Kabinetsformatie Nederland 2021

Actuele gebeurtenis In dit artikel wordt een actuele gebeurtenis beschreven.
De informatie op deze pagina kan daardoor snel veranderen of inmiddels verouderd zijn.

De Kabinetsformatie Nederland 2021 behelst de formatie van een Nederlands kabinet na de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021. De reeds 258 dagen durende formatie is de langste Nederlandse kabinetsformatie.

Tijdens de verkenning lekten de notities van de eerste verkenners uit, waar onder meer de tekst "Positie Omtzigt, functie elders" op stond. Zowel de verkenners als alle fractieleiders beweerden dat dit niet besproken was in de gevoerde gesprekken. Later bleek VVD-leider[a] Mark Rutte toch gesproken te hebben over Omtzigt. Dit leidde tot het aannemen van een motie van afkeuring jegens Rutte als VVD-fractievoorzitter.

De daaropvolgende maanden werd onder leiding van informateur Mariette Hamer vooral gesproken met VVD, D66, CDA, PvdA, GroenLinks en ChristenUnie voor een meerderheidscoalitie. Nog voor de inhoudelijke onderhandelingen begonnen, werden echter ook tussen deze partijen blokkades opgeworpen. Informateur Johan Remkes ging vervolgens op zoek naar een minderheidscoalitie of extraparlementair kabinet. Toen ook deze opties niet op voldoende steun kon rekenen, besloot D66 de blokkade tegen coalitie met ChristenUnie op te heffen om zo nieuwe verkiezingen te voorkomen. Daardoor zal er onderhandeld worden tussen dezelfde coalitiepartijen als kabinet-Rutte III; VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.

ContextBewerken

Kabinet-Rutte III was in januari 2021 opgestapt vanwege een rapport over de toeslagenaffaire.[b] Omdat de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021 plaatsvonden tijdens de coronacrisis, wilden partijen een korte kabinetsformatie.[1] VVD-leider Mark Rutte opperde zelfs om de formatie op te knippen in twee delen, en daarbij in eerste instantie met alle partijen aan een herstelplan voor de coronacrisis te werken.[2]

Tijdens de verkiezingscampagne spraken sommige partijen al voorkeuren uit voor coalitiepartners. CDA en VVD sloten samenwerking met PVV en FVD uit. VVD gaf expliciet aan met CDA te willen regeren.[3] GroenLinks stelde een stembusakkoord voor met D66 en PvdA, maar beide partijen wezen dit af.[4] GroenLinks en PvdA gaven wel aan dat ze alleen in kabinet wilden als ook de ander of de SP toetrad. In tegenstelling tot voorgaande verkiezingen sloot SP samenwerking met VVD niet meer uit en stelde ook een andere linkse partij in kabinet niet als voorwaarde.[5] Na aantreden van lijsttrekker Esther Ouwehand stond ook Partij voor de Dieren open voor regeringsdeelname.[6]

Tijdens de campagne benadrukten coalitiepartners D66 en ChristenUnie hun onderling afwijkende medisch-ethische standpunten, waardoor samenwerking van deze twee partijen als onwaarschijnlijk werd gezien.[7] CDA en VVD gaven aan open te staan voor regeren met linkse partijen, maar Rutte zei ook dat hij niet met een "hele linkse wolk van partijen aan tafel" wilde.[8]

Zetelverdeling en mogelijke coalitiesBewerken

Zetelverdeling na Tweede Kamerverkiezingen 2021
                 
De 150 zetels zijn als volgt verdeeld:
  Zie Tweede Kamerverkiezingen 2021 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na de verkiezingen groeiden VVD en D66, die daardoor de twee grootste partijen waren. Met een groei van zes zetels won FVD de meeste zetels erbij.[9] PvdD was de enige andere zittende partij die wist te groeien, met één zetel. Vier partijen (Volt, JA21, BIJ1 en BBB) wisten voor het eerst toe te treden tot de Kamer. Alle andere partijen verloren zetels of behielden hun zetelaantal. Met 17 partijen was dit het hoogste aantal verkozen fracties sinds de Tweede Kamerverkiezingen in 1918.[10][11] Door deze versplintering moest een meerderheidskabinet uit minimaal vier partijen bestaan. Voor het eerst sinds de Tweede Kamerverkiezingen in 1998 won een kabinet zetels bij verkiezingen.[12] Met 28 zetels behaalde radicaal-rechts/populistisch-rechts (JA21, PVV en FVD) het beste resultaat ooit.[c][13] De traditionele linkse partijen (GroenLinks, PvdA en SP) waren met een gecombineerde 26 zetels kleiner dan ooit.[14]

Coalitievoorkeuren onder kiezersBewerken

Hoewel kiezers in Nederland formeel geen invloed hadden op de kabinetsformatie, werden verschillende peilingen gepubliceerd over de coalitievoorkeuren van kiezers. Uit een peiling van EenVandaag bleek voortzetting van kabinet-Rutte III met VVD-D66-CDA-CU het populairst onder alle kiezers, maar niet erg populair onder D66-kiezers. Daaropvolgend populairste combinaties waren VVD-D66-CDA-Volt, VVD-D66-CDA-PvdA en VVD-PVV-CDA-FVD-JA21.[15] Uit een peiling van Peil.nl die werd gepubliceerd op 28 maart 2021 bleek dat uit tien combinaties VVD-D66-CDA-JA21 onder kiezers het populairst was, maar slechts op de zesde plaats stond bij D66-kiezers. De combinatie VVD-D66-PvdA-SP-GroenLinks stond op de tweede plaats, maar op de laatste plek bij VVD-kiezers.[16]

Geopperde coalitiesBewerken

Gedurende de formaties werden diverse coalities geopperd door partijen en informateurs. Aanvankelijk werden voornamelijk meerderheidscoalities geopperd, maar toen dat niet lukte, werden ook minderheidscoalities geopperd. De samenstelling van de Tweede Kamer en de samenstelling van de Eerste Kamer wijzigden tijdens de formatie, waardoor sommige geopperde coalities geen meerderheid meer hadden.

Tabel van geopperde coalities
Partijen Zetels Opmerkingen
Tweede Kamer Eerste Kamer

VVD
D66

58

19

Grootst mogelijke minderheidskabinet van twee partijen.

VVD
CDA[d]

48

21

Andere tweepartijenvariant, die qua 'rechtsheid' recht zou doen aan de verkiezingsuitslag.[17]

VVD
D66
CDA[d]

72

28

Grootst mogelijke minderheidskabinet van drie partijen die elkaar niet vooraf onderling hadden uitgesloten.

VVD
D66

PvdA
GL

75

33

Paars-plus.

D66
CDA[d]
PvdA

GL
CU

60

34

Vijfpartijenvariant zonder de VVD.

VVD
PVV
CDA[d]

FVD[e]
JA21

73

36

Voorkeur van PVV en FVD; uitgesloten door VVD en CDA.[18]

VVD
D66
CDA[d]

PvdA
GL
CU

94

46

Coalitie met de laatst overgebleven partijen die nog niet waren uitgesloten.

VVD
D66
CDA[d]

PvdA
GL

89

42

Voorkeur van D66.

VVD
D66

CDA[d]
PvdA

81

34

Zonder voor de VVD "te linkse" GL. PvdA wil liever niet een kabinet zonder GL of SP.[19][20]

VVD
D66

CDA[d]
SP

81

32

Grote verschillen met VVD en D66; niet uitgesloten als in 2017.[21][19]

VVD
D66

CDA[d]
GL

80

36

VVD
D66

CDA[d]
CU

77

32

Dezelfde partijen als kabinet-Rutte III,[22] maar inhoudelijk grote verschillen tussen D66 en ChristenUnie.[23]

VVD
D66

CDA[d]
JA21[f]

75

35

De voorkeur van VVD en JA21, maar voor D66 "moeilijk voorstelbaar".[23]

VVD
D66

CDA[d]
Volt

75

28

Als nieuwe partij vindt Volt deelname "niet logisch".

VVD
D66
PvdA

GL
CU

80

37

Verloop van de formatieBewerken

Wouter KoolmeesJohan RemkesJohan RemkesMariëtte HamerMariëtte HamerHerman Tjeenk Willink

* Jorritsma & Ollongren (Verkenners)
** Van Ark & Koolmees (Verkenners)

Verkenners Jorritsma en OllongrenBewerken

   
Verkenner Kajsa Ollongren aangedragen door D66.
Verkenner Annemarie Jorritsma aangedragen door de VVD.

Op 18 maart kwamen de zeventien beoogde fractievoorzitters bijeen om over de formatie te praten.[24] Tegen gebruik in drong D66 aan op een tweede verkenner vanuit hun partij. Daarop werden VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer Annemarie Jorritsma en minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66) als verkenners aangewezen.[25] Op volgorde van de beoogde zetelgrootte werden op 22 en 23 maart de beoogde fractievoorzitters ontvangen.[26]

De twee grootste partijen, die gezien werden als "motorblok" voor de formatie, verschilden onderling van coalitievoorkeur. VVD-leider Mark Rutte wilde eerst "serieus kijken" naar centrum-rechtse coalitie met D66, CDA en JA21.[27] Samenwerking met JA21 vond D66-leider Sigrid Kaag echter "moeilijk voorstelbaar" en gaf voorkeur aan progressieve coalitie, zonder daarbij partijen te noemen. Samenwerking met een van de linkse progressieve partijen was voor Rutte daarentegen pas een optie na ChristenUnie.[28]

Een aantal partijen stonden open voor regeringsdeelname. PVV-leider Geert Wilders zei dat een rechtse coalitie van VVD, CDA, PVV, FVD en JA21 onderzocht moest worden,[29] maar dit werd uitgesloten door VVD. PvdA-fractievoorzitter Lilianne Ploumen gaf aan open te staan voor regeringsdeelname, mits SP of GroenLinks ook toetrad.[20] Ook GroenLinks-leider Klaver stond open voor regeringsdeelname in een "zo progressief mogelijk kabinet". PvdD-leider Esther Ouwehand pleitte eveneens voor een zo groen en progressief mogelijk kabinet.[23] JA21-leider Joost Eerdmans steunde juist de wens van Rutte om een rechts kabinet te vormen van VVD, D66, CDA en JA21.[30]

De meeste andere partijen waren in deze fase om verschillende redenen terughoudend over kabinetsdeelname. CDA-leider Wopke Hoekstra zei geen behoefte te hebben zich bij een "liberaal motorblok" aan te sluiten.[27] SP-fractievoorzitter Lilian Marijnissen vond dat coalitiedeelname niet voor de hand lag gezien de verkiezingsnederlaag.[31] Hoewel FVD-leider Thierry Baudet op verkiezingsavond nog aangaf dat regeringsdeelname reëel was,[32] verwachtte hij dit na gesprek met verkenners niet meer.[31] Als tiende fractie qua zetelaantal vond ook ChristenUnie-fractievoorzitter Gert-Jan Segers het vreemd om mee te onderhandelen. Hoewel er gespeculeerd werd over kabinetsdeelname door nieuwkomer Volt, was fractievoorzitter Dassen daarover ook terughoudend.[33] De andere fracties, met drie of minder zetels, gaven allemaal aan dat kabinetsdeelname voor hen niet voor de hand lag.[30]

Uitlekken notitiesBewerken

 
De notities die gefotografeerd werden, inclusief de tekst "Positie Omtzigt, functie elders"

Op 25 maart zouden Rutte en Kaag apart een tweede gesprek houden met de verkenners.[34] Na aankomst op het Binnenhof vernam Ollongren echter dat ze positief was getest op COVID-19 en in thuisquarantaine moest.[35] Op de weg naar haar dienstauto werden Ollongrens notities over de kabinetsformatie door een ANP-fotograaf gefotografeerd. Onder andere was te lezen "positie Omtzigt, functie elders" en "linkse partijen hielden elkaar niet echt vast".[36] Direct na de publicatie ontstond er ophef over de notities, in het bijzonder de opmerking over CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. Omtzigt was betrokken bij het onthullen van de toeslagenaffaire waarover het vorige kabinet was gevallen. De tegenwerking die hij daarin had ervaren leidde tot een burn-out, waardoor Omtzigt zonder zich te laten vervangen al voor de verkiezingen thuis zat.[37] Anderhalf uur na het lekken van de notities stapten Jorritsma en Ollongren op als verkenners.[38]

Meerdere fractievoorzitters drongen aan op een Tweede Kamerdebat over de uitgelekte notities.[39] Mede namens Kaag gaf Rutte diezelfde dag aan dat ze geen van beiden Omtzigt hadden besproken. Rutte gaf ook aan dat de verkenners geen verantwoording hoefden af te leggen, omdat zij al opgestapt waren.[40] Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib vroeg daarom Jorritsma en Ollongren als privépersonen om uitleg te geven over de notities, waarmee beiden instemden.[41]

Vlak voor het debat op 1 april bleek uit de openbaargemaakte gespreksverslagen dat Rutte wel over Omtzigt had gesproken, specifiek over een mogelijk ministerschap. Rutte gaf aan dat hij hier geen herinnering aan had. Tijdens dit debat bleek na vragen van Thierry Baudet ook dat Rutte "via-via" al om half acht 's morgens, enkele uren voor de andere fractievoorzitters, had gehoord dat waarschijnlijk in de notities stond dat hij wel had gesproken over Omtzigt. Wie hem hierover had gebeld wilde Rutte niet prijsgeven.[42] Een motie van wantrouwen tegen Rutte als premier werd verworpen langs de lijnen van het demissionaire kabinet (77 tegen, 72 voor).[43][44] Een motie van afkeuring tegen Rutte als fractieleider daarentegen werd gesteund door alle partijen behalve de VVD.[45]

Na afloop van het debat en de stemming sloten SP en ChristenUnie samenwerking met VVD uit zolang Rutte daar leiding aan gaf.[46] De jongerenpartijen van D66, CDA, PvdA, PvdD, GroenLinks en DENK moedigden hun moederpartijen aan ditzelfde te doen.[47] Opiniepeilingen vlak na het debat lieten ook zien dat 60% van alle kiezers niet wilde dat hun partij met VVD onder leiding van Rutte in een coalitie zou gaan.[48][49]

Verkenners Van Ark en KoolmeesBewerken

   
Verkenner Wouter Koolmees aangedragen door D66.
Verkenner Tamara van Ark aangedragen door de VVD.

Na opstappen van Ollongren en Jorritsma werden op 25 maart de ministers Tamara van Ark (VVD) en Wouter Koolmees (D66) aangesteld als verkenners.[50] Op verzoek van de Kamer wachtten zij met gesprekken tot na het debat met de opgestapte verkenners.[51] Tijdens dit debat nam de Kamer echter een motie aan om een nieuwe onafhankelijke verkenner te benoemen.[52] Een dag later op 2 april legden Koolmees en Van Ark vervolgens hun taak officieel neer.[53]

Informateur Tjeenk WillinkBewerken

Herman Tjeenk Willink werd op 6 april voor drie weken benoemd tot informateur, een rol die hij al vijfmaal eerder vervulde.[54] In de eerste week hield hij gesprekken met de fractievoorzitters.[55] Als periode van rust nodigde hij in de tweede week geen fractieleiders uit, maar onder andere SCP-directeur Kim Putters, Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen en SER-voorzitter Mariëtte Hamer.[56] In het weekend kwam Segers terug op het uitsluiten van samenwerking met Rutte, maar bleef bij voorkeur voor oppositie.[57] In de uitnodiging aan fractievoorzitters voor gesprekken in de derde week gaf Tjeenk Willink aan dat er meer tijd genomen moest worden voor de formatie, maar wel snel gewerkt moest worden aan een herstelplan voor de coronacrisis.[58] Azarkan, Wilders en Eerdmans waren kritisch op deze werkwijze waarbij het niet langer ging over vertrouwen in Rutte.[59]

Het onderlinge vertrouwen kwam opnieuw onder druk te staan nadat RTL Nieuws publiceerde over een ministerraad eind 2019 waar volgens RTL Nieuws besloten was de Kamer bewust onvolledig te informeren over de toeslagenaffaire.[60] Fractievoorzitters Rutte, Kaag en Hoekstra waren bij die ministerraad als minister aanwezig geweest.[61] Rutte gaf aan dat er "niets onoorbaars" was gebeurd en de ministerraad besloot de notulen ervan vrij te geven.[62] Tijdens het debat op 29 april stelde het kabinet zich nederig op en overleefde daarmee een motie van wantrouwen.[63]

Tjeenk Willink had besloten te wachten tot na dit debat met presenteren van zijn eindverslag, die hij op 30 april overhandigde. In zijn rapport gaf hij aan dat de inhoudelijke formatie kon beginnen.[64][65] In het eindrapport bepleitte Tjeenk Willink een coalitieakkoord op hoofdlijnen. Ook moest er tussenstijds herstelbeleid komen voor onder meer de coronacrisis, stikstofcrisis en woningtekort.[66] Volgens Tjeenk Willink sloten alleen BIJ1, PVV en SP expliciet regeren met Rutte uit.[67] Opiniepeilingen rond het einddebat op 12 mei lieten ook zien dat minder kiezers een coalitie met Rutte uitsloten.[68][69]

Informateur HamerBewerken

VerkenningBewerken

 
Informateur Mariëtte Hamer (PvdA)

Na het debat met Tjeenk Willink op 12 mei werd SER-voorzitter Mariëtte Hamer voorgedragen als informateur door Kaag en Rutte, waarmee de Kamer instemde.[70] Haar taak was om eerst toe te werken naar herstel- en transitiebeleid na de coronacrisis. Pas daarna moest zij volgens de motie op zoek naar een coalitie om een regering te vormen.[71]

Net als haar voorgangers nodigde zij de – na een afsplitsing inmiddels 18 – fractievoorzitters uit voor een gesprek op 17 en 18 mei. Kaag sprak hierbij voor het eerst de voorkeur uit voor een specifieke coalitie, bestaande uit VVD, CDA, D66, PvdA en GroenLinks.[72] In de week van 24 mei hield Hamer gesprekken gegroepeerd rond thema's die partijen aandroegen. Diezelfde week liet Omtzigt zich alsnog voor vier maanden vervangen, waardoor het volgens NRC Handelsblad makkelijker werd voor het CDA om te onderhandelen met Rutte.[73]

Tussen de gesprekken met de fractievoorzitters door had Hamer gesprekken met in totaal 28 vertegenwoordigers rondom bepaalde thema's. Het ging hierbij onder meer om jongerenorganisaties, de cultuursector, Stichting van de Arbeid, burgemeesters en planbureaus.[74][75][76][77] Op basis van deze gesprekken en die met fractievoorzitter formuleerde Hamer zeven thema's die geregeld moeten worden in een regeerakkoord. Ook formuleerde ze onderwerpen die urgent waren en waarmee al bij de begroting van 2022 gestart moest worden.[78]

In de laatste week van haar oorspronkelijke opdracht focuste Hamer zich op het zoeken naar een coalitie.[79] In wisselende samenstellingen ontving Hamer die week de fractieleiders van VVD, D66, CDA, PvdA, GroenLinks en ChristenUnie. Hoekstra en Rutte reageerden afhoudend op Kaags coalitievoorkeur met allebei de linkse partijen PvdA en GroenLinks.[80][81] Binnen hun achterbannen werd ook negatief gereageerd op deze coalitie.[82][83][84] Ploumen en Klaver herhaalden echter nogmaals dat zij alleen samen zouden deelnemen aan kabinet.[80] De andere besproken optie, voortzetting van de coalitie, werd afgehouden door Segers.[85] Aan het einde van de week gaf Hamer aan dat ze meer tijd nodig had dan de oorspronkelijke deadline van 6 juni. Volgens haar waren er niet veel inhoudelijke verschillen, maar wilden partijen desalniettemin niet samen in één kabinet.[86]

De week daarop plaatste Hamer partijen bij elkaar die moeilijk lagen,[g] maar dit leidde nog steeds niet tot een mogelijke coalitie.[87] Op 10 juni lekte een intern document waarin Omtzigt kritiek leverde op zijn eigen partij, waarbinnen hij zich onveilig voelde.[88] Naar aanleiding van het uitlekken van dit document maakte Omtzigt twee dagen later bekend het CDA te verlaten en na zijn verlof als onafhankelijk Kamerlid verder te gaan.[89] Door Hoekstra eerder genoemde coalities van VVD, D66 en CDA aangevuld met JA21 of Volt zouden daardoor bij zijn terugkomst geen meerderheid meer hebben.[90] Aan het eind van die week concludeerde Hamer dat de formatie in een impasse zat. Tijdens een gezamenlijk gesprek met VVD, D66, CDA, PvdA, GL en CU vroeg ze de partijen om tijdens het weekend onderling tot een doorbraak te komen.[91]

Toen na dit weekend de impasse niet doorbroken werd, stelde Hamer voor dat Kaag en Rutte de basis van een regeerakkoord samen zouden schrijven. Andere partijen zouden dan op later moment kunnen aansluiten. Op 22 juni bood ze haar eindrapport met die aanbeveling aan aan de Kamervoorzitter.[92]

Aanzet tot regeerakkoord door VVD en D66Bewerken

Tijdens het debat op 23 juni over Hamers verslag ging de Kamer akkoord met haar voorstel. In de daaropvolgende weken onderhandelden in stilte vertegenwoordigers van VVD en D66 onder leiding van Hamer. VVD-Kamerleden Sophie Hermans en Mark Harbers onderhandelden met hun D66-collega's Rob Jetten en Steven van Weyenberg.[93]

Op 17 augustus werd het document gedeeld met CDA, PvdA, GroenLinks en ChristenUnie. Een dag voor het delen van het document gaf Kaag aan in het Algemeen Dagblad nog steeds tegen samenwerking met ChristenUnie te zijn.[94] Op 20 augustus maakten Ploumen en Klaver bekend als één delegatie op te willen trekken tijdens de kabinetsonderhandelingen.[95] Op partijbijeenkomsten een week later steunden leden deze aanpak en werd regeren met VVD ook niet uitgesloten.[96] VVD en CDA gaven echter aan dat deze samenwerking onvoldoende reden was om toch te onderhandelen met de twee partijen.[97]

Op 2 september overhandigde Hamer haar eindverslag aan de Kamervoorzitter.[98] Hierin deed zij de aanbeveling om een nieuwe informateur op zoek te laten gaan naar een minderheidscoalitie, waarvoor zij enkele voorstellen deed. Op 7 september hield de Kamer het debat over het rapport.

Informateur RemkesBewerken

 
Informateur Johan Remkes (VVD)

Tijdens het laatste debat met Hamer werd een VVD-motie aangenomen om Johan Remkes aan te wijzen als informateur.[99]

Op 15 september hield de Kamer een debat over de evacuatie uit Afghanistan. Tijdens het debat werden moties van afkeuring ingediend tegen minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag en minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA). Deze werden gesteund door de voltallige oppositie en uiteindelijk ook door ChristenUnie. Kaag concludeerde dat zij daarom moest opstappen, maar bleef aan als fractievoorzitter en onderhandelaar tijdens de formatie. Na aanvankelijk aan te blijven, stapte Bijleveld onder politieke druk de volgende dag ook op. Van 18 tot 19 september kwamen de onderhandelaars van VVD, D66 en CDA bijeen op landgoed De Zwaluwenberg in Hilversum om met Remkes te praten over de formatie.[100] Dit leidde echter niet tot een doorbraak, mede vanwege de gebeurtenissen de week ervoor.[101]

Officieel lag de formatie, vanwege de Algemene Politieke Beschouwing, van 20 tot 26 september stil. In deze periode schreven VVD en CDA samen een concept-regeerakkoord, gedateerd 26 september. Hierbij hadden zij samenwerking met D66 in gedachten. Volgens de twee partijen was dit op initiatief van Remkes, terwijl Remkes zei dat dit op hun eigen initiatief was. Het bestaan en de inhoud van dit document werd pas bekend nadat Segers dit had laten liggen in de trein en het bij de Volkskrant terechtkwam in november.[102] Op 26 september zei Kaag echter bereid te zijn "onze politieke blokkade op te heffen", doelend op de ChristenUnie.[103] Een dag later vergaderden de onderhandelaars van VVD, CDA en D66 ruim tien uur met Remkes. Daaruit concludeerde Remkes geen mogelijkheid te zien voor een minderheidskabinet en daarom de mogelijkheden voor een extraparlementair kabinet te onderzoeken.[104] Op 29 september werd met VVD, D66, CDA, PvdA, GroenLinks, ChristenUnie, SGP, Volt en Fractie Den Haan gesproken over een extraparlementair kabinet. Toen ook deze optie niet op voldoende steun kon rekenen, besloot D66 de blokkade tegen coalitie met ChristenUnie op te heffen om zo nieuwe verkiezingen te voorkomen. Remkes overhandigde daarom de dag erna zijn rapport aan de Kamervoorzitter waarin hij adviseerde te beginnen met onderhandelen tussen VVD, D66, CDA en ChristenUnie.

Informateurs Remkes en KoolmeesBewerken

Op 5 oktober hield de Tweede Kamer een debat over het rapport van Remkes. Bij het debat werd een motie aangenomen om Johan Remkes en Wouter Koolmees aan te wijzen als informateurs. Koolmees legde hiervoor zijn taken als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid neer, maar diende geen ontslag in.[105] De inhoudelijke onderhandelingen tussen de partijen vond voornamelijk plaats met de secondanten, Sophie Hermans (VVD), Rob Jetten (D66), Pieter Heerma (CDA) en Carola Schouten (CU).

Externe linksBewerken

BronvermeldingBewerken

  Zie de categorie Dutch general elections 2021 coalition negotiations van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.