Hoofdmenu openen

Josse Le Plat (Mechelen, parochie Sint-Rombout, 18 november 1732 - Koblenz 6 augustus 1810) was een rechtsgeleerde en hoogleraar Rechten aan de universiteit van Leuven.

Judocus "Josse" Le Plat was de zoon van Jan Baptist Le Plat en Joanna Theresia Smets, beiden uit Mechelen afkomstig[bron?].

Zijn vader was boekhandelaar[1]. Hij werd juris utriusque licentiatus in 1756 en doctor in beide rechten (zowel Romeins als canoniek recht) in 1766.

Hij was voorstander van de onderwijshervormingen die Maria-Theresia en Jozef II voorstonden.

Leplat maakte een nieuw editie van een werk van Zeger Bernhard van Espen met een prefatie van 238 bladzijden: X. B. Van Espen, Commentarius in decretum Gratiani cum prœfatione J. Leplat, Lovanii, 1777. Hij gaf een lijst van alle falsificaties die men kan vinden in het Decretum" van Gratiaan. Le Plat droeg dit werk op aan Patrice-François de Neny.

Hij schreef ook een boek met Jozef Maugis (1711-1780) tegen de vervalste decretalen: Jos. Maugis, jud., Leplat et Paulini Nervii, Dissertationes tres in casu apostoli I ad Cor. cap. V., Lovanii et Gallipoli, 1770-177. Leplat verdedigde in dit boek de onontbindbaarheid van het huwelijk van een bekeerde Jood, welke de paus niet het recht had te verbreken door het privilegium paulinum.

Zoals andere hoogleraren van de universiteit van Leuven, was Le Plat vrijmetselaar[2].

Charles-Lambert Doutrepont was zijn leerling.

Zijn zoon Victor Leplat, was een Nederlands dichter.

NotenBewerken

  1. "Biographie Nationale de Belgique
  2. Paul Duchaine, La franc-maçonnerie belge au XVIIIe siècle, Brussel, 1911, p. 103: " dans la suite plusieurs professeurs (van Leuven) et plusieurs étudiants se firent encore initier aux mystères maçonniques, Fery (N. B. Martin François Joseph Fery, was professor wijsbegeerte te Leuven) et Lambrechts, Verhulst et Van der Stegen notamment". En bld. 107: "lors de la reconstitution d'un atelier dans l'Orient de Louvain, la ville comprenait un certain nombre de Maçons en possession du grade de maître et qui n'avaient pas été initiés dans d'autre villes belge (1): Parmi ces maçons nous pouvons citer les FF. d'Elderen, de Zangré, Berckx, Leplat, Mich. Claes, de Neef qui fut dans la suite Maire d'Aerschot, Van Lemputte, le notaire Marcelis, Lowet, etc..."