Hoofdmenu openen

Johannes Jelgerhuis

Nederlands kunstschilder
(Doorverwezen vanaf Johannes Rienksz Jelgerhuis)

Johannes Jelgerhuis (Leeuwarden, 24 september 1770Amsterdam, 6 oktober 1836) was een Nederlands kunstschilder, illustrator en toneelspeler.[1]

Johannes Jelgerhuis
Portret van Johannes Jelgerhuis door Jan Willem Pieneman
Portret van Johannes Jelgerhuis door Jan Willem Pieneman
Persoonsgegevens
Volledige naam Johannes Rienksz. Jelgerhuis
Geboren 24 september 1770
Overleden 6 oktober 1836
Geboorteland Nederland
Beroep(en) schilder publicist, acteur
Oriënterende gegevens
Jaren actief ca. 1785-1836
Stijl(en) Realisme
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Inhoud

Jeugd en opleidingBewerken

Johannes Jelgershuis was een zoon van de schilder Rienk Jelgerhuis. Hij werd in het vak opgeleid door zijn vader die van beroep een portrettist was. Ook was hij daarop nog enkele jaren actief als behangselschilder; hij verving toen zijn vader die veel op reis was. Daarna kreeg hij enkele jaren regelmatig onderwijs van Pieter Barbiers Pzn.[2] [2]

LevenBewerken

Aanvankelijk legde J. Jelgerhuis zich toe op het vervaardigen van etsen over actuele en politieke onderwerpen. Pas na 1804 wijdde hij zich aan de schilderkunst. Hij werkte enige jaren in Delft, waar hij op 18 december 1791 in de Oude Kerk trouwde met Philippina Maria van der Boon. Uit dit huwelijk kwamen vijf kinderen voort, vier dochters en een zoon. In 1806 vestigde hij zich in Amsterdam, waar hij schilder was en toneelspeler. Uit zijn tweede huwelijk kreeg hij nog eens zes kinderen, waaronder een zoon die veel aanleg had tot het schilderen, maar op zijn 11e jaar stierf.[2]

WerkBewerken

toneelBewerken

In 1805 vestigde Jelgerhuis zich in Amsterdam. Daar verbond hij zich aan de Stadsschouwburg, waar hij zich ontpopte als een markant karakteracteur en de opvolger van Ward Bingley, een bekend toneelspeler in het treurspel. In 1805 al speelde hij zijn eerste dramatische rol van 'Hercules', in het drama 'Hercules en Dejanari'. Zijn officiële debuut en de rol van Koning Lear) kort daarop bezorgde Jelgerhuis een vaste aanstelling bij de Amsterdamse schouwburg. De rol van 'King Lear' zou hem zijn hele leven blijven boeien; hij maakte al in hetzelfde jaar 1805 een gekleurde schets van de figuur zoals uitgebeeld op het toneel, in 1811 hernomen en in 1832 in druk uitgegeven.

Jelgersma heeft van 1805 tot 1811 veel gepresteerd: welgeteld 114 verschillende rollen: grotendeels uit het Frans-klassieke repertoire in oude en nieuwe vertalingen, tragedies van Corneille, Racine, Voltaire, Legouvé, Ducis, Belloy,- veel hoofdrollen -, maar ook oorspronkelijk Nederlandse treurspelen van Vondel, Nomsz, Van Winter, Tollens, Loosjes; meestal historische personages waarvoor hij veel achtergrondinformatie bestudeerde, met het oog op de te maken costuums en requisieten.
Veel rust werd hem ook in de zomers niet gegund, wanr dan reisden de Amsterdamse acteurs met hun uitgebreide repertoire door het hele land, tot in Antwerpen. Waar hij kwam, bezichtigde en tekende Jelgerhuis de interessante gebouwen, monumenten, kerken en bestudeerde hij de historische samenhang. Voortdurend dook hij dan ook in kostuumkunde en -geschiedenis en maakte vele schetsen voor decors en kostuums.. Bovendien was hij als gewaardeerde en energieke figuur actief in besturen van genootschappen en verenigingen; na 1820 kwam daar nog een taak bij: als docent aan een nieuw opgerichte toneelschool. Die lessen zijn in 1827 door hem zelf gepubliceerd als handboek voor acteurs onder de titel Theoretische lessen over de Gesticulatie en Mimiek, gegeven aan de kweekelingen van het fonds ter opleiding en onderrigting van Tooneel-kunstenaars aan den Stadsschouwburg te Amsterdam., met pl., geteekend door den Auteur, Amst. 1827[3]

In maart 1931 vierde hij zijn 25-ste dienstjaar aan de Schouwburg met de rol van Mandarin in Voltaire's treurspel Het weeskind van China; de inmiddels grijze kunstenaar werd toen alom geprezen voor die rol.[4]

Een van de vele beschrijvingen van ooggetuigen uit die tijd illustreren duidelijk dat Jelgerhuis een sterk emotioneel acteur moet zijn geweest, van wie een suggestieve kracht uitging. Een van de latere Gijsbrecht-spelers, de romanticus Louis-Jacques Veltman heeft Jelgerhuis nog zien spelen als 'Alvaro' in het treurspel Ines de Castro, van Rhijnvis Feith (1793); hij noteerde:

'Ik zag zijn hand, zoekend naar zijn ponjaard onder den mantel. Mijn bloed stolde in me, want ik las in zijn oogen 'Moord', in zijn verwrongen gelaat zag ik de misdaad. Ik schrok er van, en toen hij haar doorstak, dook ik vol schrik onder de bank. Ja! dát had Jelgerhuis, hij sleepte je mee! Zonder te spreken, wist hij te toonen, wat hij ging doen. Hij was een man, die je deed meeleven, die je de illusie van werkelijkheid gaf - hij was een groot artist![5]

schilderenBewerken

Jelgerhuis maakte als schilder portretten, kerkinterieurs (naar zijn grote voorbeeld Pieter Saenredam), landschappen, genrestukken en stadsgezichten bevolkt met veel mensen en dagelijkse details. In tegenstelling tot traditionele markttafereeltjes uit die jaren nam Jelgerhuis echter meer afstand van het drukke marktgebeuren; hij wilde met name de stemming en de atmosfeer, met het kenmerkende weer van de dag weergeven, zoals op zijn bekende schilderij van de 'Vischmarkt van Amsterdam' (zie Galerij). Daar wordt een grauwe dag met een aankomende regenbui boven de markt afgebeeld, die het licht daaronder dat op de mensen en de kramen valt koud en kil maakt. Bram Hammacher herkende in deze werken een aanloop naar de latere Haagse School-schilders met hun focus op het 'warme grijs' van de Hollandse atmosfeer.[6].

Tot zijn bekendste werken behoort het schilderij De winkel van de boekhandelaar Pieter Meijer Warnars op de Vijgendam te Amsterdam, één van de vele afgewogen interieurs die hij schilderde, meestal met stil licht.[6] In zijn eigen tijd werden ook zijn kerkschilderijen erg gewaardeerd, waarvan hij er een aantal tentoonstelde in 1811 en 1818.[2]

grafiekBewerken

Jelgerhuis beoefende ook de graveer- en ets-techniek; in 1810 maakte hij onder andere voor de Schouwburg van Amsterdam een serie van 10 koper-etsen van toneelspelers in hun kostuum; zichzelf beeldde hij uit in de rol van Rhamnes. De gehele serie prenten is als een mooi boekwerk gepubliceerd onder de titel Tooneelkleedingen van den Koninklijken Hollandschen schouwburg te Amsterdam[7]. De serie bewijst hoe sterk Jelgerhuis gefocust was op de kostuumkunde en de houdingen van de spelers.[3]
In 1816 verbleef Jelgerhuis in Gent; hij maakte daar ter plekke een aantal uitzichten van de stad, die in 1816 zijn gedateerd; deze prenten bevinden zich nu in het Gentse Stadsarchief (Atlas Goetghebuer). Ook maakte hij prenten met historische onderwerpen als 'De aankomst van de Franse troepen in Delft, in 1795', en 'Het planten van de vrijheidsboom in Delft'.[4]

Het wordt steeds duidelijker dat Jelgerhuis, naast een sterke topografische belangstelling (veel van zijn werken bevinden zich in topografische atlassen) veel interesse had voor de actuele gebeurtenissen van zijn tijd, zoals zijn taferelen uit de Franse tijd in Nederland laten zien. Het grootste probleem is het terugvinden van zijn schilderijen en prenten, die documentair bekend zijn; slechts een klein aantal daarvan is tot nu toe achterhaald.[8]

TriviaBewerken

In de Amsterdamse wijk Slotervaart is een straat naar hem genoemd, de Johannes Jelgerhuishof.

Galerij van werkenBewerken

Externe linksBewerken