Hoofdmenu openen

InleidingBewerken

Onderzoekers in de Indonesische wetenschappen hebben ontdekt dat de vroegste bewijzen voor het schrift in het Indische Archipel en ook in Zuidoost-Azië in het algemeen de inscripties zijn van Kutai (Koetei) in het oosten van Borneo. Deze inscripties dateren van rond de 4e eeuw. Verder dateert het vroegste blijken van schriftelijke activiteiten op het eiland Java zelf van rond 450 (de inscriptie van Jambu, bij Bogor). Beide inscripties zijn echter in het Sanskriet geschreven en niet in een inheemse taal. De eerste inscripties in het Oud-Maleis begonnen te verschijnen in de 7e eeuw en de allereerste inscriptie in het Oud-Javaans (de inscriptie van Sukabumi) dateert van 25 maart 804. Ofschoon deze inscriptie geen literaire tekst is, wordt deze datum niettemin vaak beschouwd als het begin van de Javaanse literatuur.

De Javaanse literatuurgeschiedenis is onder te verdelen in de volgende perioden:

Midden-Javaanse periodeBewerken

De 9e tot de 10e eeuw levert ons drie Oud-Javaanse teksten. Twee van deze drie zijn niet in de oorspronkelijke staat aan ons overgeleverd omdat ze op palmblad zijn geschreven. Daarom zijn de ons bekende exemplaren slechts afschriften. Een van deze drie is een gedicht in de vorm van een inscriptie en is dus ons overgeleverd in de oorspronkelijke staat. Dit gedicht is zelfs gedateerd. Hieronder worden twee van de drie werken besproken.

Gedicht zonder naamBewerken

  Zie Inscriptie van Śivagŗha voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De oudste literaire uiting van het Javaans die nog bewaardgebleven is, is een gedicht uit 856. Dit gedicht wordt een kakawin genoemd. Een kakawin is een gedicht in het Javaans in Indiase maten.

Dit gedicht zonder naam gaat over de oprichting en wijding van het standbeeld van een kort tevoren overleden koning, Rakai Pikatan die van 842 tot 855 regeerde. Er wordt ook gesproken over de aanleg van een grote Siwaïstische tempel door zijn jongere broer, die hem opvolgde. Zijn naam was Kayuwangi en regeerde tussen 855 en 882.

Dit gedicht is kort: er zijn 29 strofen van elk vier regels waarvan de eerste vijf verloren zijn gegaan. Een opvallend aspect is dat de koningen die hierin genoemd worden Javaanse namen dragen in plaats van namen in het Sanskriet.

Kakawin RamayanaBewerken

 
Een leren pop van Hanuman, de witte aap, een belangrijke hoofdrolspeler uit Kakawin Ramayana
  Zie Kakawin Ramayana voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In dit gedicht dat tussen 855 en 882 geschreven moet zijn, wordt het bekende verhaal Ramayana of het verhaal van Rama en Sita die wij kennen uit India verteld. Dit Oud-Javaanse gedicht is heel lang, het telt 2783 strofen van elk vier regels.

Iets meer dan de helft van de tekst vormt een bewerking van het Sanskriet kawya Rawanawadha van Bhatti, een Indiaas dichter uit de zesde of de zevende eeuw. In de rest van het werk gaat de Javaanse dichter geheel zijn eigen weg. Hij moet zeer goed Sanskriet hebben gekend.

Het Ramayana-kakawin voldoet aan alle eisen van het klassieke Indische mahakawya (groot dichtwerk). De dichter gebruikt 81 verschillende Indische metra en toont zich een meester in het hanteren van schone stijlfiguren en klankeffecten (alangkara)

Het gedicht Kakawin Ramayana wordt door de Javanen en Balinezen als het mooiste product van de Javaanse literatuur beschouwd. Het wordt het Adi Kakawin genoemd wat het "eerste" of het "voornaamste gedicht" betekent.

Oost Javaanse periodeBewerken

In de 10e eeuw werd het (politieke) centrum van Java zonder duidelijke redenen verplaatst van Midden-Java naar Oost-Java. Men vermoedt dat een vulkaanuitbarsting de oorzaak was van de verhuizing. Het centrum was dus niet langer Mataram, maar een plaats ergens in de huidige Indonesische provincie Oost-Java. De hoofdstad van het nieuwe rijk in het oosten van Java is echter niet bekend. Wat bekend zijn, zijn namen van koningen die eind 9e eeuw en begin 10e eeuw geregeerd hebben. Wij kennen hun namen onder andere doordat hun namen opgeschreven zijn in literarire werken die uit deze periode afstammen en overgeleverd zijn aan ons. Deze periode kan beschouwd worden als een hoogtepunt in de Javaanse literatuurgeschiedenis. Tijdens deze periode zijn Javaanse klassieken geschreven zoals de vertaling van de Mahâbhârata in het Oud-Javaans. Verder werd het bekende gedicht kakawin Arjunawiwâha tijdens deze periode geschreven.

Javaanse vertalingen van de MahabharataBewerken

 
Een afbeelding van Garoeda die de olifant Supraba en het schildpad Supratika vasthoudt. Dit is een episode uit het Adiparwa

De Mahabharata (correcter Mâhabhârata) werd oorspronkelijk geschreven in het Sanskriet. Deze epos wordt traditioneel toegeschreven aan Vyâsa. In werkelijkheid was deze epos vermoedelijk ontstaan gedurende vele eeuwen. Het heeft zijn huidige vorm bereikt in de eerste eeuwen van de christelijke jaartelling. Dit Sanskriet epos werd in dichtvorm op schrift gesteld. Maar de Oud-Javaanse versie werd in proza geschreven. De vertaling vond plaats onder het bewind van koning Dharmawangsa Teguh. Het doel van de vertaling was om letterlijk "de ogen van Vyasa te Javaniseren" of in het Oud-Javaans: mangjawâken Byâsamata.
Van alle 18 boeken of parwa’s van de Mahabharata in het Sanskriet zijn echter tegenwoordig slechts 9 bewaard gebleven. De grote vraag is nu of ooit inderdaad alle 18 boeken vertaald zijn in het Javaans. Hieronder volgt de lijst van alle 18 parwa’s in het Sanskriet en de vertalingen in het Javaans.

Nummer Sanskriet Oud-Javaans
1 Âdiparvan Adiparwa
2 Sabhâparvan Sabhaparwa
3 Vanaparvan ...
4 Virataparvan Wirataparwa
5 Udyogaparvan Udyogaparwa
6 Bhismaparvan Bhismaparwa
7 Dronaparvan ...
8 Karnaparvan ...
9 Salyaparvan ...
10 Sauptikaparvan ...
11 Striparvan ...
12 Santiparvan ...
13 Anusasanaparvan ...
14 Asvamedhikaparvan ...
15 Asramawasikaparvan Asramawasaparwa
16 Mausalaparvan Mosalaparwa
17 Mahaprasthanikaparvan Prasthanikaparwa
18 Svargarohanaparvan Swargarohanaparwa

Kakawin ArjunawiwahaBewerken

Tijdens het bewind van koning Airlanggha (wordt ook gespeld als Erlangga) is een kakawin bewaard gebleven. De titel van dit gedicht is Arjunawiwaha wat "het huwelijk van Arjuna" betekent. Dit gedicht noemt de naam van deze koning in de colofon van het gedicht. Daardoor is dit gedicht te dateren tussen 1028 en 1035. Verder is er een groot verschil met werken uit de voorgaande tijden. De dichter noemt in dit werk zijn naam: mpu Kanwa. Zoals hierboven geschreven, gaat dit gedicht over het huwelijk van Arjuna. Arjuna is een bekende personage uit de Mahabharata epos. Hier volgt een korte inhoudsopgave van het gedicht.

Arjuna bedrijft ascese om zich voor te bereiden op de grote oorlog (Bharatayuddha). Onderwijl wordt het godenverblijf gestoord door demonen onder leiding van hun koning, Niwatakawaca. De goden zijn ten einde raad. Maar toen voelden ze dat Arjuna hen kon helpen. Aldus geschiedde het. Arjuna was in staat om de demonenkoning te verslaan. Als beloning mocht hij trouwen met zeven hemelnimfen. Na een tijd keert Arjuna terug naar aarde.

KediriBewerken

De Kedirise tijd was een gouden tijd in de geschiedenis van de Javaanse literatuur. Kediri was de naam van de hoofdstad van een koninkrijk in het oosten van Java. Deze plaatsnaam bestaat vandaag nog steeds. Tussen de 10e en 13e eeuw werden belangrijke werken geschreven. De voornaamste zijn kakawin Bharatayuddha en kakawin Bhomântaka.

BharatayuddhaBewerken

  Zie Kakawin Bharatayuddha voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Bharatayuddha (juister Bhâratayuddha) is een poëtische bewerking van enkele boeken van de Mâhabhârata. Dit gedicht wordt belangrijk gevonden door de Javanen en zelfs in de islamitische tijd werd dit gedicht nog overgeschreven.

BhomântakaBewerken

  Zie Kakawin Bhomântaka voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Kakawin Bhomântaka of de dood van Bhoma is een lange kakawin dat uit 118 zangen en 1492 strofen bestaat. Het verhaal gaat over de liefde tussen Samba en Yajñawatî en de nederlaag van de demoon Bhoma door Krishna en de zijnen in een episch gevecht.

Van alle Oost-Javaanse kakawins, is dit kakawin het langste. Alleen het Midden-Javaanse Kakawin Râmâyana is langer.

Men weet niet precies wanneer dit gedicht geschreven werd en door wie. Alleen omdat de taal overeenkomsten vertoont met andere Oost-Javaanse werken uit de 12e tot de 13e eeuw, is men tot de conclusie gekomen dat dit gedicht ook rond deze tijd vervaardigd werd.

MajapahitBewerken

Majapahit was het grootste Javaanse en misschien wel Indonesische rijk ooit. Dit rijk werd gesticht in 1292 na het nederlaag van Mongolen op de plaats Majapahit, even ten zuiden van het huidige Surabaya. Deze periode wordt voornamelijk gekenmerkt door een synthese van het Hindoeïsme (Siwaïsme) met het Boeddhisme. Deze is ook te merken in de literaire werken die in deze periode werden geschreven. De hoogtepunten uit deze periode zijn de kakawin Nagarakretagama en kakawin Sutasoma.

Kakawin NagarakretagamaBewerken

  Zie Nagarakretagama voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nagarakretagama is de titel van misschien wel het bekendste gedicht in het Javaans. Dit gedicht is een levendig verslag van de rondreis die koning Hayam Wuruk in het midden van de 14e eeuw maakte. Daarnaast maakt dit gedicht ook verslag van de overzeese vazalen van Majapahit. Dit gedicht werd geschreven door mpu Prapañca.

Kakawin SutasomaBewerken

Een ander belangrijk literair werk uit de Majapahitse periode is Sutasoma. Dit gedicht is bijzonder omdat in dit gedicht verdraagzaamheid wordt gepropageerd tussen Siwaïeten en Boeddhisten. Een versregel uit gedicht is zelfs de wapenspreuk van het huidige Indonesië geworden: Bhinneka Tunggal Ika. Sutasoma werd geschreven door mpu Tantular.

De Middel-Javaanse periodeBewerken

De Majapahit periode is ook bijzonder doordat een nieuwe taal in deze periode ontstond. Deze taal wordt het Middel-Javaans genoemd en men kan deze taal beschouwen als een overgangstaal tussen het Oud-Javaans en het Middel-Javaans.

Naast het modernere taalgebruik, laat deze periode zich verder kenmerken door de opkomst van kidung. Dit zijn gedichten die niet in Indische metra maar in inheemse Javaanse metra zijn geschreven. Enkele belangrijke werken uit deze periode zijn: Kidung Panji Wijakrama, Pararaton en Tantu Panggelaran. Daarnaast kan een werk als Kidung Sunda gerekend worden tot de Middel-Javaanse literatuur.

De islamitische periodeBewerken

Eind 15e eeuw en begin 16e eeuw was het definitief afgelopen met het laatste grote hindoe-boeddhistische rijk Majapahit op Java. Majapahit bezwijkt voor een verbond van islamitische rijkjes uit de Noordkust van Java met als voornaamste rijk Demak.

Tijdens deze periode was het alsof de geschiedenis van de Javaanse literatuur opnieuw werd geschreven. Men ging Arabische en islamitische teksten uit het Midden-Oosten vertalen in het Javaans. Daarnaast werden ook teksten uit het Perzisch vertaald en bewerkt. Verder werd deze periode ook gekenmerkt door de opkomst van een nieuwe taal, namelijk het Nieuw-Javaans. Later werd het Arabische schrift ook aangepast voor het Javaans. Dit Javaans-Arabische schrift wordt het pégon genoemd.

Enkele belangrijke werken uit deze periode zijn Het Boek van Bonang, Serat Yusup en Serat Malang Sumirang.

Het Boek van BonangBewerken

Het Boek van Bonang is eigenlijk geen literair werk maar is het vermelden waard omdat het oudste nog bestaande Javaanse handschrift dit werk bevat. Dit werk werd toegeschreven aan Sunan Bonang, een van de negen verspreiders van de islam op Java. Maar latere onderzoekers hebben dit in twijfel getrokken.

Deze tekst bevat mystiek en islamitische speculaties.

Serat YusupBewerken

  Zie Serat Yusup voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Serat Yusup is een bewerking in het Javaans van een verhaal dat ons bekend is niet alleen uit de Koran (Soera 12. Yusuf) maar ook uit de Tenach of het Oude Testament (Genesis: 37-50). De oudste versie van dit verhaal is in de vorm van een handschrift dat gedateerd wordt op 1633. Deze tekst gaat over de Yusuf (Jozef) uit Kanahan (Kanaän) die uiteindelijk de koning van Mesir (Egypte) wordt.

Serat Yusup is tot vandaag de dag een populaire tekst gebleven onder Javanen en Madoerezen in Oost-Java. Deze wordt gereciteerd bij belangrijke gebeurtenissen.

Serat Malang SumirangBewerken

  Zie Serat Malang Sumirang voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Serat Malang Sumirang is een combinatie van islamitische apologie en polemiek. Het gaat over de juiste invulling van het moslim zijn. Maar het mooie en het interessante van deze tekst is dat de schrijver de orthodoxe vorm van islam juist niet propageert. Integendeel, de schrijver refereert zelfs naar de Mahabharata en oudere Javaanse literatuur.

Nieuw MataramBewerken

Uiteindelijk werd het kustrijk Demak verslagen door het rijk (Nieuw) Mataram. Dit rijk werd gesticht begin 17e eeuw. Zijn belangrijkste exponent was Sultan Agung die getracht had heel Java te veroveren. Het lukte hem echter slechts ten dele. Sommige gebieden kon hij niet onderwerpen; Bantam, Balambangan en Batavia. Dit was ook de tijd van de komst van de Nederlanders op Java.

De hoofdstad van Mataram was eerst Kota Gede. Toen verhuisden ze naar Kartasura. Maar na de Chinese Opstand in 1744 verhuisde de hoofdstad naar Surakarta. Na 1755 ging het bergafwaarts met dit rijk. Toen werd Mataram opgesplitst in Kasultanan Ngayogyakarta en Kasunanan Surakarta. In de gebieden van Kasunanan Surakarta werd daarna weer een nieuw koninkrijk gesticht: Mangkunagaran in 1757. Yogya wachtte ook hetzelfde lot in 1811 met de stichting van het rijk Pakualaman door de Britten. Nu bestonden er vier rijkjes die weliswaar aan elkaar gelieerd waren maar ook elkaars concurrenten en doodsvijanden waren. De (gebieden van deze) vier koninkrijkes worden de Vorstenlanden genoemd.

De literatuur in deze periode wordt gekenmerkt door de grote nadruk op de babad (Javaanse kroniek), didactische werken en encyclopedieën. Daarnaast was er ook sprake van een hernieuwde belangstelling voor het hindoe-boeddhistische verleden van Java. Oud-Javaanse teksten werden vertaald of bewerkt in het Nieuw-Javaans.

Deze tijd wordt ook gekenmerkt door de rol van de hofdichters uit Surakarta die een grote stempel drukten tijdens deze periode. Deze dichters zijn Yasadipura senior, Yasadipura junior en Ranggawarsita.

Belangrijke werken uit deze periode zijn: Serat Wedhatama, Serat Wulang Reh, Babad Giyanti, en natuurlijk de Babad Tanah Jawi.

Moderne tijdBewerken

 
Deze kaart over de situatie in 1830 toont het tanende invloed van Nieuw Mataram

Het tanende invloed van de vier overgebleven vorstendommen van Mataram liet zich ook voelen in de literatuur. Westerse invloeden werden steeds merkbaarder. Het verlies van politieke macht door Mataram of wat ervan over was, liet zich niet alleen merken door de nu toegenomen aandacht aan kunst maar ook door groeiende invloed van Westerse invloeden. De boekdrukkunst werd geïntroduceerd. De eerste Javaanse krant verscheen. Javanen begonnen zich ook steeds meer te interesseren voor de buitenwereld. Er werden ook romans geschreven naar westers model.

Een heel belangrijk genre in de 19e eeuw was het reisverhaal. Een zeer bekend werk in dit genre was De reizen van Purwalelana door Raden Mas Tjondronegoro.

Na de Tweede WereldoorlogBewerken

Na de komst van de Japanners op Java in 1942, viel het doek definitief weg voor het Javaanse schrift na bijna 12 eeuwen in gebruik te zijn geweest op Java. Het wordt nu vervangen door het Latijnse schrift. Na de oorlog in 1945 werd de rol van het Javaans als officiële taal vervangen door het Maleis dat nu het Indonesisch wordt genoemd. Het Javaans wordt nu op de achtergrond gedrukt. Toch is de Javaanse literatuur en taal niet dood na de proclamatie van Indonesië.

Het nieuwe medium voor de Javaanse literatuur is het tijdschrift. In Javaanstalige tijdschriften zoals Mekar Sari, Jayabaya, Jaka Lodhang en Panyebar Semangat worden korte verhalen opgenomen. Aan het eind van de 20e eeuw deed het Javaans ook zijn intrede op het internet.

BibliografieBewerken

Zie ookBewerken