Hoofdmenu openen

Jan Mankes

Nederlands kunstschilder

Jan Mankes (Meppel, 15 augustus 1889Eerbeek, 23 april 1920) was een Nederlands kunstschilder en graficus.

Jan Mankes
Zelfportret van Jan Mankes (1918)
Zelfportret van Jan Mankes (1918)
Persoonsgegevens
Geboren Meppel, 15 augustus 1889
Overleden Eerbeek, 23 april 1920
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Nationaliteit Nederlands
Opleiding Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (Den Haag), 1905-06
Beroep(en) schilder, graficus, tekenaar
Oriënterende gegevens
Leermeester Herman Veldhuis
Leerling(en) Helena Wolff
Jaren actief 1905 - 1920
Stijl(en) realisme
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Inhoud

Jeugd en startBewerken

Jan Mankes werd op 15 augustus 1889 geboren te Meppel als zoon van Beint Mankes, rijksambtenaar, en Jentje Hartsuiker. Hij ging in 1902 naar de hbs in Meppel maar hield dat voor gezien toen het gezin in 1904 naar Delft verhuisde. In 1904/1905 werd Jan Mankes als leerling op het atelier van de glasbrander-glazenier J.L. Schouten in Delft aangenomen. In die jaren restaureerde men daar de glazen van de St.-Janskerk te Gouda. Daarnaast kreeg hij in zijn vrije tijd les van de schilder-glasbrander Hermanus Veldhuis (1878-1954), die als medewerker aan het glasschildersatelier Schouten verbonden was. Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag volgde hij een jaar lang de avondcursus en leerde er naar gipsmodel tekenen. Op zondag liep hij vaak van Delft naar Den Haag om er de collecties van het Mauritshuis te bestuderen. Hij kwam er onder de indruk van het werk van 17e-eeuwse Nederlandse meesters als Johannes Vermeer en Carel Fabritius, en bewonderde er de 16e-eeuwse Duitse schilder Hans Holbein. Zelf begon hij met het schilderen van vogels en nesten in de duinen van Den Haag en omgeving.

Vanaf het begin af dat hij vrij kunstenaar werd in 1908 was er ook belangstelling voor zijn werk. Bovendien ondervond hij sedert 1909 de steun van de Haagse kunsthandelaar J.C. Schüller; via deze kwam hij in contact met A.A.M. Pauwels, een sigarenfabrikant uit Den Haag, die veel belangstelling voor zijn werk aan de dag legde.[1]; hij besloot de jonge Mankes met raad, geld en hand en spandiensten bij te staan. Bovendien schreven ze tien jaar lang brieven naar elkaar.[2]

In 1909 verhuisde Mankes met zijn ouders naar Het Meer, een buurtschap gelegen tussen Heerenveen en de dorpjes Benedenknijpe en Bovenknijpe. Hier ontwikkelde hij zijn liefde voor de natuur verder en maakte hij veel van zijn beste werken. De familie betrok een woning aan de Schoterlandse Compagnonsvaart, een half uur gaans van het Oranjewoud, dat een rijke inspiratiebron voor Mankes zou worden. Een kamer met witgekalkte muren was zijn atelier, aan de achterzijde van het huis; dit bood hem uitzicht op een grote tuin met een kippenhok, een sloot voor de ganzen en een schuur voor de geiten. Want dieren - en vooral vogels, die hij in de natuur observeerde of in het atelier bestudeerde - behoorden tot zijn favoriete onderwerpen.[1] Een van zijn vele topstukken uit die jaren is het schilderij van de Woudsterweg. Langs deze weg, gelegen tegenover het huis van zijn ouders, liep hij dagelijks naar het Oranjewoud.

LevenBewerken

Tot aan zijn huwelijk in 1915, met Annie Zernike, de eerste vrouwelijke dominee in Nederland, woonde Mankes bij zijn ouders.[3] Hij leerde haar in 1913 kennen; Anne was de eerste vrouwelijke predikant van Nederland, werkend in Bovenknijpe. Na hun huwelijk woonden zij korte tijd in Den Haag. In 1916 verhuisden ze naar Eerbeek in Gelderland omdat ze dachten dat die bosrijke omgeving goed zou zijn voor Mankes' gezondheid, die inmiddels aan tuberculose leed. In 1918 werd hun zoon Beint geboren, vernoemd naar Jans vader. Mankes was al erg ziek en lag veel in bed; wanneer het iets beter ging werkte hij onafgebroken door. In het najaar 1919 woonde hij ook enkele maanden in Nunspeet, dezelfde plaats waar in 1915 J.C. Schüller aan TBC was overleden en waar Mankes vlak voor de dood van Schüller deze nog heeft ontmoet[4]. In februari 1920 keerde hij terug naar Eerbeek waar hij spoedig overleed, 30 jaar oud. Hier werd hij ook begraven.

Om Jan Mankes heeft altijd het aura van de geïsoleerde kunstenaar gehangen, een man 'die niet uit zijn provincie kwam' en de grote wereld ver van zich hield. Uit Mankes' brieven[5] blijkt echter een andere kant; hij wilde alles weten, was geabonneerd op de NRC en De Groene Amsterdammer, en kreeg van verschillende kanten tijdschriften, catalogi en krantenknipsel toegestuurd. Hij ging geregeld op reis vanuit De Knijpe in Friesland, woonde een paar jaar in Den Haag en trok later voor zijn gezondheid naar het Gelderse Eerbeek. Maar ook wilde hij afstand houden om een concentratie te laten ontstaan die hij voor zijn manier van werken nodig vond.[2]

WerkBewerken

Mankes liet een oeuvre na van zo'n 150, met name kleine, schilderijen en ongeveer 100 tekeningen. In meer dan de helft van zijn werk is de natuur het belangrijkste onderwerp. Daarnaast maakte hij zelfportretten, portretten (met name van zijn vader, zijn moeder en zijn vrouw), stillevens, landschappen en interieurs. Mankes exposeerde al veel gedurende zijn eigen leven en werd zeer gewaardeerd.

In het begin schilderde Mankes vooral donkere vogels in donkere tinten; later ook licht-gekleurde, met name witte dieren zoals hanen en konijnen. De kunstverzamelaar A.A.M. Pauwels was zijn mecenas en stuurde hem naast materialen ook vaak bijzondere vogels die hij kon schilderen, zoals de uil uit het beroemde schilderij 'Grote uil op scherm'[6]. De uil woonde bij zijn ouders in huis en Jan schilderde hem in 1913. Mankes schreef later: 'Het is net een verschijning uit een sprookje, iets koninklijk teers, iets waar je nooit aan zou willen raken, ja hij is voor mij door die zilveren borst totaal volmaakt geworden' .[3]

Zijn werk kenmerkt zich met name door een zekere stilte. In 1923 noemt Richard Roland Holst Mankes Hollands meest verstilde schilder. Deze stilte wordt veroorzaakt door evenwichtige composities en ingetogen kleurgebruik, alsmede een nauwelijks zichtbare penseelstreek. Mankes wilde zo lang aan een schilderij werken dat het 'een ziel' werd. Vandaar dat hij zijn mecenas Pauwels schreef dat 'schilderen nooit een afbeelding geven is van stoffelijke zaken, maar een psychische functie, een uiten hoe zijn geest reageert ten opzichte der dingen.' Hij reageerde met verstilde aandacht. Met Van Gogh voelde Mankes zich duidelijk verwant; hij schreef dat Van Gogh geen kunstenaar was die op bestelling werkte, maar : 'hij wilde slechts geven wat de innerlijke waarde van een schilderij uitmaakt' . Hij noemde zichzelf ook een 'Van Gogh man' tegen wie men niet moest zeggen dat Vincent zich niet om de vorm bekommerde, want 'Zijn hele streven was een worstelen naar vorm, een krampachtig tasten en benaderen, hoe zou hij ook anders zoveel getekend hebben' .[2]

Vanaf 1912 ging Mankes zich metterdaad met grafiek bezighouden: aan het einde van dat jaar wist hij een tweedehands ets-pers te bemachtigen. Onder invloed van het werk van de Japanse schilder en prentkunstenaar Hokusai, dat hij in 1913 onder ogen kreeg, zette hij zich aan het maken van houtsneden; hij maakte ruim 40 bladen grafiek, voornamelijk etsen en houtsneden.[1]

Zijn werk was onder meer tentoongesteld in het Scheringa Museum voor Realisme. De collectie is vanaf voorjaar 2015 ondergebracht in museum MORE dat gevestigd is in het (daartoe uitgebreide) voormalige gemeentehuis van het Gelderse Gorssel.

WerkwijzeBewerken

Jan Mankes heeft de 'stoffelijke dingen' geschilderd om daarmee tegelijkertijd 'het onnoembare' naar buiten te brengen: Om dat te kunnen bereiken, ontwikkelde hij vanuit zijn ervaring met de glasschilderkunst een heel eigen schilder-techniek. Hij gebruikte in 1912 een wijd-uitlopende kwast waarmee hij de verf in de groefjes van het doek veegde, om er daarna een nieuwe laag overheen aan te brengen, die hij gedeeltelijk weer weg schuurde met een puimsteen. Zo en ook op andere experimentele manieren schilderde hij in subtiele toonwaarden - niet om het realisme in zijn onderwerpen vast te leggen, maar juist om ze zo een symbolische waarde mee te kunnen geven. Met dat doel koos Mankes zijn onderwerpen èn zijn in het licht bestorven kleuren: het zwart en het wit. Dat alles vereiste een grote intensiteit die hem beperkte in zijn productie.[7]

Citaat: het ParelhoenBewerken

 
Parelhoen, 1917; olieverf op linnen

Citaat uit een brief die hij in 1917 schreef aan zijn vriend / mecenas Aloysius Pauwels:

'Een heerlijk beest, het parelhoen. Een kopje zoo wonderlijk waarin vastelanden zeeën en bergen te ontdekken zijn. Een roode zee in een beschimmelde woestijn met een paar eenzame palmen of als je de zaak in kleiner afmetingen wilt bezien dan ontdek je zooiets als een aardappel drijvende in wittig soepje met een tomatensaus of dergelijke dingen. Ik wil maar zeggen op dat kopje met zijn kale ouwe heeren schedel (waarop nog 3 haartjes) raak je nooit uitgekeken. 't Is een verzameling mooie kleurtjes en wonderlijk van vorm. Snavel verrukkelijk en zijn heele vachtje... geel geel.' [8]

Galerij van zijn werken (selectie)Bewerken

Werk in openbare collecties (selectie)Bewerken

Literatuur (selectie)Bewerken

  • Jan Mankes, 1889-1920 : [ter gelegenheid van de Tentoonstelling Het Mankes Perspectief in het Drents Museum te Assen, 10 februari t/m 13 mei 2007, het Scheringa Museum voor Realisme te Spanbroek, 27 mei t/m 23 september 2007, en het Museum voor Moderne Kunst Arnhem, 13 oktober 2007 t/m 27 januari 2008] / met artikelen van Alied Ottevanger en Caroline Roodenburg-Schadd en een oeuvrecatalogus samengesteld door Karlijn Berends. Zwolle : Waanders, 2007. ISBN 978-90-400-8332-7
  • Jan Mankes’ Buitenbeeld : [ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in het Museum Møhlmann te Appingedam, 4 april t/m 4 juli 2010] / een beeldbiografie van Rob Møhlmann, waarin het leven van Jan Mankes aan de hand van 500 afbeeldingen wordt geïllustreerd. (eigen museumuitgave, 2010).

Externe linksBewerken

  Wikiquote heeft een verzameling Engelstalige citaten gerelateerd aan Jan Mankes.