Hoofdmenu openen

Jan Lodewijk van der Weyden

Nederlands verzetsstrijder (1920-2012)
Jan Lodewijk van der Weyden.jpg

Jan Lodewijk van der Weyden (1920 - 2012) was tijdens de Tweede Wereldoorlog geheim agent bij Bureau Bijzondere Opdrachten in Londen.

Jan Lodewijk was de zoon van Clemens Louis Arnold van der Weyden, arts, en Christina Frederika Maria Catharina van Erven Dorens.

Inhoud

OorlogsjarenBewerken

Met Jan Platteel ging Van der Weyden met de fiets naar Delfzijl om te onderzoeken of ze met een schip mee naar Zweden konden. Jan had geen geluk, maar Van der Weyden kon mee naar Finland om hout te halen. Aangezien Finland met Rusland in oorlog was, kon hij daar niet drossen. Die zomer maakte hij nog twee reizen naar Finland. In de zomer van 1941 en 1942 voer hij met kapitein Bos naar Zweden om hout te halen, maar nog steeds kwam er geen kans om van boord te gaan. Weer veranderde hij van schip. Hij kwam als stuurman terecht op De Rijn van maatschappij Vinke & Co, en verliet Rotterdam in augustus 1943. Het konvooi werd beschoten en de Aludra zonk bij Katwijk. In Kiel gingen de Duitsers van boord. Bij Zweden bleef De Rijn vlak bij de kust om de mijnen te ontwijken. Rond middernacht slaagde matroos Pronk erin zes paspoorten uit de kluis in de stuurhut te bemachtigen. Met Sjoerd Sjoerdsma, Jaap Kreumer, Fransje Dekker en eerstejaars student Gillissen sprong hij over boord en zwom hij naar wal. In een strandhuisje droogden ze op en wachtten ze het daglicht af. Toen ze op stap gingen werden ze door de politie gearresteerd en naar Stockholm gebracht. Een week zaten ze daar samen in een kamertje, want de Nederlandse gezant, de heer de Jong, was net een week aan het jagen. Omdat de invasie al werd voorbereid, konden ze niet naar Engeland. Ze werden naar Falun gestuurd en moesten zes maanden houthakken. In december 1943 vierden ze kerstmis in Upsala.

In januari 1944 werd hij naar Göteborg gebracht met een groep van 20 mannen w.o. Wouter Pleijsier, Bobbie ten Broek en Nel Zaal. Ze werden ondergebracht in het Zeemanshuis, waar ze onder meer wat Engels leerden. In augustus 1944 vlogen hij met vijf Nederlanders en drie Russen in een Dakota zonder drukcabine van Stockholm naar Schotland.
Met de trein reisden ze naar Engeland. Aan de grens werden de Schotse spoorwegmannen vervangen door Engelse. Ze werden op de Patriotic School een week lang ondervraagd en daarna naar Oxford gebracht, waar hij drie maanden lang werd opgeleid. Hij moest codes leren en radiosets hanteren en repareren. In Southampton kreeg hij les in schieten, parachuut vouwen en -springen.

Op 2 maart 1945 werd hij vanaf de geheime vliegbasis RAF Tempsford door een Canadese bemanning van 161 Sqn vanuit een omgebouwde Short Stirling bommenwerper met Rein Bangma in een bos bij Lunteren geparachuteerd. Ze werden door het verzet opgevangen en door de boswachter mee naar huis genomen. Na wat droge bruine boterhammen te hebben gegeten, moesten ze verder. Van der Weyden kwam bij de familie van der Velden in Barneveld terecht, waar een antenne in huis was. Zijn radio zat in een koffertje, dat hij steeds meenam als hij naar een dropping fietste. Zo kon hij meteen doorgeven of die geslaagd was.

Met Rein Bangma ging hij nog naar Elburg om verslag te doen van de vertrekkende Duitsers, daarna gingen ze naar Nijmegen, dat inmiddels bevrijd was. Vanaf Malden vlogen ze met een Dakota terug naar Engeland.

Hij ging via Schotland met de Queen Mary naar de Verenigde Staten om in Camp Lejeune een mariniersopleiding te krijgen om later Indonesië te bevrijden. De opleiding duurde drie maanden. Daarna voer hij met de Queen Elizabeth naar Southampton. Met een ander schip ging hij naar Amsterdam, waar hij met 10 man een officiersopleiding kreeg. Hij weigerde een contract te tekenen om drie jaar uitgezonden te worden en moest als straf naar Zandvoort om munitie, opgeslagen in bunkers, te bewaken.

Na de oorlogBewerken

In 1946 ging Van der Weyden bij de KLM werken als vluchtadviseur. In Rust en Vreugd in Wassenaar kreeg hij de opleiding Operations. Bij de KLM kwam hij enkele bekenden tegen: Jonkie de Wit, die ook in Camp Lejeune zat en Piet Mulder, die hij in Zandvoort had ontmoet.
Op 5 februari 1948 trad hij in het huwelijk met de 28-jarige Maria Irmgard Moll, dochter van wijlen Dr. Lambertus Moll en Anna Irmgard Bakhuizen. In 1952-1955 zat hij met zijn vrouw, dochter en zoon voor de KLM in Bangkok en van 1957-1960 in Caïro. Daarna woonde hij in Hilversum en werkte hij op Schiphol totdat hij in 1980 met pensioen ging.

OnderscheidenBewerken

TriviaBewerken

MCB Camp Lejeune in Jacksonville (North Carolina) wordt nog steeds gebruikt om militairen voor te bereiden die binnenkort op missie gaan.