Kabinetsformatie Nederland 2021

Actuele gebeurtenis In dit artikel wordt een actuele gebeurtenis beschreven.
De informatie op deze pagina kan daardoor snel veranderen of inmiddels verouderd zijn.

De Kabinetsformatie Nederland 2021 behelst de formatie van een Nederlands kabinet na de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021.

Tijdens de besprekingen lekten de notities van de eerste verkenners uit, waar onder meer de tekst "Positie Omtzigt, functie elders" op stond. Zowel de verkenners als alle fractieleiders beweerden dat dit niet besproken was in de tot dusverre gevoerde gesprekken. Later bleek VVD-leider[a] Mark Rutte toch gesproken te hebben over Omtzigt. Dit leidde tot het aannemen door de Tweede Kamer van een motie van afkeuring jegens Rutte.

ContextBewerken

Kabinet-Rutte III was in januari 2021 opgestapt vanwege een rapport over de toeslagenaffaire.[b] Omdat de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021 plaatsvonden tijdens de coronacrisis, wilden partijen een korte kabinetsformatie.[1] VVD-leider Mark Rutte opperde zelfs om de formatie op te knippen in twee delen, waarbij in de eerste met alle partijen gewerkt werd aan een herstelplan voor de coronacrisis.[2]

Tijdens de verkiezingscampagne spraken sommige partijen al voorkeuren uit voor coalitiepartners. CDA en VVD sloten samenwerking met PVV en FVD uit. VVD gaf expliciet aan met CDA te willen regeren.[3] GroenLinks stelde een stembusakkoord voor met D66 en PvdA, maar beide partijen wezen dit af.[4] GroenLinks en PvdA gaven wel aan dat ze alleen in kabinet wilden als ook de ander of de SP toetrad. In tegenstelling tot voorgaande verkiezingen sloot SP samenwerking met VVD niet meer uit en stelde ook een andere linkse partij in kabinet niet als voorwaarde.[5] Na aantreden van lijsttrekker Esther Ouwehand stond ook Partij voor de Dieren open voor regeringsdeelname.[6] Tijdens de campagne benadrukten coalitiepartners D66 en ChristenUnie hun medisch-ethische verschillende standpunten, waardoor samenwerking van deze twee partijen als onwaarschijnlijk werd gezien.[7]

Verkiezingsuitslag en mogelijke coalitiesBewerken

Zetelverdeling na Tweede Kamerverkiezingen 2021
                 
De 150 zetels zijn als volgt verdeeld:
  Zie Tweede Kamerverkiezingen 2021 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na de verkiezingen groeiden VVD en D66, die daardoor de twee grootste partijen waren. Met een groei van zes zetels won FVD de meeste zetels erbij.[8] Partij voor de Dieren was de enige andere zittende partij die wist te groeien, met één zetel. Vier partijen (Volt, JA21, BIJ1 en BBB) wisten voor het eerst toe te treden tot de Kamer. Alle andere partijen verloren zetels of behielden hun zetelaantal. Met 17 partijen was dit het hoogste aantal verkozen fracties sinds de Tweede Kamerverkiezingen in 1918.[9][10] Door deze versplintering moest een meerderheidskabinet uit minimaal vier partijen bestaan. Voor het eerst sinds de Tweede Kamerverkiezingen in 1998 won een kabinet zetels bij verkiezingen.[11] Met 28 zetels behaalde radicaal-rechts (JA21, PVV en FVD) het beste resultaat ooit.[12] De traditionele linkse partijen (GroenLinks, PvdA en SP) waren met een gecombineerde 26 zetels kleiner dan ooit.[13]

Coalitievoorkeuren onder kiezersBewerken

Hoewel kiezers in Nederland formeel geen invloed hadden op de kabinetsformatie, werden verschillende peilingen gepubliceerd over de coalitievoorkeuren van kiezers. Uit een peiling van EenVandaag bleek voortzetting van kabinet-Rutte III met VVD-D66-CDA-CU het populairst onder alle kiezers, maar vrij laag onder D66 kiezers. Daaropvolgend populairste combinaties waren VVD-D66-CDA-Volt, VVD-D66-CDA-PvdA en VVD-PVV-CDA-FVD-JA21.[14] Uit een peiling van Peil.nl die werd gepubliceerd op 28 maart 2021 bleek dat uit tien combinaties VVD-D66-CDA-JA21 onder kiezers het populairst was, maar slechts op de zesde plaats stond bij D66-kiezers. De combinatie VVD-D66-PvdA-SP-GroenLinks stond op de tweede plaats, maar op de laatste plek bij VVD-kiezers.[15]

Geopperde coalitiesBewerken

Geopperde partijencoalities
Partijen Zetels Opmerkingen
TK EK
VVD, D66 58 19 Grootst mogelijk minderheidskabinet met twee partijen, voorkeur van JOVD.[16]
VVD, D66, CDA 73 28 Grootst mogelijk minderheidskabinet met drie partijen, die elkaar niet vooraf onderling hadden uitgesloten.
+ PvdA, GL 90 42 Voorkeur van D66, maar VVD en CDA willen liever niet met beide linkse partijen
+ PvdA 82 34 Zonder voor de VVD "te linkse" GL. PvdA wil liever met GL of SP.[17][18]
+ SP 82 32 Grote verschillen met VVD en D66; niet uitgesloten als in 2017.[19][17]
+ GL 81 36 Progressieve samenwerking D66 en GL, maar VVD wil liever niet met GL.[19][17]
+ CU, JA21 81 39 Geopperd door Van der Staaij.[20]
+ CU 78 32 Dezelfde partijen als kabinet-Rutte III,[21] maar inhoudelijk grote verschillen tussen D66 en ChristenUnie.[20]
+ JA21 76 35[c] De voorkeur van VVD en JA21, maar voor D66 "moeilijk voorstelbaar".[20]
+ Volt 76 28 Als nieuwe partij vindt Volt deelname "niet logisch".
VVD, D66, PvdA, GL 75 33 Minderheidscoalitie, paars-plus. VVD wil liever met het CDA.
+ Volt 78 33 Paars-plus; Volt-leider Dassen vindt deelname "niet logisch".[21]
+ PvdD 81 36 Voorkeur van PvdD.[20]
VVD, PVV, CDA, FVD, JA21 74[d] 36 Voorkeur van PVV en FVD; uitgesloten door VVD en CDA.

Verloop van de formatieBewerken

Mariëtte HamerHerman Tjeenk WillinkWouter KoolmeesTamara van ArkKajsa OllongrenAnnemarie Jorritsma

Verkenners Jorritsma en OllongrenBewerken

   
Verkenner Kajsa Ollongren aangedragen door D66.
Verkenner Annemarie Jorritsma aangedragen door de VVD.

Op 18 maart kwamen de zeventien beoogde fractievoorzitters bijeen om over de formatie te praten.[22] Tegen gebruik in drong D66 aan op een tweede verkenner vanuit hun partij. Daarop werden VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer Annemarie Jorritsma en minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66) als verkenners aangewezen.[23] Op volgorde van de beoogde zetelgrootte werden op 22 en 23 maart de beoogde fractievoorzitters ontvangen.[24]

VVD en D66 verschilden onderling van coalitievoorkeur. VVD-leider Mark Rutte wilde eerst "serieus kijken" naar centrum-rechtse coalitie met D66, CDA en JA21.[25] Samenwerking met JA21 vond D66-leider Kaag echter "moeilijk voorstelbaar" en gaf voorkeur aan progressieve coalitie, zonder daarbij partijen te noemen. Samenwerking met een van de linkse progressieve partijen was voor Rutte daarentegen pas een optie na ChristenUnie.[26]

Een aantal partijen stonden open voor regeringsdeelname. PVV-leider Geert Wilders zei dat een rechtse coalitie van VVD, CDA, PVV, FVD en JA21 onderzocht moest worden,[27] maar dit werd uitgesloten door VVD. PvdA-fractievoorzitter Lilianne Ploumen gaf aan open te staan voor regeringsdeelname, mits SP of GroenLinks ook toetrad.[18] Ook GroenLinks-leider Klaver stond open voor regeringsdeelname in een "zo progressief mogelijk kabinet". PvdD-leider Esther Ouwehand pleitte eveneens voor een zo groen en progressief mogelijk kabinet.[20] JA21-leider Joost Eerdmans steunde juist de wens van Rutte om rechts kabinet te vormen van VVD, D66, CDA en JA21.[28]

De meeste andere partijen waren in deze fase om verschillende redenen terughoudend over kabinetsdeelname. CDA-leider Wopke Hoekstra zei geen behoefte te hebben zich bij een "liberaal motorblok" aan te sluiten.[25] SP-fractievoorzitter Lilian Marijnissen vond dat coalitiedeelname niet voor de hand lag gezien de verkiezingsnederlaag.[29] Hoewel FVD-leider Thierry Baudet op verkiezingsavond nog aangaf dat regeringsdeelname reëel was,[30] verwachtte hij dit na gesprek met verkenners niet meer.[29] Als tiende fractie qua zetelaantal vond ook ChristenUnie-fractievoorzitter Gert-Jan Segers het vreemd om mee te onderhandelen. Hoewel er gespeculeerd werd over kabinetsdeelname door nieuwkomer Volt, was fractievoorzitter Dassen daarover ook terughoudend.[31] De andere fracties, met drie of minder zetels, gaven allemaal aan dat kabinetsdeelname voor hen niet voor de hand lag.[28]

Uitlekken notitiesBewerken

 
De notities die gefotografeerd werden, inclusief de tekst "Positie Omtzigt, functie elders"

Op 25 maart zouden Rutte en Kaag apart een tweede gesprek houden met de verkenners.[32] Na aankomst op het Binnenhof vernam Ollongren echter dat ze positief was getest op COVID-19 en in thuisquarantaine moest.[33] Op de weg naar haar dienstauto werden Ollongrens notities over de kabinetsformatie door een ANP-fotograaf gefotografeerd. Onder andere was te lezen: "positie Omtzigt, functie elders" en "linkse partijen hielden elkaar niet echt vast".[34] Direct na de publicatie ontstond er ophef over de notities, in het bijzonder de opmerking over CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. Omtzigt was betrokken bij het onthullen van de toeslagenaffaire waarover het vorige kabinet was gevallen. De tegenwerking die hij daarin had ervaren leidde tot een burn-out, waardoor Omtzigt zonder zich te laten vervangen al voor de verkiezingen thuis zat.[35] Anderhalf uur na het lekken van de notities stapten Jorritsma en Ollongren op als verkenners.[36]

Meerdere fractievoorzitters drongen aan op een Tweede Kamerdebat over de uitgelekte notities.[37] Mede namens Kaag gaf Rutte diezelfde dag aan dat ze geen van beiden iets over Omtzigt gezegd hadden in hun gesprekken. In datzelfde interview gaf Rutte aan dat de verkenners hierover geen verantwoording hoefden af te leggen, omdat zij al opgestapt waren.[38] Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib vroeg daarom Jorritsma en Ollongren als privépersonen om uitleg te geven over de notities, waarmee beiden instemden.[39]

Vlak voor het debat op 1 april bleek uit de gepubliceerde gespreksverslagen dat Rutte wel over Omtzigt had gesproken, specifiek over een mogelijk ministerschap. Rutte gaf aan dat hij hier geen herinnering aan had. Tijdens dit debat bleek ook dat Rutte "via-via" al om half acht 's morgens, enkele uren voor de andere fractievoorzitters, had gehoord dat waarschijnlijk in de notities stond dat hij wel had gesproken over Omtzigt. Wie hem hierover had gebeld wilde Rutte niet prijsgeven.[40] Een motie van wantrouwen tegen Rutte als premier werd verworpen langs de lijnen van het demissionaire kabinet (77 tegen, 72 voor).[41][42] Een motie van afkeuring tegen Rutte als fractieleider daarentegen werd gesteund door alle partijen behalve de VVD.[43]

Na afloop van het debat en de stemming sloten SP en ChristenUnie samenwerking met VVD uit zolang Rutte daar leiding aan gaf.[44] De jongerenpartijen van D66, CDA, PvdA, PvdD, GroenLinks en DENK moedigden hun moederpartijen aan ditzelfde te doen.[45] Opiniepeilingen vlak na het debat lieten ook zien dat 60% van alle kiezers niet wilden dat hun partij met VVD onder leiding van Rutte in een coalitie zou gaan.[46][47]

Verkenners Van Ark en KoolmeesBewerken

   
Verkenner Wouter Koolmees aangedragen door D66.
Verkenner Tamara van Ark aangedragen door de VVD.

Na opstappen van Ollongren en Jorritsma werden op 25 maart de ministers Tamara van Ark (VVD) en Wouter Koolmees (D66) aangesteld als verkenners.[48] Op verzoek van de Kamer wachtten zij met gesprekken tot na het debat met de opgestapte verkenners.[49] Tijdens dit debat nam de Kamer echter een motie aan om een nieuwe onafhankelijke verkenner te vragen.[50] Een dag later op 2 april legden Koolmees en Van Ark vervolgens hun taak officieel neer.[51]

Informateur Tjeenk WillinkBewerken

Herman Tjeenk Willink werd op 6 april voor drie weken benoemd tot informateur, een rol die hij al vijfmaal eerder vervulde.[52] In de eerste week hield hij gesprekken met de fractievoorzitters, ditmaal de kleinere partijen eerst.[53] Als periode van rust nodigde hij in de tweede week geen fractieleiders uit, maar onder andere SCP-directeur Kim Putters, Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen en SER-voorzitter Mariëtte Hamer.[54] In het weekend kwam Segers terug op het uitsluiten van samenwerking met Rutte, maar bleef bij voorkeur voor oppositie.[55] In de uitnodiging aan fractievoorzitters voor gesprekken in de derde week gaf Tjeenk Willink aan dat er meer tijd genomen moest worden voor de formatie, maar wel snel gewerkt moest worden aan een herstelplan voor de coronacrisis.[56] Azarkan, Wilders en Eerdmans waren kritisch op deze werkwijze waarbij het niet langer ging over vertrouwen in Rutte.[57]

Het onderlinge vertrouwen kwam opnieuw onder druk te staan nadat RTL Nieuws publiceerde over een ministerraad eind 2019 waar volgens RTL Nieuws besloten was de Kamer bewust onvolledig te informeren over de toeslagenaffaire.[58] Fractievoorzitters Rutte, Kaag en Hoekstra waren bij die ministerraad als minister aanwezig geweest.[59] Rutte gaf aan dat er "niets onoorbaars" was gebeurd en de ministerraad besloot de notulen ervan vrij te geven.[60] Tijdens het debat op 29 april stelde het kabinet zich nederig op en overleefde daarmee een motie van wantrouwen.[61]

Tjeenk Willink had besloten te wachten tot na dit debat met presenteren van zijn eindverslag, die hij op 30 april overhandigde. In zijn rapport gaf hij aan dat de inhoudelijke formatie kon beginnen.[62][63] In het eindrapport bepleitte Tjeenk Willink een coalitieakkoord op hoofdlijnen. Ook moest er tussenstijds herstelbeleid komen voor onder meer de coronacrisis, stikstofcrisis en woningtekort.[64] Volgens Tjeenk Willink sloten alleen BIJ1, PVV en SP expliciet regeren met Rutte uit.[65] Opiniepeilingen rond het einddebat op 12 mei lieten ook zien dat minder kiezers een coalitie met Rutte uitsloten.[66][67]

Informateur HamerBewerken

 
Informateur Mariëtte Hamer (PvdA)

Na het debat met Tjeenk Willink op 12 mei werd SER-voorzitter Mariëtte Hamer voorgedragen als informateur door Kaag en Rutte, waarmee de Kamer instemde.[68] Haar taak was om eerst toe te werken naar herstel- en transitiebeleid na de coronacrisis. Pas daarna moest zij volgens de motie op zoek naar een coalitie om een regering te vormen.[69]

Net als haar voorgangers nodigde zij de - na een afsplitsing inmiddels 18 - fractievoorzitters uit voor een gesprek op 17 en 18 mei. Hoewel de gesprekken grotendeels inhoudelijk waren, werd ook al gevraagd naar coalitievoorkeuren.[70] Kaag sprak hierbij voor het eerst de voorkeur uit voor een specifieke coalitie, bestaande uit VVD, CDA, D66, PvdA en GroenLinks.[71] In de week van 24 mei hield Hamer gesprekken gegroepeerd rond thema's die partijen aandroegen.[f] Diezelfde week liet Omtzigt zich alsnog voor vier maanden vervangen, waardoor volgens NRC Handelsblad het makkelijker werd voor CDA om te onderhandelen met Rutte.[74]

Tussen de gesprekken met de fractievoorzitters door had Hamer gesprekken met in totaal 28 vertegenwoordigers rondom bepaalde thema's. Het ging hierbij onder meer om jongerenorganisaties, de cultuursector, Stichting van de Arbeid, burgemeesters en planbureaus.[75][76][77][78]

In de laatste week van haar oorspronkelijke opdracht focuste Hamer zich op het zoeken naar een coalitie.[79] In wisselende samenstellingen ontving Hamer die week de fractieleiders van VVD, D66, CDA, PvdA, GroenLinks en ChristenUnie. Hoekstra en Rutte reageerden afhoudend op Kaags coalitievoorkeur met allebei de linkse partijen PvdA en GroenLinks.[80][81] Binnen hun achterbannen werd ook negatief gereageerd op deze coalitie.[82][83][84] Ploumen en Klaver herhaalden echter nogmaals dat zij alleen samen zouden deelnemen aan kabinet.[80] De andere besproken optie, voortzetting van de coalitie, werd afgehouden door Segers.[85] Aan het einde van de week gaf Hamer aan dat ze meer tijd nodig had dan de oorspronkelijke deadline van 6 juni. Volgens haar waren er niet veel inhoudelijke verschillen, maar wilden partijen desalniettemin niet samen in kabinet.[86]

De week daarop plaatste Hamer partijen bij elkaar die moeilijk lagen,[g] maar dit leidde nog niet tot mogelijke coalitie.[87] Op 10 juni lekte een intern document waarin Omtzigt kritiek leverde op zijn partij, waarin hij zich onveilig voelde.[88] Door deze publicatie gaf Omtzigt twee dagen later aan het CDA te verlaten en na zijn verlof als onafhankelijk Kamerlid verder te gaan.[89] Door Hoekstra eerder genoemde coalities van VVD, D66 en CDA aangevuld met JA21 of Volt zouden daardoor op termijn geen meerderheid meer hebben.

BronvermeldingBewerken

  Zie de categorie Dutch general elections 2021 coalition negotiations van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.