Hoofdmenu openen

Kees Mulder (verzetsstrijder)

Nederlands verzetsstrijder

LevensloopBewerken

Mulder werkte als sigarenmaker in de Schimmelpenninck sigarenfabriek in Wageningen. In de latere jaren van zijn leven was hij werkzaam bij een drukkerij en als krantenbezorger.[1] Na de Duitse inval in mei 1940 sloot hij zich aan het einde van dat jaar bij de Ordedienst. Mulder raakte steeds verder betrokken bij het verzetswerk. Zijn bijnaam was Scheve Kees. Een andere naam waarmee hij bekend was binnen het verzet was De rode pimpernel. Zijn hoofdactiviteit was was het zoeken van onderduikadressen en verzorgen van onderduikers. Zo bracht hij onder andere joodse onderduikers onder op de heide nabij Bennekom.[2]

Na de Slag om Arnhem in september 1944 bleef een grote groep Britse militairen achter op de Veluwe. Mulder verzamelde een aantal van hen in een schuilkelder op de begraafplaats aan de Oude Diedenweg in Wageningen.. Hij werkte daarbij samen met Dien Veenendaal-Meurs. Via de boerderij De Wolfswaard werden ze door Mulder eigenhandig in een roeiboot de Rijn overgezet. Elke keer dat hij de oversteek maakte nam hij via een zender contact op met de geallieerden, zodat zij op de hoogte waren van zijn komst. Op die manier keerden 69 geallieerden terug achter de eigen linies. Daar zaten ook neergestorte piloten en ontsnapte krijgsgevangenen bij.

Aan het einde van de oorlog was Mulder ooggetuige van de capitulatiebesprekingen tussen de Duitsers en de geallieerden in Hotel De Wereld in Wageningen.[1]

Voor zijn activiteiten ontving Mulder na de oorlog de Amerikaanse Medal of Freedom. In 1968 werd in Wageningen een weg naar hem vernoemd: de Kees Mulderweg.