Hoofdmenu openen

Jacques Chirac

Frans staatsman en oud-politicus

Jacques René Chirac (Parijs, 29 november 1932) is een Frans staatsman en oud-politicus. Hij was gedurende twaalf jaar, vanaf 17 mei 1995 tot en met 16 mei 2007, president van Frankrijk. In 2002 werd hij herkozen voor een nieuw mandaat van vijf jaar. Voordat hij tot president werd verkozen was hij burgemeester van Parijs en tweemaal premier. Tevens was hij als president, en dus staatshoofd van Frankrijk, co-vorst van Andorra.

Jacques Chirac
Jacques Chirac in november 2006
Jacques Chirac in november 2006
Geboren 29 november 1932
Parijs, Frankrijk
Politieke partij UDR (1971-1976)
RPR (1976-2002)
UMP (2002-2015)
Les Républicains (2015-)
Partner Bernadette Chirac
(geboren 1933)
Beroep Politicus
Ambtenaar
Religie Rooms-katholiek
Handtekening Handtekening
22e president van de Franse Republiek
Aangetreden 17 mei 1995
Einde termijn 16 mei 2007
Premier Alain Juppé (1995-1997)
Lionel Jospin (1997-2002)
Jean-Pierre Raffarin (2002-2005)
Dominique de Villepin (2005-2007)
Voorganger François Mitterrand
Opvolger Nicolas Sarkozy
Co-vorst van Andorra
Aangetreden 17 mei 1995
Einde termijn 16 mei 2007
Afgevaardigde Joan Martí i Alanis (1995-2003)
Joan Enric Vives i Sicília (2003-2007)
Premier Marc Forné Molné (1995-2005)
Albert Pintat (2005-2007)
Voorganger François Mitterrand
Opvolger Nicolas Sarkozy
Premier van Frankrijk
Aangetreden 20 maart 1986
Einde termijn 10 mei 1988
President François Mitterrand
Voorganger Laurent Fabius
Opvolger Michel Rocard
Aangetreden 27 mei 1974
Einde termijn 26 augustus 1976
President Valéry Giscard d'Estaing
Voorganger Pierre Messmer
Opvolger Raymond Barre
Burgemeester van Parijs
Aangetreden 20 maart 1977
Einde termijn 16 mei 1995
Voorganger Jules Ferry
Opvolger Jean Tiberi
Minister van Binnenlandse Zaken
Aangetreden 27 februari 1974
Einde termijn 28 mei 1974
Premier Pierre Messmer
Voorganger Raymond Marcellin
Opvolger Michel Poniatowski
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Inhoud

Vroege carrièreBewerken

Chirac komt uit een Frans middenklassengezin dat zijn wortels heeft in het departement Corrèze. Hij is katholiek. Chirac studeerde aan het Institut d'Études Politiques (Sciences Po) en l'École nationale d'administration (ENA) in Parijs. Hij werd een overtuigd gaullist en in 1962 medewerker van toenmalig premier (later president) Georges Pompidou.[bron?]
Van 1967 tot 1968 was Chirac staatssecretaris van Werkgelegenheid en van 1968 tot 1971 van Economische Zaken en Financiën. Jacques Chirac werd in 1971 als minister toegevoegd aan het kabinet van toenmalig premier Jacques Chaban-Delmas. Van 1972 tot 1973 was hij minister van Landbouw en Binnenlandse Zaken.

PremierBewerken

Van 1974 tot 1976 was Chirac voor de eerste keer premier. Tijdens zijn premierschap sloot hij economische en militaire verdragen met Irak. Hij prees president Saddam Hoessein in het openbaar en verkocht hem onder meer militaire apparatuur, waaronder 60 Mirage F1-gevechtsvliegtuigen en de nucleaire installatie Osirak.[bron?]

In 1976 werd Chirac als premier opgevolgd door de liberale econoom Raymond Barre, een partijgenoot van president Valéry Giscard d'Estaing. Vervolgens richtte hij de neo-gaullistische Rassemblement pour la République (RPR) op. Van 1976 tot 1994 was hij hiervan de voorzitter.

Als premier had Chirac besloten dat Parijs weer een eigen gemeentebestuur zou krijgen. Sinds de opstand van 1871 had de hoofdstad onder direct bestuur van de regering gestaan. Chirac zelf werd in 1977 burgemeester, wat hij bleef tot 1995, toen hij werd gekozen tot staatshoofd. In zijn jaren als burgemeester was hij ook oppositieleider en tweemaal verliezend kandidaat voor het presidentschap: in 1981 en 1988.

Op 20 maart 1986 won rechts in Frankrijk de parlementsverkiezingen. Op 9 april werd Chirac opnieuw premier, ditmaal in 'cohabitation' met de socialistische president François Mitterrand, een novum in de Vijfde Republiek. Dit duurde twee jaar lang: tot 10 mei 1988.

In 1993 werd de RPR de grootste partij in het parlement, en kon ze daardoor een kabinet vormen. Chirac, die slechte herinneringen had aan zijn premierschap onder Mitterrand, besloot zijn handen schoon te houden. Hij schoof dan ook zijn partijgenoot en vriend Édouard Balladur naar voren. Deze werd in de twee jaar van de cohabitation tamelijk populair en kondigde in het najaar van 1994 zijn kandidatuur voor het presidentschap aan. Met de vriendschap tussen de beide mannen was het meteen gedaan en er ontstond een felle strijd binnen de RPR, die Chirac ten slotte zou winnen.

PresidentBewerken

1995 - 2002Bewerken

In 1995 won Chirac nipt de presidentsverkiezingen en werd hij dan ook op 17 mei president, als opvolger van Mitterrand. Tot juni 1997 bezat Chirac grote macht, omdat premier Alain Juppé net als Chirac tot de RPR behoorde. In 1997 werd Lionel Jospin van de Parti Socialiste (PS) echter premier, nadat de RPR bij de verkiezingen van dat jaar niet meer zoveel stemmen had behaald. De verhouding tussen Chirac en Jospin was puur zakelijk.[bron?]

Via een referendum verkortte Chirac de presidentiële termijn vervolgens van zeven tot vijf jaar.

Verkiezingen van 2002Bewerken

In 2002 besloot de op dat moment 69-jarige Chirac zich weer te kandideren. Bij de verkiezingen van 2002 was er commotie vanwege een corruptieschandaal waarin Chirac was verwikkeld. In de jaren van zijn burgemeesterschap bleek op grote schaal gefraudeerd te zijn met bouwopdrachten, en vier naaste medewerkers van hem werden veroordeeld in deze zaak.[bron?] Als president genoot Chirac tot aan het einde van zijn presidentschap immuniteit.

In de eerste ronde haalde Chirac ternauwernood 20% van de stemmen. 18% van de stemmen ging naar de extreemrechtse Jean-Marie Le Pen, 1% meer dan Lionel Jospin, de kandidaat van de Parti Socialiste. Hierdoor kwam Chirac in de tweede ronde uit tegen Le Pen. Dit schokte hem, want hij had een enorme afkeer van extreemrechts. De uitslag van de eerste ronde leidde tot massale demonstraties, met als hoogtepunt 1 mei 2002, toen er in Parijs één miljoen mensen op straat kwamen. Fransen gingen de straat op met spandoeken waarop teksten stonden als "Stem op de oplichter, niet op de fascist!" en "Stem met een wasknijper op je neus!". Het merendeel van deze mensen riep op om tóch te gaan stemmen, om ervoor te zorgen dat Le Pen geen kans maakte. In de tweede ronde haalde Chirac dan ook meer dan 80% van de stemmen.

2002 - 2007Bewerken

Op 6 mei 2002 benoemde Chirac Jean-Pierre Raffarin van de Démocratie Libérale (DL) tot premier. De RPR van Chirac en de DL van Raffarin gingen spoedig daarna een fusie aan, waaruit de UMP ontstond.

Op 14 juli 2002, bij de viering van de Franse nationale feestdag quatorze juillet, overleefde Chirac een moordaanslag: een jonge neonazi vuurde nabij de Arc de Triomphe een kogel af op de president terwijl deze in een open jeep deelnam aan een militaire parade.

In 2003 steeg Chirac's populariteit lichtelijk doordat hij felle kritiek uitte op George W. Bush en Tony Blair, die beiden hadden besloten tot de Irakoorlog. Samen met de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder en de Russische president Vladimir Poetin protesteerde Chirac fel tegen de oorlog. Toch daalde zijn populariteit in de jaren daarna enorm: in juli 2005 had hij steun van nog maar 32% van de Franse bevolking. In 2006 was Chirac de meest impopulaire Franse president tot dan toe.[bron?]

Op 29 mei 2005 werd er in Frankrijk een referendum gehouden over de Europese Grondwet. 55% van de Fransen stemden tegen deze grondwet. Dit werd beschouwd als een enorme klap voor Chirac en de UMP. Premier Raffarin diende zijn ontslag in en Dominique de Villepin werd de nieuwe premier van de Franse Republiek.

In januari 2006 trapte Chirac in een grap van twee Canadese radio-dj's, die de nieuw gekozen Canadese premier Stephen Harper imiteerden en zeiden dat deze graag met Chirac wilde spreken.

In februari en maart 2006 gingen Franse jongeren en studenten in verschillende steden de straat op om te demonstreren tegen wetsvoorstellen die het gemakkelijker zouden maken om werknemers onder de 26 jaar te ontslaan. De demonstranten vonden dat hun werkgelegenheid hierdoor werd aangetast. Deze protesten werden op den duur zo massaal en zelfs gewelddadig, waardoor Chirac op 10 april 2006 besloot de maatregelen weer in te trekken.

Begin 2007 zorgde een interview met Chirac voor opschudding. De president zei namelijk dat het "niet erg gevaarlijk" was als Iran over een atoombom zou beschikken, en dat het land direct zou worden weggevaagd als het de bom zou inzetten tegen Israël. Chiracs bagatelliserende opmerkingen over het gevaar van een eventuele Iraanse atoombom waren opmerkelijk omdat Frankrijk juist trachtte te voorkomen dat Iran zulk een bom zou fabriceren. Toen de president de journalisten een dag later vroeg om zijn opmerkingen niet te publiceren, weigerden ze dat, waarna Chirac zijn opmerkingen dan maar introk.

AfscheidBewerken

Het gerucht ging al een tijdje, maar op 11 maart 2007 maakte Chirac bekend dat hij zich niet meer herkiesbaar stelde. Hij deed dit in een toespraak voor de Franse televisie en radio. Chirac beëindigde hiermee zijn politieke carrière na 45 jaar politiek actief te zijn geweest.[1] Hij riep de Fransen op om bij de aankomende verkiezingen niet te zwichten voor extreemrechts. Opmerkelijk aan de toespraak was dat hij geen steun uitspraak aan Nicolas Sarkozy, die op dat moment presidentskandidaat was namens de UMP. Dit tot groot verdriet van Chirac, die alles in het werk had gesteld om dit te verhinderen. Al sinds zijn aantreden ligt Chirac met Sarkozy in de clinch over het te voeren beleid binnen de UMP. Maar Dominique de Villepin, vertrouweling van Chirac, had het afgelegd tegen de politieke straatvechter Sarkozy. Later sprak Chirac alsnog zijn steun aan Sarkozy uit, maar met tegenzin. Op 16 mei 2007 nam Chirac afscheid van het presidentschap, en werd Sarkozy de nieuwe president, die tien dagen eerder, op 6 mei 2007, met 53,06% van de stemmen was verkozen tot nieuw staatshoofd. Chirac verliet het Élysée met een goedkeuringspercentage van 30%.

VeroordelingBewerken

Op 21 november 2007 werd een gerechtelijk onderzoek tegen Chirac geopend in verband met een affaire rond fictieve banen daterend uit de tijd dat hij burgemeester was van Parijs. Op 15 december 2011 werd hij veroordeeld tot twee jaar voorwaardelijke gevangenisstraf. Chirac gaf aan dat hij het ten laste gelegde bleef ontkennen, maar dat hij om gezondheidsredenen niet tegen de uitspraak in beroep zou gaan.[2]

Arrogantie en schofferend gedragBewerken

Chirac had de neiging om zich tijdens zijn presidentschap als de leider van Europa te beschouwen. Hij kwam op andere Europese leiders soms arrogant en onbeschoft over. Zo beschuldigde hij de Britse leider Tony Blair een keer van onbeschoftheid omdat deze het niet met hem eens was. Bij een andere gelegenheid zei hij tegen diezelfde Blair, doelend op de Irakoorlog: "Hoe kunt u Leo (Blairs zoon) over 20 jaar in de ogen kijken als u een oorlog helpt beginnen?" Blair werd hier woedend over.[bron?]

Ook schoffeerde en kleineerde hij regelmatig vooral leiders van kleinere landen zoals Denemarken en Finland. Toen Finland Helsinki kandideerde als vestigingsplaats voor de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid zei hij: "Waarom zou iemand een voedselagentschap willen vestigen in een land waar men rendier eet?".[bron?] Voedsel had trouwens toch zijn aandacht. In een topgesprek met de Russische en Duitse leiders Vladimir Poetin en Gerhard Schröder over de Europese keuken beweerde hij dat de Finse de slechtste van Europa was, op de voet gevolgd door de Britse. Hij voegde hier nog aan toe: "Mensen die zo slecht koken, kun je niet vertrouwen."[bron?]

Ook in Oost-Europa maakte hij zich niet altijd geliefd. Over dertien Oost-Europese landen die begin 2003 de Amerikaanse Irakpolitiek steunden, zei hij dat ze een goede gelegenheid om hun mond te houden voorbij hadden laten gaan.[3]

Na de politiekBewerken

In 2008, een jaar na zijn aftreden, richtte hij de Foundation Chirac op, een goede doelenorganisatie die streeft naar vrede en het voorkomen van conflicten.

Chiracs populariteit steeg na zijn aftreden snel, terwijl Sarkozy's populariteit juist flink afnam. In 2008 was Sarkozy zelfs nog impopulairder dan Chirac ooit was. Chirac zelf kon zich ook vinden in de kritiek die de Fransen hadden op zijn opvolger. Hij haalde meerdere keren flink uit naar hem, onder andere in zijn memoires.[bron?] Hij zei zelfs dat hij bij de verkiezingen van 2012 op François Hollande zou stemmen in plaats van Sarkozy, ondanks het feit dat Sarkozy dezelfde partij als Chirac vertegenwoordigde. Steeds meer Fransen kregen heimwee naar Chirac. Ze waarderen achteraf de welbespraaktheid en het chauvinisme van hun oud-president. In 2015 bleek uit een peiling dat Chirac de meest bewonderde politicus in Frankrijk was. Terwijl Chirac met een goedkeuringspercentage van 30% aftrad, was zijn populariteit in 2015 verdubbeld naar een percentage van 63%.[bron?]

Ondanks het feit dat Chirac achteraf toch erkenning vond, ging zijn gezondheid steeds verder achteruit. Zo werd de oud-president in februari 2014 opgenomen in het ziekenhuis vanwege pijnen gerelateerd aan jicht. In december 2015 moest hij zelfs naar de intensive care. In september 2016 kwam hij wederom in het ziekenhuis terecht, ditmaal vanwege een longinfectie. De laatste jaren vertoont Chirac zich dan ook zelden meer in het openbaar.[bron?]

Voorganger:
Pierre Messmer
Premier van Frankrijk
Kabinet-Chirac I
1974-1976
Opvolger:
Raymond Barre
Voorganger:
Laurent Fabius
Premier van Frankrijk
Kabinet-Chirac II
1986-1988
Opvolger:
Michel Rocard
Voorganger:
François Mitterrand
Co-vorst van Andorra
1995-2007
Opvolger:
Nicolas Sarkozy
Voorganger:
François Mitterrand
President van Frankrijk
1995-2007
Opvolger:
Nicolas Sarkozy