Johan Margaretha

plantage in Suriname

Johan Margaretha, aanvankelijk Johan en Margaretha, was een plantage aan de Commewijnerivier in het district Commewijne in Suriname. De plantage lag links bij het opvaren van de rivier, tussen de plantages Elisabeth's Hoop (stroomafwaarts) en Buitenrust (stroomopwaarts). Johan Margaretha is thans de naam van een ressort in het district Commewijne.

Johan Margaretha
Land Suriname

GeschiedenisBewerken

De plantage werd als koffieplantage aangelegd door de Duitser Johan Friederich Knöffel, de eigenaar van plantage Frederiksdorp, die naast Buitenrust lag. Later werd overgegaan op teelt van suikerriet, die werd geleverd aan de suikerfabriek van Buitenrust.

Knöffel schonk de plantage aan de Lutherse Kerk. Daarom werd de plantage in het Surinaams ook wel Kerkigron genoemd.

De Lutherse kerk was echter niet zo goed in de landbouw en werkte zich door deze plantage zwaar in de schuld bij de hypotheekhouder M. Broen te Amsterdam. Daarom werd door de kerkenraad besloten haar voor de schuld, die in 1771 al 74.745 gulden bedroeg, aan Broen over te geven. In 1779 werd de akte van transport gepasseerd en de hypotheek geroyeerd. Broen werd eigenaar van de plantage.

Bij de emancipatie in 1863 was de plantage in het bezit van de zusters jonkvrouwe Anna Magdalena van Hangest, baronesse d'Yvoy en jonkvrouwe Cornelia Marie van Hangest, baronesse d'Yvoy uit Nijkerk. Er kwamen toen 255 slaven vrij.

In 1878 werd de suikercultuur op de plantage Vossenburg, Johan Margaretha, Brouwerslust, la Liberté en Dijkveld opgegeven. De laatstgenoemde plantage werd verlaten; de vier anderen werden tot cacao- en kostplantages omgezet.

In 1903 werd het aangekocht als vestigingsplaats voor kleine landbouwers. Om de bewoning te bevorderen werd 30 hectare ingericht als rijstpolder voor de daar al wonende Javanen.