969 bestelde de Provinciale Zeeuwsche Electriciteits-Maatschappij (PZEM) een kerncentrale. De reactor, een drukwaterreactor die staat bij de plaats Borssele (gemeente Borsele), werd in 1973 in gebruik genomen. De centrale werd gebouwd door Siemens KWU. De directe aanleiding voor de bouw was een contract van eigenaar PZEM met de aluminiumproducent Pechiney, dat voorzag in levering van grote hoeveelheden elektriciteit tegen een lage prijs. In 1990 gaat de eigendom van de centrale over op de EPZ.

De kernenergiecentrale is in grootte vergelijkbaar met een doorsnee kolen- of gascentrale met een (netto) vermogen van 449 MW. De centrale werd in 1997 ingrijpend gemoderniseerd en naar een post-Tsjernobyl gangbaar veiligheidsniveau gebracht.[1] De modernisering werd uitgevoerd mede naar aanleiding van de kernramp van Tsjernobyl.

De bedrijfsvergunning van de kerncentrale gaf geen einddatum aan. Het eerste paarse kabinet besloot in 1994 om Borssele aan het eind van de geplande levensduur, eind 2003, te sluiten, en wijzigde daartoe de vergunning. In 2000 werd echter, na een zaak aangespannen door het personeel van de kerncentrale, deze wijziging door de Raad van State vernietigd. In 2002 oordeelde de rechter dat er alleen een bestuursrechtelijke overeenkomst tot sluiting bestond, en dat was niet voldoende voor sluiting.[2] Het demissionaire kabinet-Balkenende II vond het vervolgens in 2003 niet verstandig om Borssele te sluiten, mede gelet op de Kyotodoelstellingen voor vermindering van de uitstoot van het broeikasgas kooldioxide (CO2).

In 2006 werd een nieuwe turbine geïnstalleerd waardoor het vermogen steeg tot 485 MW.

In 2013 werd door staatssecretaris Pieter van Geel besloten de kerncentrale van Borssele open te houden tot 2033.[3] In 2020 deden de Tweede Kamer en de provincie Zeeland het verzoek Borssele langer open te houden, maar de Vlaamse gemeenten Kalmthout en Essen hebben aangegeven het hier niet mee eens te zijn.[4]

De centrale produceert rond de 3,26 terawattuur (TWh) per jaar en heeft hiermee een aandeel van rond de 3-4% in de totale Nederlandse elektriciteitsproductie.[5]

Jaar Tijd
in gebruik
Productie
(×TWh)[6]
Bruto
productie
(×TWh)[5]
idem aandeel
in totaal
Nederland[5]
1990 76% 2,886
1995 87% 3,387
2000 94% 3,699 3,919 4,3%
2005 96% 3,772 3,997 4,0%
2009 95% 4,019 4,248 3,7%
2010 88% 3,755 3,969 4,0%
2011 92% 3,917 4,141 3,7%
2012 87% 3,707 3,915 3,8%
2013 45% 1,916 2,891 2,9%
2014 91% 3,874 4,091 4,0%
2015 90% 3,862 4,078 3,7%
2016 88% 3,750 3,960 3,4%
2017 75% 3,220 3,402 2,9%
2018 79% 3,325 3,515 3,1%
2019 92% 3,701 3,910 3,2%
2020 92% 3,865[7] 4,087 3,3%

EigendomBewerken

Op 16 juni 2006 heeft de regering met de eigenaars van de kerncentrale een contract gesloten (het Borsseleconvenant[8]) waarin vastgelegd is dat Borssele tot en met 2033 in bedrijf zal blijven.[9] De eigenaars DELTA en RWE zullen € 250 miljoen investeren in een fonds voor duurzame energie. Hierdoor zullen de extra winsten, die ontstaan door het langer openblijven van de kerncentrale, deels worden benut voor de ontwikkeling van duurzame energie. Verder is in het convenant afgesproken dat Borssele tot de 25% veiligste vergelijkbare watergekoelde kerncentrales van de EU, VS en Canada moet behoren. Hiertoe wordt elke vijf jaar een benchmark gedaan.[10]

Door de overname van Essent door RWE is een geschil ontstaan over de eigendomsverhoudingen van EPZ. DELTA heeft zich verzet tegen de overname van het belang van Essent in EPZ naar RWE. De zaak is in kortgeding voor de rechter gebracht. De voorzieningenrechter van de rechtbank heeft op 10 juli 2009 geoordeeld – in afwachting op de uitslag van een bodemprocedure – dat de aandelen niet aan RWE mogen worden overgedragen. In hoger beroep is deze uitspraak bevestigd. Op 17 mei 2011 werd bekend dat RWE genoegen neemt met een minderheidsbelang van 30% in de huidige reactor. Als tegenprestatie mag het nu meedoen aan de ontwikkeling van Borssele 2.[11]

SplijtstofBewerken

Volgens de beschikking brandstof diversificatie uit 2011[12] en de beschikking fabricagetolerantie MOX uit 2013[13] heeft Borssele vergunning voor gebruik van de volgende soorten splijtstof:

  • Verrijkt uranium:
    • ENU (Enriched Natural Uranium) dat bestaat uit 4,4% splijtbaar uranium-235 (en 95,6% uranium-238).
    • ERU (Enriched Recycled Uranium) dat bestaat uit 4,4% uranium-235 (en ca. 94,9% uranium-238 + ca. 0,7% uranium-236 afkomstig uit verbruikte splijtstof).
    • c-ERU (compensated Enriched Recycled Uranium) dat bestaat uit 4,6% uranium-235 (en 95,4% uranium-238 + ca. 0,7% uranium-236 afkomstig uit verbruikte splijtstof).
  • MOX-brandstof, mengoxide afkomstig uit verbruikte splijtstof die bestaat uit 5,41% splijtbaar plutonium-239/241 en 0,25% splijtbaar uranium-235 ± 0,05% U-235 (en 2,6% plutonium 240 + ca. 92% uranium-238).

In de reactor van kerncentrale Borssele is sinds 2019 40% MOX aan splijtstof-elementen aanwezig, de overige 60% is bij voorkeur c-ERU, maar kan naargelang marktomstandigheden ENU of ERU zijn.

Het centrale gedeelte van de kernreactor, de reactorkern, bevat ongeveer 40 ton uranium, verdeeld over 121 splijtstofelementen met elk ongeveer 330 kg uranium, elk verdeeld over 205 splijtstofstaven met elk ongeveer 1,6 kg uranium. De splijtstofstaven zijn dichtgelaste buizen met zwarte porseleinachtige tabletten.

Tijdens het kernsplijtingsproces wordt een klein deel van het uranium-238 omgezet in plutonium-239. Een deel daarvan wordt gespleten en draagt zo bij aan de warmteopwekking.

Het verrijkte uranium moet na vier jaar (dan vallend onder de term bestraalde kernbrandstof) vervangen worden. Het wordt dan in Frankrijk opgewerkt (gerecycleerd en opnieuw verrijkt) waardoor het weer vier jaar gebruikt kan worden. Van de in de eerste vier jaar ontstane splijtingsproducten, plutonium en uranium-236, worden de splijtingsproducten, die kernafval vormen, verwijderd, teruggebracht naar Borssele, en daar opgeslagen bij COVRA. Het plutonium wordt ook verwijderd en gebruikt in nieuwe splijtstof. Het uranium-236, dat enigszins nadelig is, kan niet verwijderd worden. Ter compensatie wordt verrijkt tot een iets hoger gehalte uranium-235, 4,65%.

In Borssele wordt MOX sinds 2014 gebruikt. Volgens de vergunning die EPZ daarvoor heeft gekregen, mogen 48 van de 121 splijtstofelementen in de reactor MOX bevatten.[14] De MOX voor Borssele wordt gefabriceerd in de MELOX-fabriek in Zuid-Frankrijk. In de toekomst zal de uitgewerkte MOX, net zoals de andere oude splijtstofelementen uit Borssele, in Frankrijk worden opgewerkt, zodat het uranium en plutonium dat nog over is, opnieuw gebruikt kan worden. Hiervoor hebben Nederland en Frankrijk een verdrag gesloten.[15] MOX-staven zijn echter wel een stuk duurder dan verrijkt uranium.[16]

Het gebruik van gerecycleerd uranium en plutonium beperkt het verbruik van natuurlijk uranium tot 30 ton per jaar.

HerkomstBewerken

Borssele gebruikt uranium dat deels gedolven wordt in Kazachstan, en deels verkregen wordt door herverrijking van "tails" (verarmd uranium). Het in Kazachstan gedolven uranium wordt geproduceerd met behulp van zogenaamde in-situ leaching, waarbij het uraniumerts via een boorgat wordt opgelost in een zwavelzuuroplossing en, na oppompen, bovengronds wordt opgezuiverd.[17]

KernafvalBewerken

De centrale had een doorlopend contract met de opwerkingsfabriek in La Hague, dat afgelopen is in 2015. Sinds 2006 is het als gevolg van een wetswijziging in Frankrijk echter onmogelijk de uitgewerkte brandstofstaven naar de fabriek te transporteren. Die wet stelde eisen aan de terugkeer van het geproduceerde kernafval, dat binnen zekere tijd naar Nederland diende terug te keren. Het aanpassen van de wet door het parlement en het afhandelen van alle bezwaren tegen het verlenen van nieuwe vergunningen voor transporten door de Raad van State nam echter bijna 5 jaar in beslag. Hierdoor raakte het bassin met uitgewerkte brandstofstaven bijna geheel vol. In de jaren 2012 tot 2015 waren er tien transporten voorzien waarbij telkens 50% meer afval, dan voorheen gebruikelijk, werd vervoerd naar La Hague. Het uranium dat na opwerking terugkwam, werd in Rusland verrijkt, door het te mengen met hoogverrijkt uranium afkomstig uit afgedankte kernonderzeeboten, die na het einde van de Koude Oorlog zijn opgelegd. Een kwart van dit verrijkte uranium kwam naar Borssele terug, de rest bleef in Rusland en werd daar in kerncentrales gebruikt.[18] Het eerste transport vertrok op 7 juni 2011 naar Frankrijk en arriveerde de volgende dag op bestemming,[19] ondanks blokkades van activisten.

OntmantelingBewerken

In 2012 is de Stichting Beheer Ontmantelingsgelden Kerncentrale Borssele opgericht met als taak er voor te zorgen dat er voldoende geld beschikbaar is voor de ontmanteling van de kerncentrale na 2033. Gedurende de resterende levensduur van de kerncentrale wordt op iedere geproduceerde MWh een opslag voor ontmanteling bij de klanten van EPZ in rekening gebracht. Door de stichting op te richten is dit geld afgezonderd van EZP zodat in geval van een faillissement dit geld niet gebruikt kan worden voor andere doeleinden. Per 31 december 2020 was er 315 miljoen euro gereserveerd, EZP stort nog jaarlijks een bedrag in het fonds van de stichting zodat in 2031 ruim 600 miljoen euro beschikbaar geacht wordt te zijn voor de ontmanteling.[20]

Incidenten en problemenBewerken

  Zie Lijst van onregelmatigheden en incidenten in kerncentrale Borssele voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De overheid brengt vanaf 1980 jaarlijkse overzichten uit van storingen en ongevallen in nucleaire installaties (waaronder de kerncentrale Borssele en de inmiddels gesloten kerncentrale Dodewaard). Gegevens van daarvoor zijn beperkt beschikbaar. Uit de overzichten blijkt dat zich tot eind 2009 in de kerncentrale Borssele 372 bedrijfsstoringen hebben voorgedaan.[21][22] Daarbij vielen regelmatig een aantal belangrijke veiligheidsvoorzieningen uit. In 1981, 1984, 1986, 1987, 1989 en 2006 zijn er problemen geweest met de noodstroomvoorziening en de dieselaggregaten.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) publiceert in 2011 een rapportage waaruit blijkt dat er voor Borssele geen adequaat rampenplan bestaat.[23] Zo zou het voornamelijk ontbreken aan ervaring en dat op alle niveaus.

Eventuele ongevallen met de kerncentrale zijn verzekerd met behulp van een zogenaamde atoompool. In Nederland een groep van zestien verzekeringsmaatschappijen die garant staan voor een hoeveelheid risico's. De kerncentrale Borssele is voor een bedrag van maximaal €340 miljoen verzekerd. Overige schade moet de Nederlandse overheid vergoeden.

In 2011 blijkt dat de dijk bij de centrale niet bestand is tegen een stormvloed, een storm die statistisch eens in de 4000 jaar voorkomt. Waterschap Scheldestromen en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu zullen samen werken aan een verbetering van de dijk.[24]

In 2011 werd naar aanleiding van de kernramp van Fukushima door de kerncentrale een extra zelfonderzoek uitgevoerd, op basis van SOER 2011-2, een lijst met concrete punten voor de controle van kerncentrales. Dit onderzoek werd uitgevoerd naast de tienjaarlijkse zelfonderzoeken. Bij dit zelfonderzoek kwamen vijftien procedurele verbeterpunten naar voren.[25][26]

Op 19 september 2013 werd de centrale stilgelegd nadat er schade aan de generatorkoelers was geconstateerd.[27] Omdat het herstellen niet mogelijk bleek zal het vervangen van de koelers ongeveer 2 maanden in beslag nemen.[28]

Plannen nieuwe kerncentralesBewerken

Borssele 2Bewerken

Begin 2009 ontstonden er concrete plannen voor de bouw van een nieuwe kerncentrale. De voorlopige naam daarvan was Borssele 2. Zowel DELTA als Energy Resources Holding (ERH) hadden aangegeven een nieuwe centrale te willen bouwen naast de huidige centrale. In het regeerakkoord schreef het kabinet-Rutte I dat meer kernenergie nodig is om de transitie naar een schone energievoorziening te maken en minder afhankelijk te worden van buitenlandse energieleveranciers. Als er een aanvraag zou komen, zou de vergunning ook verleend worden. De VVD, Forum voor Democratie, het CDA, de PVV en de SGP zijn voorstander van een nieuwe centrale. Onder andere GroenLinks, de PvdA en de SP zijn tegen. De reden dat voor Borssele is gekozen is de aanwezigheid van de COVRA en de bestaande infrastructuur voor de huidige centrale.

De belangrijkste argumenten voor de bouw van een nieuwe kerncentrale was dat deze eventueel kan voorkomen dat Nederland in de toekomst elektriciteit moet gaan importeren. Daarnaast heeft de zware industrie belang bij een stabiele en goedkope energievoorziening. Tegenstanders zeggen dat (meer) kernenergie de groei van duurzame energie afzwakt en wijzen op de gevaren van kernenergie in het algemeen en op het probleem met de opslag van radioactief afval, waar nog steeds geen oplossing voor gevonden is, in het bijzonder. Verder is Nederland voor zijn uranium, de brandstof van kerncentrales, net als voor veel fossiele brandstof, afhankelijk van het buitenland.

In de rijksbegroting staat dat het kabinet budget vrijmaakt voor het vergunningstraject. Voor 2011 was 7,9 miljoen euro gereserveerd, in 2012 ging het om 15,9 miljoen euro en in 2013 om 18,7 miljoen euro.

DELTABewerken

Medio juni 2009 startte DELTA een procedure voor een vergunningaanvraag voor een tweede kerncentrale nabij de bestaande kerncentrale. In november 2010 maakte DELTA bekend dat het deze centrale wil bouwen samen met Franse nutsbedrijf EDF.[29] De hele procedure en bouw duurt ongeveer 10 jaar, zodat de nieuwe kerncentrale op zijn vroegst in 2018 in bedrijf zal kunnen komen. De investering voor deze centrale zal circa 4 miljard euro bedragen.[30] Na de deal omtrent het eigendom van de huidige centrale is RWE ook een belangrijke partner geworden in de plannen voor de nieuwe kerncentrale.

ERHBewerken

ERH had ook een plan om een kerncentrale te bouwen bij Borssele.[31] Op 22 september 2010 publiceerde het Ministerie van VROM de kennisgeving energiewet met daarin een startnotitie met betrekking tot dit voornemen.[32] Het zou hier gaan om een centrale van de derde generatie. Mogelijke leveranciers zijn Westinghouse, recentelijk overgenomen door Toshiba, of Areva. In 2014 zou de vergunning rond moeten zijn waarna in 2015 begonnen kan worden met de bouw zodat rond 2019 de eerste energie geleverd kan worden aan het net.

Protest en steunBewerken

Tegen de plannen is maatschappelijk protest gerezen. Lokaal is in mei 2010 het Zeeuwse actiecomité Borssele 2, nee! opgericht vanuit verschillende Zeeuwse politieke partijen en milieubewegingen. Daarnaast is de Nederlandse antikernenergiebeweging weer actief geworden, onder aanvoering van Greenpeace en Wise. In eerste instantie kregen zij weinig gehoor. Naar aanleiding van de kernramp van Fukushima staat zij echter iets meer in de belangstelling. Het actiecomité 'Borssele 2, nee' is in april 2012 opgeheven omdat de doelen zijn bereikt.[33]

Geen tweede centraleBewerken

Op 23 januari 2012 maakte Delta bekend haar plannen voor een nieuwe kerncentrale voorlopig in de ijskast te zetten.[34] De redenen hiervoor zijn dat door de crisis er overcapaciteit op de elektriciteitsmarkt is met lage energieprijzen tot gevolg, het verslechterde investeringsklimaat en de onzekerheid over het beleid rond verhandelbare rechten voor uitstoot van het broeikasgas CO2. Ook RWE liet weten de vergunningaanvraag, die via het bedrijf ERH liep, in de ijskast te plaatsen.[35]

In september 2020 werd in Zeeland actie gevoerd voor het vaker toepassen van kernenergie in de strijd tegen klimaatverandering. De acties maken deel uit van Stand Up for Nuclear: een campagne van een internationale beweging van klimaatactivisten en natuurbeschermers.[36] In een peiling van de krant bij dit artikel gaf 78% van de PZC-lezers aan dat de kerncentrale van hen langer mocht open blijven.

Borssele 3Bewerken

Er was in het begin ook sprake van een mogelijke derde centrale. De provincie Zeeland heeft aangegeven wel te willen meewerken aan een tweede, maar niet aan een derde kerncentrale.[37] In april 2011 bleek uit onderzoek van adviesbureau Arcadis dat er op de huidige locatie slechts plaats is voor één andere kerncentrale.[38][39][40]

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken

Zie de categorie Borssele Nuclear Power Plant van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.